Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties1

Waarom eco-sociaal werk onmisbaar is in tijden van klimaatcrisis

Uit de Grote Raadpleging die Movisie eind 2024 hield, bleek dat de meerderheid van de respondenten een verantwoordelijkheid voelt bij eco-sociaal werk. Maar slechts een kleine minderheid brengt het in de praktijk. Een onderzoeker van Movisie en twee opbouwwerkers van WIJ Groningen laten zien hoe je duurzaamheid in je werk kunt vervlechten.
sociaal werker die door de kringloop loopt. Dit artikel gaat over eco-sociaal werk.
Eco-sociaal werk zit 'm ook in de praktische dingen. Ciska van Hes: ‘Het betekent bijvoorbeeld dat je als kinderwerker je knutselspullen niet bij de Action koopt maar in de kringloopwinkel.’ © Gabriel Cassan / Adobe Stock

De klimaatcrisis raakt iedereen, maar in het bijzonder mensen in een kwetsbare positie, de doelgroep van sociaal werk. ‘Eco-sociaal werk richt zich op een duurzame samenleving die sociaal rechtvaardig is én de balans tussen mens en natuur herstelt.’ Zo staat de term omschreven in de Grote Raadpleging van het Sociaal Werk.

De antwoorden op de vragen over eco-sociaal werk laten zien dat bijna twee derde van de respondenten sociale gevolgen van klimaatproblematiek en klimaatonrechtvaardigheid tegenkomen in het werk. Onderzoeker Barbara Panhuijzen: ‘Denk aan energiearmoede en slecht geïsoleerde huizen, of dat mensen niet in aanmerking komen voor verduurzamingssubsidies omdat die bijvoorbeeld alleen voor koophuizen gelden, of inwoners die zich erg ongerust voelen over de klimaatverandering.’ Meer dan de helft van de respondenten vindt dat je als sociaal werker een verantwoordelijkheid hebt om aandacht te besteden aan deze vraagstukken.

Kleine minderheid

Eco-sociaal werk kent verschillende vormen: de gevolgen van klimaatverandering en de ecologische crisis voor inwoners aanpakken, of hen informeren en hun bewustwording vergroten. Of bijdragen aan het publieke debat en aan systeemverandering. Voor al deze verschillende vormen geldt dat slechts een kleine minderheid van de respondenten er daadwerkelijk actief mee bezig is. Panhuijzen: ‘De redenen die ze hiervoor aangeven verschillen, maar de terughoudendheid heeft vaak te maken met de gedachte dat eco-sociaal werk een extra taak betekent.’

Terughoudendheid niet nodig

Panhuijzen kan zich dat heel goed voorstellen: het takenpakket is groot en de druk hoog. Tegelijkertijd is ze ervan overtuigd dat de terughoudendheid niet nodig is. Zij kijkt zelf naar eco-sociaal werk vanuit een ‘integrale ecologische benadering: het menselijke en de natuur zijn met elkaar verbonden. Het betekent ook dat klimaat en sociale rechtvaardigheid hand in hand gaan. Als je door die bril kijkt, word je je extra van je omgeving bewust en daardoor ga je vanzelf op een duurzame manier denken en handelen. Eco-sociaal werk is dus niet iets extra’s wat je doet. Je gaat het in je werk vervlechten, je doet het vanuit de grondhouding in je werk.’

Gesprek in het park

Werken vanuit deze grondhouding brengt met zich mee dat eco-sociaal werk niet voorbehouden is aan collectieve werkers, maar net zo goed past als je in individuele trajecten werkt. Panhuijzen: ‘Ik hoor geregeld van sociaal werkers dat mensen in kwetsbare situaties wel wat anders aan hun hoofd hebben. Verder kun je een gesprek vaak ook buiten in het park houden, of iemand de meerwaarde van tweedehandskleding laten zien, zowel financieel als vanuit milieu-perspectief.’  Ook kun je inwoners heel concreet ondersteunen bij hittestress.

Eco-social werk hoeft niet tot extra werk te leiden

Ciska van Hes werkt als opbouwwerker bij WIJ Groningen. Zij kan zich vinden in de stelling dat eco-sociaal werk niet tot extra werk hoeft te leiden. Ze geeft direct een concreet voorbeeld: ‘Het betekent bijvoorbeeld dat je als kinderwerker je knutselspullen niet bij de Action koopt maar in de kringloopwinkel.’ Maar zij en haar collega Sanne Werkman kijken beide ook naar de bredere opgave die het duurzaamheidsvraagstuk is. Werkman noemt de energietransitie als voorbeeld: ‘Voorheen werd dat als een technische opgave gezien. Maar het dringt steeds meer door dat het eigenlijk vooral een sociaal vraagstuk is. Want hoe zorgen we er met z’n allen voor dat iedereen in een geïsoleerd huis kan wonen? Hoe bewegen we inwoners om van het gas af te gaan, ook de minder draagkrachtigen? Hoe zorgen we kortom dat de kloof tussen arm en rijk niet groter wordt, maar dat het op een klimaatrechtvaardige manier gebeurt?’

