Wat werkt bij de aanpak van personen met verward gedrag?

Wat werkt bij de aanpak voor personen met verward gedrag in de wijken? Voor de cliënten én voor de buurtbewoners? De publicatie ‘Krachten bundelen in de buurt’ beschrijft vijf veelbelovende projecten. De titel is gelijk een belangrijke les: bundel de krachten. ‘Samenwerking is cruciaal.’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Foto: iStock

De problematiek rond mensen met verward gedrag in de wijk is complex en kent veel betrokken partijen uit diverse domeinen: welzijn, zorg, wonen, veiligheid. En dan nog de cliënt zelf en zijn/haar familie. Samenwerking is dan ook cruciaal, zegt Christine Kuiper. Zij is vanuit Movisie projectleider bij het Kennisnetwerk verward gedrag, een samenwerking van diverse organisaties met als doel een effectieve mensgerichte aanpak van mensen met verward gedrag te bevorderen.

Ambitie

Kuiper: ‘We willen uiteindelijk allemaal hetzelfde: mensen dichtbij, zo goed mogelijk helpen in inclusieve veilige wijken waarin iedereen erbij hoort en mee kan doen.’ Een grote ambitie, erkent ze. Maar de nieuwe publicatie ‘Krachten bundelen in de buurt’ stemt haar positief. Hierin worden vijf projecten besproken, en van commentaar voorzien door een cliënt- en een familie-ervaringsdeskundige. Dit laatste perspectief, dat van de familie, wordt nog wel eens over het hoofd gezien, constateert zij in de slotbeschouwing. Kuiper: ‘Het zijn good practices, maar ze zijn niet perfect. Ze zijn in ontwikkeling, en de praktijk is vaak weerbarstig. Maar de wil en de ambitie zijn er, en we zijn allemaal lerende hierin.’ Uit de beschreven projecten in Leiden, Wageningen, Amstelveen, Tiel en Breda, destilleerde Kuiper op verzoek een aantal lessen voor sociaal professionals.

  1. Betrek ervaringsdeskundigen

‘Wat ik zelf vooral heb geleerd is hoe belangrijk het perspectief van ervaringsdeskundigen is’, zegt Kuiper. ‘Betrek hen erbij, als gelijkwaardige partners. Ook al in de fase van uitdenken, ontwikkelen en opzetten.’ Het project Meedoen in Meerburg in Leiden is daar wat haar betreft een goed voorbeeld van. Een vliegende brigade van professionals, vrijwilligers en ervaringsdeskundigen houdt hier regelmatig signaleringsoverleg. Is het nodig, dan gaat er iemand op af. Dit kan een professional zijn, maar ook ervaringsdeskundige. Kuiper: ‘Zij kunnen soms letterlijk helpen ergens binnen te komen, waar anders de deur dicht blijft. Ze staan dichterbij.’ Is het contact gelegd, dan wordt er vervolgens goed gekeken en geluisterd: Wat is hier nodig?’ En dat brengt haar bij les 2:

2. Zorg voor maatwerk

Mensgerichte zorg dat is ieders doel, maar tegelijkertijd staan systemen, wetten, regels soms in de weg, weet Kuiper. Ook hierbij helpt de inzet van ervaringsdeskundigen. ‘Het brengt meer perspectieven en meer kennis en wijsheid in een team. Zij kunnen een brug slaan tussen de systeemwereld en de leefwereld van de cliënten. Beleid wordt nog te vaak gemaakt vanachter een bureau, over mensen in plaats van met de mensen. Terwijl: de basis is contact leggen. Dat is de kern.’ En dat brengt haar bij les 3:

3. Creëer laagdrempelige ontmoetingsplekken.

In Leiden is er in de wijk Meerburg elke middag een laagdrempelig inloop.  Hier is geen indicatie voor nodig. Dat zien we ook in Wageningen. Dat werkt, zegt Kuiper. ‘Een indicatie is vaak een enorme drempel. Realiseer je dat het soms al een hele stap is dat mensen komen. En kijk ook eens vanuit jezelf. Hoe zou jij het vinden als je voor een zakelijke netwerkbijeenkomst ineens een indicatie nodig had?’

4. Werk samen en houd de lijnen kort

‘Zorg dat alle betrokken partijen een plek hebben in het project: welzijn, wonen, veiligheid, en 0e, 1e en 2e-lijnszorg en zorg voor een vast moment om casuïstiek te bespreken’, zegt Kuiper. ‘En betrek ook hier cliënt- en familie-ervaringsdeskundigen bij. In de beschreven projecten zijn de lijnen vaak kort. Mensen kennen elkaar en weten elkaar (snel) te vinden. Dat is een belangrijk deel van de kracht, want problemen worden daardoor snel gesignaleerd én opgepakt. Bijvoorbeeld: iemand komt na een opname weer naar huis. Als sociaal werker is het belangrijk dat je dat weet en dat je gelijk langs kunt gaan om te vragen hoe het gaat en wat je eventueel voor iemand kan doen. Er zijn voor iemand draagt bij aan herstel’.

  1. Heb ook oog voor de buurt(bewoners)

In Wageningen werken ze met het concept Bondgenoten, vertelt Kuiper. ‘Er wordt veel geïnvesteerd in het contact met buurtbewoners, ook om herkenning en begrip voor de doelgroep, de mensen met verward gedrag, te creëren. Wat daarbij belangrijk is, is dat mensen weten waar ze terecht kunnen met signalen of zorgen. En zorg dat dat meer is dan een telefoonnummer. Er moet een mens achter zitten, die actie onderneemt en dit ook terugkoppelt. Elke gemeente, of eigenlijk elke wijk zou dit op orde moeten hebben.’

6. Zorg voor ruimte, tijd en draagvlak om te leren

‘In Leiden hebben ze tegen de gemeente gezegd: ons plan is nog niet tot in detail uitgewerkt, want het is ook een experiment, willen jullie het desondanks ondertekenen?’, vertelt Kuiper. ‘Dat vind ik een heel mooi voorbeeld van ruimte, tijd en draagvlak vragen – en krijgen. We zijn allemaal lerende. Dat vraagt om tijd en om een lerende cultuur waarin er ruimte is voor kwetsbaarheid. Zorg dat je samen periodiek evalueert wat wel en niet goed gaat – en hier ook actie op onderneemt.’

De publicatie ‘Krachten bundelen in de buurt’ is vanaf donderdagmiddag 10 september online te bekijken.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.