
1 Een dubbele diagnose komt relatief vaak voor
Dat iemand én een verslaving heeft én een andere psychische stoornis komt best vaak voor. De cijfers daarover lopen wel flink uiteen. Zo schrijft het Trimbos-instituut dat ‘20 tot 80 procent van de mensen met een psychische stoornis ook last heeft van een verslaving’.
In ieder geval komt zo’n dubbele diagnose veel vaker voor dan veel hulpverleners vermoeden, zegt verslavingsarts Marcel Marijnissen. Hij is werkzaam bij onder andere IGHD. ‘Zowel door psychologen als door huisartsen wordt bij een depressie een verslaving regelmatig over het hoofd gezien. Dat kan zijn door onvoldoende kennis of te weinig tijd. Maar nog een reden is gêne. Men vindt het simpelweg moeilijk om te vragen of de patiënt misschien wel erg veel drinkt of een middel als cocaïne gebruikt.’
2 Doorvragen over verslaving én andere psychische stoornissen is heel belangrijk
Terwijl het wel heel belangrijk is om te weten of iemand zowel een verslaving heeft als een psychische stoornis, benadrukt Marijnissen. Ook al omdat de kans levensgroot is dat iemand weer zal terugvallen in zijn of haar verslaving als de andere psychische stoornis niet adequaat behandeld wordt.
Marijnissen geeft het voorbeeld van de beroepsmilitair die na zijn diensttijd veel gaat drinken. ‘Zo iemand kan geholpen zijn met detox, er moet in deze situatie ook aandacht zijn voor een mogelijke PTSS. Daarbij is het overigens ook belangrijk dat de ontwenningsverschijnselen worden verlicht met medicatie. Bij een zware alcoholverslaving kun je niet zomaar stoppen met drinken. Er kan namelijk anders een zogenaamd onthoudingsinsult of een delirium optreden. En vervolgens is het dus ook heel belangrijk om te beoordelen of er al dan niet sprake is van een andere psychische stoornis. Als de militair PTSS heeft die onbehandeld blijft, is de kans dat hij weer veel gaat drinken heel groot.’
3 Door wat iemand zegt af te pellen kom je verder
Sociaal werkers weten natuurlijk dat sommige cliënten heel goed zijn in het verbergen van problemen. Dat geldt zeker bij een verslaving en bij andere psychische aandoeningen. Hoe kom je er dan toch achter wat er precies aan de hand is, en of er mogelijk sprake is van een dubbele diagnose? Probeer in het gesprek steeds verder de informatie die je krijgt af te pellen, adviseert Marijnissen.
Hij geeft een voorbeeld:
- Een cliënt oogt futloos en zegt dat hij slecht slaapt. Je weet van zijn naasten dat hij vroeger veel fietste, dus je probeert hem te motiveren dat weer op te pakken.
- De cliënt: ‘Het is nu herfst, ik ga in het voorjaar wel weer fietsen.’
- Jij: ‘Heeft u dan komende week geen zin om te bewegen? U heeft toch een mooie hometrainer staan?’
- De cliënt: ‘Ja, maar ik heb gewoon de energie niet.’
- Jij: ‘Vindt u dat dan niet jammer? U fietste vroeger zo graag, zei uw vrouw?’
- De cliënt: ‘Dat klopt, maar nu lukt het me gewoon niet.’
Vervolgens kun je vragen wat de cliënt dan zou willen veranderen in zijn leven waardoor het fietsen misschien wél lukt. Zo’n vraag geeft vaak een hele positieve doorslag, weet Marijnissen uit zijn eigen gesprekken met mensen met een verslaving. ‘Als je goed doorvraagt, en de cliënt duidelijk maakt dat hij aan de ene kant wel zegt dat hij fietsen leuk vindt, maar anderzijds het juist probeert te vermijden, zullen mensen opener worden over wat er nu echt speelt. En dan zijn mensen ook meer geneigd om toe te geven dat ze bijvoorbeeld wel erg veel zijn gaan drinken.’
Jaarcongres Verslaving
Verslavingsarts Marcel Marijnissen geeft op 11 februari 2026 op het Jaarcongres Verslaving een kennissessie over dubbele diagnoses. In deze sessie leer je onder andere hoe je deze aandoeningen kunt (h)erkennen en hoe ze elkaar beïnvloeden. Daarnaast bespreken we welke middelen vaak samen voorkomen en tot wat voor psychische (en lichamelijke) complicaties dit kan leiden.
Leerpunten:
- Je herkent de wisselwerking tussen verslaving en psychiatrische stoornissen
- Je krijgt inzicht in integrale behandelvormen
- Je vergroot je “awareness”
Op het Jaarcongres Verslaving spreken onder andere ook trainer en coach Anja Douwes (ervaringsdeskundige als moeder), Daan van der Gouwe (senior onderzoeker van het Trimbos-instituut) en verpleegkundig specialist ggz Chris Loth. Bekijk hier het programma en bestel kaarten.
4 Aannames doen is heel riskant
Denk nooit, mijn cliënt is nog maar 18 dus hij zal heus niet verslaafd zijn aan jenever, benadrukt Marijnissen. ‘Houd je ogen en oren open, want er zijn ontzettend veel middelen waar mensen verslaafd aan kunnen raken. Ook bijvoorbeeld aan benzodiazepines die ze eerder zelf voorgeschreven kregen van hun huisarts.’
Daarnaast zijn mensen met een verslaving in het algemeen vaak op zoek naar geld om het middel te kunnen betalen. En hoe mannen en vrouwen dat doen verschilt ook: vrouwen gaan eerder de prostitutie in, mannen gaan het criminele pad op. Maar ook hierbij geldt: geen aannames doen, want misschien is er bij jouw cliënt wel iets heel specifieks aan de hand.
5 Gokverslaving is een steeds groter probleem, het Cruksregister biedt uitkomst
Marijnissen is ook extern adviseur voor de KSA, de kansspelautoriteit. Net als veel deskundigen maakt hij zich zorgen over de toename van mensen met een gokverslaving. Hij wijst op een hulpmiddel wat een uitkomst kan zijn: het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen, het Cruksregister. Mensen kunnen daarmee zichzelf een gokstop opleggen . Dan mogen alle casino’s, gokhallen en goksites met een Nederlandse vergunning diegene niet meer binnenlaten. Deze gokstop duurt altijd minstens 6 maanden. Daarna kan diegene de gokstop zelf verlengen of aanpassen.