De expertise van sociaal werk

Om iedereen in deze brede opgave mee te nemen, heeft de overheid volgens Werkman de expertise van opbouwwerkers nodig: ‘Wij zijn sterk in gemeenschapsvorming en wij komen al achter de voordeur. Deze expertise wordt nu niet ten volle benut. En daardoor lopen we kansen mis. Opbouwwerkers kunnen de gemeenschapskracht goed aanspreken en bewonersinitiatieven op het vlak van duurzaamheid stimuleren. Met als bijvangst extra sociale cohesie: mensen krijgen meer verbinding met elkaar.’

Weggeefmarkt

Van Hes en Werkman verbinden de grondhouding waar Panhuijzen het over heeft met de ABCD-benadering (Asset Based Community Development) die aan de basis van hun werk ligt. Werkman: ‘Dat begint met zoeken naar en aansluiten bij de passie van de inwoners. Laat ik het voorbeeld noemen van de milieustraat die elk jaar gehouden wordt in de wijk waar ik werk. Dan komt er een grofvuilcontainer in de straat te staan waar mensen hun afgedankte spullen in kunnen gooien. Maar daar belandden ook nog bruikbare spullen in. Ik wist van een aantal buurtbewoners dat die de kringloopwinkel erg leuk vinden. Toen heb ik hen benaderd en hebben we samen een weggeefmarkt georganiseerd.’

Vanuit praktische dingen

Van Hes en Werkman zien steeds opnieuw dat initiatieven organisch groeien: van het een komt heel vaak het ander. ‘Het werkt het beste als initiatieven ontstaan vanuit praktische dingen waarbij de inwoners zelf passie voelen’, zegt Van Hes. ‘Je moet zoiets vooral niet van uit voorlichtingspraatjes willen laten ontstaan. Ik ben betrokken bij een repaircafé en daar zijn ook twee gastvrouwen actief. Uit hun gesprekken met bezoekers is een kookgroepje ontstaan. In de week tegen de verspilling hebben zij overgebleven groente uit de winkels in de buurt opgehaald om daarmee te koken. Dit krijgt vast een vervolg, maar als het bij deze ene keer blijft is het ook goed.’

Structureel overleg

De praktijk dat uit het een het ander ontstaat, is niet alleen het geval bij de inwoners, merkt Werkman. ‘Het gebeurt ook op het niveau van organisaties. Bij de milieustraat kwam een beleidsmedewerker afval en circulariteit van de gemeente kijken. Die wilde weten hoe de weggeefmarkt was aangepakt. We kwamen tot de conclusie dat we meer moesten samenwerken om het beleid bij de praktijk in de wijk aan te laten sluiten. We hebben nu samen een structureel overleg waarbij inmiddels ook de natuur en milieufederatie, een club van groene ondernemers en een lokale energiecoöperatie zijn aangesloten.’

De eigen organisatie

De beide opbouwwerkers proberen duurzaam denken en doen ook meer in de grondhouding van de eigen organisatie te verankeren. Daarom is het idee van de WIJ-bijen bedacht. Van Hes: ‘De bij is de bestuiver, en wij willen onze collega’s bestuiven. Dat doen we net als bij inwoners volgens de ABCD-benadering: aansluiten bij wat iemand privé al bezighoudt of doet. Een keer per maand houden we een duurzame lunch. En hebben we het over duurzame stappen die we in ons eigen leven, onze organisatie of ons werk willen zetten.’ Na een duurzaamheidsworkhop binnen de organisatie is de groep verdubbeld.

Krachtproef

Werkman besluit met te zeggen hoe belangrijk het is dat Krachtproef landelijk pleit voor het aanstellen van meer opbouwwerkers die zich richten op duurzaamheid. ‘Want al is eco-sociaal werk een grondhouding, we hebben meer mensen nodig die zich met de expertise van sociaal werk in gaan zetten voor deze opgave.’ 

Kijk ook eens naar het Actieplan Opbouwwerk voor energieke wijken dat mede op initiatief van Krachtproef is gelanceerd. Wil jij ook verder groeien in eco-sociaal werk? Wat heb je daarvoor nodig? Laat het weten aan Barbara Panhuijzen van Movisie.

European Social Work Conference 2025

Van 6-8 oktober 2025 vindt in Oslo de IFSW European Social Work Conference 2025 plaats, met als thema eco-sociaal werk. Eén van de grootste uitdagingen van onze tijd is de impact van klimaatverandering op zowel individuen als samenlevingen. Waar staan we nu en wat moet er nog gebeuren om onder meer de duurzaamheidsdoelen van de VN te behalen? Hoe kunnen sociaal werkers daaraan bijdragen? Hoe kunnen we samen een duurzame toekomst opbouwen?

1 REACTIE

  1. Het is juist dat het werken aan sociale rechtvaardigheid en dus ook aan klimaatrechtvaardigheid zeker past in het beroepsprofiel van de sociaal werker. Voor veel sociaal werkers is dit een nieuwe uitdaging en mindset. Het tegengaan van energie-armoede, het verduurzamen van woningen en woonomgeving en het bevorderen van klimaatbewustzijn en gedragsverandering betekenen voor sociaal werkers veelal een uitbreiding van taken. De suggestie in het artikel dat de sociaal werker het er gemakkelijk even bij kan doen is niet terecht. Je kunt een beroepsprofiel niet één op één omzetten in een takenpakket. Investeren in de sociale benadering van de energietransitie in de komende 25 jaar vergt extra investeringen in het sociale domein.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.