Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

De straatpastor: geen hulpverlener maar troostverlener

Avatar
Elly Mulder
SOCIAAL BESTEK - De medewerkster van het crematorium kijkt mij van boven haar mondkapje vragend aan. We staan samen in de aula naast de kist van een overleden man die verbleef in de daklozenopvang. De kist is bezaaid met waxinelichtjes en allerlei persoonlijke spulletjes: een ingelijste foto, een trui, een pakje Gauloises, een blik bier, een crackpijp en een plastic tasje met onbekende inhoud.
Foto: chainat / stock.adobe.com

Het stilleven op de kist vormt een prachtig eerbetoon aan deze verslaafde man die zijn bijzondere en ruige leven te vroeg moest loslaten. Een man ook met het gevoel voor humor dat ik vaker aantref bij mensen die we ‘dakloos’ of ‘thuisloos’ noemen: een amalgaam van genadeloze zelfspot, ontroerende eerlijkheid en een hartverwarmende, meestal kortdurende en bemoeizuchtige solidariteit met de mensheid in het algemeen.

Zielzorg

Als er in Haarlem iemand in de daklozenwereld overlijdt, gaat een verzoek om de uitvaart te verzorgen vaak naar Stem in de Stad waar ik als straatpastor werkzaam ben. Het straatpastoraat richt zich op pastorale zorg voor dak- en thuislozen in Haarlem. Dakloos of thuisloos, het zijn labels die weinig zeggen. Zelf heb ik het liever over mensen ‘van de straat’. Het zijn ‘gewoon’ mensen, in al hun verscheidenheid, die een ongewoon leven leiden dat gekenmerkt wordt door een zekere rusteloosheid. Het verzorgen van uitvaarten voor mensen ‘van de straat’ is één aspect van het werk van het straatpastoraat. En hoe belangrijk ook, het is vaak het sluitstuk van een contact dat veel eerder begon.

Geen hulpverlener maar troostverlener

Het gegeven dat straatpastoraat zich onderscheidt van de reguliere hulpverlening hangt samen met de aard van het contact, de onderlinge verhoudingen en de mate van bewegingsvrijheid. Allereerst is de straatpastor meer een ‘troostverlener’ dan een hulpverlener. Het contact ‘op straat’ komt vaak bij toeval tot stand en in alle gevallen op vrijwillige basis. Er is tussen partijen geen sprake van dossieropbouw, geen cliënt-begeleiderrelatie en geen financiële component. Daarmee ontstaat tevens een andere dynamiek in de onderlinge verhoudingen. De straatpastor is gesprekspartner, geen trajectbegeleider – en er is geen sprake van hiërarchie.

Bewegingsvrijheid

Ten slotte heeft een straatpastor veel bewegingsvrijheid, zowel letterlijk als in overdrachtelijke zin. Daar waar de reguliere hulpverlening is gebonden aan protocollen, regels en beroepscodes, kan de straatpastor vrijer bewegen. Niet alleen doordat een straatpastor de mensen opzoekt waar ze zich bevinden, ook omdat in het contact met de straatpastor niks hoeft – maar: er kan veel. Dat maakt straatpastoraat heerlijk werk! Afwisselend, persoonlijk, en onder unieke condities die behoorlijk kunnen schuren. Bijvoorbeeld als die grote, stoere man trillend en kleintjes op de stoep staat door de ‘demonen’ uit zijn verleden. Als een onverwachte eerste ontmoeting meteen gaat over suïcidepreventie. Als iemand op haar knieën voor je neervalt op het asfalt, omdat de woorden niet willen komen. Het lukt zeker niet altijd, maar als de connectie er eenmaal is, dan is niets mooier dan het gesprek van mens tot mens.

Dit artikel is een ingekorte versie van het artikel ‘gebakken lucht’ in wereld van dak- en thuislozen uit Sociaal Bestek nummer 4 van 2020. Hier kun je het hele artikel vinden >>

Diversiteit

Als straatpastor probeer je erachter te komen wat iemand nodig heeft, waar hij of zij behoefte aan heeft. Luisteren, troosten, opbeuren, of soms juist alleen maar een begroeting en een grapje – als manier om iemands bestaan te bevestigen. Als het vertrouwen groeit, komen de verhalen los. Over verdriet en verlies, over onrecht en vergeving, over zingeving en hoop. En ja, straatpastoraat gaat ook over God, over geloof en niet-geloven – en vooral over hoe je als straatpastor kunt schakelen tussen religieuze concepten en taalvelden. Want diversiteit is ook een gegeven in de daklozenwereld, waar de mensen die ik ontmoet even vaak Erik en Martijn heten als Ravi en Rachid. Zo ontfermt de straatpastor zich over de mensen ‘van de straat’. Niet met concrete hulp, hoewel ik ook regelmatig tentjes en slaapzakken uitdeel, maar vooral door het creëren van contactmomenten.

Onder de radar

Het gevolg is dat ik ook mensen ontmoet die onder de radar leven. Daarmee doel ik niet uitsluitend op mensen zonder verblijfsstatus of zonder recht op voorzieningen. Het gaat ook om zorgmijders die voor de hulpverlening verborgen blijven, degenen die alle voorzieningen afwijzen. Degenen die vastlopen in het systeem, voor wie alle deuren gesloten blijven. Degenen voor wie het behoud van autonomie het hoogste goed is – ook al betekent dat leven aan de rand van de samenleving en soms eroverheen.

Haal de verhalen op

In het complexe veld van maatschappelijke opvangorganisaties en zorgaanbieders lijkt het straatpastoraat een vreemde eend in de bijt. Maar ondanks de afwezigheid van cliëntdossiers en targets werken wij uitermate professioneel. En de informatie die wij verkrijgen is voor derden mogelijk wel interessant. Daarom nodig ik gemeentelijke bestuurders en beleidsmakers uit hun oor te luisteren te leggen bij het straatpastoraat. Het kan helpen het gat te overbruggen tussen theoretische beleidskaders en uitvoeringspraktijk waar het gaat om de zorg voor dak- en thuislozen. Want wij straatpastors werken graag mee, vanuit een gemeenschappelijke doelstelling: om de mensen ‘van de straat’ te helpen bij het herstellen of hervinden van hun waardigheid.

Nog even over dat tasje

Als straatpastor loop je een eindje mee. Totdat de weg ophoudt – althans in deze wereld. In het Haarlemse crematorium wordt duidelijk dat niet alles van het persoonlijke eerbetoon aan de gestorven dakloze mee kan de oven in. En wat te doen met het plastic tasje met onbekende inhoud? Met handschoenen en op veilige afstand opent de medewerkster het pakketje voorzichtig. Erin zit een portie kibbeling – nog warm. Terwijl een vage lucht van gebakken vis opstijgt, bedenk ik dat er in dit werk nog zoveel te leren valt. Want: was er niet een mooi Bijbelverhaal over gebakken vis in Lucas 24: 42? Van ‘gebakken lucht’ naar gebakken vis – dankbaar besef ik dat ik voortaan ook de viskar aan mijn werkterrein mag toevoegen. Ik zei toch: heerlijk werk!

Elly Mulder werkt als straatpastor bij Stem in de Stad in Haarlem (www.stemindestad.nl). Daarnaast is zij als promovenda verbonden aan het Leiden University Centre for the Study of Religion (LUCSoR).

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.