Voortgang Wmo: ‘Gemeenten leveren de zorg die nodig is’

Gemeenten voldoen aan hun plicht de zorg te leveren die nodig is. Zorgaanbieders vinden echter dat de gestelde indicaties niet toereikend zijn. De markt voor huishoudelijke zorg zit in een overgangsperiode. Dat stelt staatssecretaris Jet Bussemaker in haar 'Voortgangsreportage Wmo'.
Voortgang Wmo: 'Gemeenten leveren de zorg die nodig is'

Door Carolien Stam – ‘Voor gemeenten is

het goed mogelijk om, binnen de regels,

in de aanbesteding andere doelstellingen te realiseren dan het alleen maar inkopen van

goederen of diensten.’


href=”http://www.minvws.nl/organisatie/staatssecretaris-bussemaker/”>Staatssecretaris

Jet Bussemaker
bedoelt dat gemeenten

bij de aanbesteding niet alleen naar de prijs, maar ook naar kwaliteit van de

zorg en naar arbeidsmarktgevolgen moeten kijken. (Foto: cover Zorg + Welzijn 10

2007)

Onacceptabel

Dat staat in de
href=”http://www.minvws.nl/images/dmo-2793797a_tcm19-153051.pdf” target=_blank

name=”tweede voortgangsrapportage wmo”>tweede Voortgangsrapportage Wmo
, die

Bussemaker afgelopen donderdag naar de
href=”http://www.tweedekamer.nl/”>Tweede Kamer


stuurde. Zij vindt het onacceptabel dat

medewerkers in een alfahulpconstructie worden gedwongen. Zorgaanbieders en

gemeenten moeten dat op lokaal niveau regelen. ‘Leidt het niet tot gewenste

resultaten, zal ik niet aarzelen om wettelijke maatregelen te treffen,’ aldus de

staatssecretaris in de rapportage. Welke maatregelen, dat zegt ze er niet bij.

Ze laat wel weten dat er geen contracten mogen worden gesloten op basis van een

prijs die onder de kostprijs van de aanbieder ligt.

Verschuivingen

Er blijken geen verschuivingen in indicaties te zijn, aldus het

onderzoek naar indicering voor huishoudelijke hulp dat de staatssecretaris heeft laten uitvoeren.

Wel is er een verschuiving van de invulling van de indicaties.

‘Door zorgaanbieders is voor de aanbesteding kennelijk in veel gevallen

hoger gekwalificeerd – en dus duurder – personeel ingezet dan noodzakelijk.’

Drie kwart van de cliënten vindt overigens de huidige geleverde hulp toereikend.

Een kwart mist taken als tuinwerk, ramen lappen en een grote

schoonmaakbeurt.

Transitieperiode

De staatssecretaris zegt in de rapportage dat zij het zich

zeer aantrekt dat zoveel mensen in de thuiszorg met ontslag worden bedreigd. Zij

zet in op behoud van deze mensen voor de zorg, door

ze bij ontslag direct een andere baan aan te bieden

(zie interview met Jet Bussemaker in Zorg + Welzijn nr.

10, oktober 2007).

Zij ziet de ontslagdreigingen in de huishoudelijke zorg als een

‘transitieperiode’ en wil dat op lokaal niveau oplossingen worden gezocht.

Daarnaast kan een mobiliteitscentrum fungeren om werknemers te bemiddelen naar

een andere zorgbaan.

Mantelzorg

Behalve de huishoudelijke hulp komen nog andere Wmo-thema’s aan de orde in

de voortgangsrapportage. Zoals cliëntparticipatie en de scheiding van

geïndiceerde zorg en laagdrempelige cliëntondersteuning van mensen met een

beperking.

Over verdere ondersteuning van mantelzorg- en

vrijwilligersbeleid stuurt Bussemaker nog een aparte brief naar de Kamer. De

staatssecretaris zegt wel kort iets over haar visie op de taak van de overheid:

‘De overheid trekt zich niet terug, onder verwijzing van de eigen

verantwoordelijkheid van de burger. De overheid investeert in de ondersteuning

van burgers, maar mag er ook op rekenen dat die iets terug doen voor de

samenleving.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.