Blog: Vertrouw niet op de vertrouwenspersoon

Misbruikschandalen op sportclubs vinden nog altijd plaats. Een vertrouwenspersoon op de vereniging moet seksueel overschrijdend gedrag van trainers eerder aan het licht brengen. Of dat werkt, waag ik te betwijfelen.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Merel van Dorp is journalist en sociaalwetenschapper, gespecialiseerd in jeugdzorg en risicojeugd.

De vorige keer vroeg Merel zich af of je de term ‘slachtoffer’ moet gebruiken >>

Vijfendertig jaar kon de atletiektrainer ongestoord zijn gang gaan. Jerry M. greep jonge meisjes bij het kruis, drukte ze tegen zich aan en had regelmatig en jarenlang seks met ze – met verschillende zwangerschappen tot gevolg. Pas na een melding van het misbruik in 2017 (niet de eerste in al die jaren) moest de trainer opstappen.

Wat gebeurt er met de meldingen?

In Nederland zijn 25 duizend sportverenigingen. Eén op de acht sporters heeft als kind ten minste eenmaal seksueel grensoverschrijdend gedrag ervaren. Aangifte bij de politie wordt nauwelijks gedaan en of de ruim zeventig meldingen van misbruik bij het Vertrouwenspunt Sport worden opgevolgd, is onduidelijk. Het zijn ontluisterende bevindingen van de onderzoekscommissie seksuele intimidatie en misbruik in de sport in 2017.

Meldplicht

Het bestuur van een sportclub is sinds vorig jaar verplicht om misbruik te melden. Ook hebben alle sportbonden vertrouwenspersonen met wie een slachtoffer kan praten. Gewetensvraag. Weet jij wie de vertrouwenspersoon is op de sportclub van je kind? Ik kan de namen van de vertrouwenspersonen op de clubs van mijn zoon (11) en dochter (9) eerlijk gezegd niet zomaar oplepelen. De coach, de trainer, de oudercontactpersoon – die ken ik van hun scoutingclub, turnvereniging en rugbyteam. Maar wie de vertrouwenspersoon is?

Domme ouder?

Misschien ben ik een domme ouder (met als specialisatie jeugdzorg binnen mijn werk, oei!) en ben jij wel op de hoogte van de vertrouwenspersoon. En je kind? Ik vroeg het namelijk even aan mijn zoon. ‘Bij scouting en rugby bestaan die niet, mam’, om daarop geruststellend te zeggen: ‘Maar op school hebben we er twee, hoor.’

Onthullen doodeng

Stel dat mijn kinderen weten wie ze kunnen aanspreken. Alsnog verwacht ik niet dat ze op de vertrouwenspersoon afstappen. Kinderen en jongeren vertellen uit schaamte of angst voor de dader niet over misbruik. Áls ze het al aan iemand vertellen, is het aan een vriend of vriendin. Ik snap dat. Aan iemand die je nauwelijks kent, is het doodeng om zoiets kwetsbaars en naars te onthullen.

Toestemming

Aangifte willen slachtoffers meestal niet doen. Hoogleraar sport en recht aan de Vrije universiteit Marjan Olfers vertelt in NRC next (8 januari) bovendien dat de vertrouwenspersoon toestemming aan het slachtoffer moet vragen om het bestuur  in te lichten. Als een kind of jongere smeekt om het niet verder te vertellen – iets wat vaak voorkomt –, wat doe je dan als vertrouwenspersoon?

Mond open trekken

De kans dat misbruik op sportverenigingen aan het licht komt, is helaas dus nog steeds klein. Dat betekent dat alle ouders, trainers en vrijwilligers op de club, de plicht hebben hun ogen open te houden en vooral hun mond bij vermoedens open te trekken. En dat vertrouwenspersonen, net als in het onderwijs, regelmatig tijdens trainingen langskomen om te vertellen wie ze zijn en waar en wanneer jonge sporters hen kunnen opzoeken.

Gevaar niet geweken

Mocht misbruik bekend raken en worden bestraft, dan is het gevaar overigens nog niet geweken. Een veroordeling is namelijk beperkt tot de sport waar het misbruik plaatshad. Je kind zou de atletiektrainer dus zomaar als voetbalcoach kunnen tegenkomen.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.