Achtergrond
Ervaringsleren: een ontwikkelingsgerichte visie op jeugdbeleid
Ervaringsleren, het ‘leren door doen’, is een van de vele hulpvormen die we binnen de zorg voor jeugd kennen. Er is de afgelopen decennia een brede ervaring opgebouwd. Wetenschappers als Juul, Hahn, Kolb en Dewey hebben de eerste oriëntaties gedaan. Luckner en Nadler gaven in de jaren negentig aan dat leren niet vanzelf gaat, maar dat er sprake moet zijn van een duidelijke instructie. Zij hebben dat proces zeer gedetailleerd beschreven. Hierdoor kreeg het ervaringsleren een duidelijk visie en fundering. Behalve recreatief en educatief kan het ervaringsleren vooral ook curatief worden ingezet. Wie kent niet de woonwerkprojecten, individuele tochten en groepstochten in het buitenland, de gezinsprojecten in binnen- en buitenland, de vaartochten met zeilschip de Tukker, de zorgboerderijen en tegenwoordig de inzet van dieren? Wat uit alle onderzoeken naar voren komt, is dat ervaringsleren onder andere leidt tot vermindering van probleemgedrag, verbetering van de interactie met anderen en vergroting van het doorzettingsvermogen en probleemoplossingsvermogen.
De ongekende mogelijkheid van het alledaagse
Voor het eind vorig jaar verschenen onderzoek van Michael Kolen volgde hij jongeren met een licht verstandelijke beperking, binnen de context van verschillende zorgorganisaties, ieder een dag lang in hun doen en laten. Hij heeft niet alleen gekeken naar hun relatie, maar onderzocht nadrukkelijk ook de beïnvloeding van die alledaagse omgang door de institutionele context, zoals regels en protocollen.
Over aanscherping van de Wet Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling
Kindermishandeling heeft zoals bekend grote effecten voor mishandelde kinderen. Het lukt, ondanks regelmatig vernieuwd jeugdbeleid, maar niet om de cijfers inzake kindermishandeling te laten dalen. In deze bijdrage leggen de auteurs de focus op de doelstelling van de aangescherpte Wet Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling: kinderen eerder, sneller en beter op de radar krijgen daar waar het gaat om kindermishandeling. Daarbij zien zij vooral het primair onderwijs als kansrijke partij om een rol te spelen bij deze doelstelling, het tweede milieu daar waar leerkrachten, met ‘hun’ kinderen samenkomen.
Leeds: A city with an ambition to be child-friendly
Leeds (UK) has a bold ambition to be a child friendly city. This means we want to ensure that all of our citizens (including our children and young people) are able to enjoy the city and have a voice in how it grows and develops. This paper will explore how the city has embraced this ambition. It will consider the importance of ensuring that the voice of the child is heard and that their voice has real influence. It will also examine the way that a focus on relationships using restorative practice has helped on this journey.
Omdat het kan …
Dit tijdschrift kent een opinie-estafette. Elk nummer krijgt iemand de gelegenheid om haar of zijn mening kenbaar te maken over het Nederlandse jeugdbeleid. De auteur bepaalt aan wie het stokje wordt doorgegeven, de redactie heeft daar geen invloed op. Op deze manier stelt het tijdschrift zijn pagina’s beschikbaar voor onverwachtse invalshoeken en verrassende argumenten. Rob Oudkerk geeft in het volgende nummer het stokje door aan Huub Nelis, oprichter van Youngworks, strategisch adviseur, en auteur van onder andere Puberbrein Binnenstebuiten.
Jeugd actief in onderzoek en beleid
Onderzoek doen vanuit de erkenning dat jongeren in een context leven, op school of in hun peer group, en uitgaan van hun kracht en niet alleen van zorgen en problemen. Vanuit deze visie vond Stichting Alexander 25 jaar geleden haar oorsprong. De drive en deze kernwaarden zijn anno 2018 onveranderd gebleven. In dit artikel gaan vier directeuren met elkaar in gesprek over 25 jaar Stichting Alexander. Het is een gesprek over jeugdparticipatie in beleid, praktijk en onderzoek en over Stichting Alexander als onafhankelijke organisatie, met nog altijd dezelfde ideële doelstellingen. Er wordt gesproken over de pioniersjaren, waarin het belang en de potentie van participatie al wel onderkend werden, maar waarin het nog niet duidelijk was hoe dat dan moest. Over de jaren van verankering, waarin vooral het effect zichtbaar werd van de methode ‘participatief jeugdonderzoek’. En over het heden, waarbij er meer gewerkt wordt aan procesmanagement om alle partijen mee te krijgen in het participatieproces. Kortom, we moeten niet jongeren willen veranderen, maar juist de samenleving veranderen om alle jongeren volwaardig te laten participeren. Het geheel wordt omlijst met vier illustratieve praktijkvoorbeelden door de jaren heen.
Zegen of probleem?
Het is een mooi streven om mensen zo veel mogelijk verantwoordelijkheid te geven voor hun eigen zorg en welzijn. Al jaren is dit het uitgangspunt van de participatiesamenleving. Maar hoe werkt deze koers momenteel in de praktijk?
Vier deskundigen over: Jongeren niet meer tussen wal en schip?
De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) adviseert om de leeftijdsgrens van 18 jaar voor jeugdhulp snel te schrappen en te verhogen naar 21 jaar. Vier deskundigen uit de jeugdhulpverlening reageren. ‘Je moet zorgen voor vertrouwen, voor en na hun achttiende.’
‘Met elk incident groeit de angst’
Wat te doen met die steeds stillere jongen uit Eritrea? De Syrische man die de taal niet kan leren omdat hij ’s nachts geen oog dicht doet? Verklaarbare stress die hoort bij het opbouwen van een nieuw leven of is er sprake van ernstig trauma?
Benut je dodehoekspiegel
Wijkteams maken nog weinig gebruik van ervaringsdeskundigheid. En als het gebeurt, is dat op vrijwillige basis. ‘Het sociaal domein heeft nog niet door hoe ver ervaringsdeskundigheid is uitgekristalliseerd.’

