‘Beleid voor sociaal werk is nu te fragmentair’

Ze is de autoriteit op het terrein van ‘empowerment’, mensen in hun kracht zetten. Wat is nodig om uitsluiting van kwetsbare mensen en van mensen in armoede te voorkomen? Professor dr. Tine Van Regenmortel is benoemd tot hoogleraar op de leerstoel Sociaal Werk aan de Tilburg University. ‘Er wordt te weinig gekeken naar de effectiviteit van wat we doen, naar de lessons learned.’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Tine Van Regenmortel: ‘Beleid voor sociaal werk is nu te fragmentair’

Tine Van Regenmortel is al sinds 1988 aan het werk bij de onderzoeksgroep Sociaal en economisch beleid en maatschappelijke integratie aan HIVA-KU Leuven (België). Vanaf 2014 is ze ook coördinator van de Academische Werkplaats Sociaal Werk van Tranzo aan de Tilburg School of Social and Behavioral Sciences. Sinds kort is Van Regenmortel benoemd tot hoogleraar Sociaal Werk. Haar core business: de kwetsbare burger. ‘Onze centrale vraag is hoe het sociaal werk kwetsbare mensen kan versterken en verbinden met de omgeving en de samenleving’. Tijd voor enkele prangende vragen naar aanleiding van haar benoeming op de leerstoel Sociaal Werk, gefinancierd door de Stichting Sociaal Werk.

Wat vindt u het grote verschil tussen sociaal werk in Nederland en in België, waar u al 30 jaar onderzoek doet?

‘Hier in Nederland ligt in het sociaal werk meer de nadruk op evidence based werken. Er wordt in hoge mate verantwoording afgelegd over wat werkt voor burgers. Dat is belangrijk omdat we moeten zoeken naar wat effectief is in het werk. Verantwoording afleggen is niet alleen nodig om financiering voor een project voor elkaar te krijgen. Vaak wordt verantwoording afleggen vertaald naar het aanvinken van acties op een lijstje. Dat is niet een juiste manier om effectief te werken. Om een goed beeld te krijgen van de werkzaamheid van een aanpak, moet je de verschillende stakeholders in het sociaal werk betrekken; burgers, professionals, wetenschappers, organisaties en beleid. Overigens zijn er ook gelijkenissen tussen België en Nederland op het gebied van sociaal werk. Zoals de focus op lokale verantwoordelijkheid en het integraal werken tussen verschillende sectoren.’

Leidt het afleggen van verantwoording door het gehele sociale veld niet tot veel te veel papierwerk?

‘Dat zou niet de juiste manier van verantwoording zijn, want dat komt niet ten goede aan de praktijk. Met verantwoording afleggen doel ik op het meer inzetten van de dialoog tussen de praktijk, doelgroep, wetenschappelijk onderzoek en beleidspartners, zoals dat in de academische werkplaatsen gebeurt. In die werkplaatsen wordt door nauwe samenwerking de wetenschappelijke onderbouwing van een aanpak gekoppeld aan de praktijk van de professional en van de burger. In Nederland hebben we met die manier van werken een enorme troef in handen. Vanwege het succes hebben we in Vlaanderen de academische werkplaats inmiddels geïmporteerd.’

Hoe haal je de burger binnen in een academische werkplaats?

‘Door de doelgroep en de sociaal professionals te betrekken bij het onderzoek. Dat betekent dat je als onderzoeker met hulpverleners en burgers samenwerkt over welke vragen je stelt voor het onderzoek en over wie mogelijk welke taak heeft in het project. Wij noemen deze onderzoekers science practitioners, zij kennen de cliënten en de professionals zelf of via-via. Je moet én goed met de doelgroep om kunnen gaan én de praktijk kennen én sterk zijn in wetenschappelijke onderzoekskwaliteiten.’

Wat is uw eerste aandachtspunt voor de leerstoel bij Tranzo van de Tilburg School of Social and Behavioral Sciences?

‘Ons gemeenschappelijk denkkader is empowerment. Daarmee staan alle neuzen dezelfde kant op. Wij willen onder meer goede instrumenten zoeken of ontwikkelen om empowerment te meten. Er zijn er al veel, maar meestal laten die instrumenten maar één aspect zien van sociaal werk, veelal op het individuele niveau. We willen een instrument hebben dat de impact kan weergeven van het integrale sociaal werk, van interventies en van beleidsmaatregelen. Zowel maatschappelijk als individueel. Dat inzicht is belangrijk om de verschillende domeinen te laten samenwerken in een inclusieve aanpak. Goed voorbeeld: de aanpak van armoede. Daar is niet één oplossing voor, maar het is nodig om het systeem aan te pakken. Armoede heeft te maken met arbeid, onderwijs, huisvesting, zorg en welzijn. Maar ook met beleid. Dus moeten duurzame oplossingen op de agenda van politici komen wil je iets verbeteren. Hoe? Doordat wetenschappers direct contact hebben met beleidsmakers. Door alle onderzoeken en rapporten door te vertalen naar de praktijk en beleid, om verbeteringen ook toepasbaar te maken en echt impact te hebben. Door te spreken met beleidsmakers over het beleid en door aantoonbare, onderzochte verbeteringen aan hen voor te leggen.’

Er is veel sociaal werk en er wordt veel onderzoek gedaan, maar het aantal kwetsbare mensen wordt niet minder. Wat te doen?

‘Ja dat is helaas wel zo, en niet alleen in Nederland. Ik denk dat er te weinig wordt gekeken naar effectiviteit van wat we doen, naar de lessons learned. Veel vergelijkbare projecten bestaan ook naast elkaar. Verder vind ik dat het beleid voor sociaal werk te fragmentair is, dat er meer inclusief beleid nodig is, dus over de domeinen heen. Een goed voorbeeld hebben we in Vlaanderen, daar werkt men met “horizontaal beleid”. Dat betekent dat zittende ambtenaren afspraken kunnen maken tussen ministeries over de bevoegdheid van ministers heen. Op die manier kun je met een onderwerp als armoede inclusief werken en bovendien langer dan de beleidsperiode van een minister.’

Is er ook al succes geboekt op thema’s als armoede en kwetsbare burgers?

‘Zo ver is het nog niet. Er is wel al heel wat in beweging gebracht in het sociaal werk en in het maatschappelijke veld, maar je hebt ook mensen nodig die inspireren. Zoals een bevlogen wethouder of bestuurder of een spraakmakende onderzoeker. Je moet als wetenschapper voor je plannen en rapporten de steun zoeken van beleidsmensen. Dat vraagt soms ook om politieke actie. Zoals bijvoorbeeld een aantal wetenschappers in België, die zich collectief hebben uitgesproken voor verhoging van de uitkering naar Europees niveau om armoede in België te bestrijden. Als je voorstellen aandraagt aan beleidsmakers, landelijk of in de gemeente, dan moet je daar wel een goede wetenschappelijke onderbouwing aan kunnen hangen. Zodat je kunt aantonen: “Als je dit doet, kun je dat veranderen”. Helaas, wordt er niet altijd geluisterd.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.