Volgens wie zijn zorgmijders eigenlijk een probleem?

‘Onderken dat u niet alle antwoorden hebt, en altijd naar de casus kijkt vanuit uw eigen perspectief, achtergrond en afkomst’, betoogt Marian Verkerk, hoogleraar Zorgethiek aan het UMCG. ‘Pas dan komt er ruimte voor oplossingen die passen bij de cliënt.’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
foto iStock

Elke avond is het hommeles. Wim, een dementerende oudere man, wil niet slapen. Hij verzet zich met hand en tand. De verpleging overweegt om hem gedwongen ‘gedragsmedicatie’ te geven. Als ze Wims kinderen vragen om hiermee in te stemmen, komt er een heel ander verhaal. Zij vertellen namelijk dat hij vroeger altijd in zijn leunstoel in slaap viel, zijn benen bedekt onder een geruite deken. Het dekentje ligt nog steeds in Wims kamer, ongebruikt op bed. Samen besluiten ze om weer zo’n leunstoel aan te schaffen en sindsdien gaat Wim elke avond zonder problemen naar zijn kamer.

Wet zorg en dwang

In haar lezing tijdens het Zorg+Welzijn congres Zorgmijders op 12 november 2019, gebruikt hoogleraar Zorgethiek Marian Verkerk deze casus. Het is een casus uit het boek ‘Een pil tegen roepen. Feiten en fabels rond psychofarmaca in de ouderen- en gehandicaptenzorg’, geschreven voor Anne-Mieke den Ouden & Jeroen Schumacher van Vilans. Vanaf aankomende januari is de wet Zorg en dwang van kracht. Deze wet geeft nog meer richtlijnen om ervoor te zorgen dat gedwongen zorg zo lang mogelijk kan worden uitgesteld. Zoals bij Wim, bij wie bleek dat gedwongen zorg niet nodig was toen de hulpverleners beter begrepen wie Wim was en waar hij vandaan kwam.

Onbegrepen gedrag

‘Bij zorgmijders wordt er vaak gesproken over onbegrepen gedrag,’ steekt Verkerk van wal. ‘Dat is voor mij al een onmogelijke term. Want wie begrijpt wie niet? Is Wim’s gedrag onbegrepen door Wim? Door zijn familie? Nee, de enigen die Wim’s gedrag niet begrijpen zijn de zorgverleners. Om dit soort gedrag wel te begrijpen moeten zorgverleners fundamenteel beter luisteren naar hun cliënten en hun sociale netwerk. En juist dat is lastig voor doeners, wat zorgverleners vaak zijn.’

Invullen

Verkerk verwijst naar het boek ‘Thinking fast and slow’ van Daniel Kahneman (ook in het Nederlands verkrijgbaar onder de titel ‘Ons feilbare denken’). ‘Een boek dat jullie allemaal móeten lezen’, zegt ze. ‘Daarin legt Kahneman uit op welke manieren we verhalen van anderen invullen. De eerste manier is anchoring, dat is dat je denkt: ik weet al wat er aan de hand is. Dit is wat het is, hier ligt mijn anker. De tweede manier is availability, een mentale shortcut door te denken: dit lijkt op dat ene geval dat ik al eerder heb gezien. En de derde manier is attribution – dat is een casus invullen door stereotypen te gebruiken. Dat zien we bijvoorbeeld vaak bij mensen waarvan we weten dat ze een psychiatrische achtergrond hebben. Daarvan denken we makkelijk: die zal wel in een waan zitten.’

Zorg voor Wim

Om beter naar de cliënt te kunnen luisteren zonder zelf in te vullen, grijpt Verkerk terug naar een aloude Griekse wijsheid: ken uzelf. ‘Ik wil u’, zegt ze tegen de zaal, ‘uitdagen om uzelf te onderzoeken. Wie bent u? Wat zijn uw normen? En wat is dus het eigen oordeel over de casus en waar komt die vandaan? Realiseer u dat u niet de diepvormende ervaringen hebt die uw cliënt wel heeft en die hem of haar hebben gemaakt tot wie hij of zij is. Probeer de zorg niet te bedenken vanuit de gedachte “Als ik u was geweest zou ik willen dat…” Daarin staat de eigen persoon nogal centraal. Probeer je te verplaatsen in wie je cliënt is, wie Wim is en wat Wim zou willen.’

De mens maakt de zorgverlener

Na de vragen uit de zaal zet Verkerk haar punt nog steviger aan. ‘Ik zeg dus niet: “kijk naar wat de cliënt wil”. Ik bedoel: “begrens uzelf”. Ik vind dat er onder professionals te weinig gesproken wordt over wat maakt wie jij bent. En welke invloed dat op de zorgverlening heeft. De laatste tijd is er veel gesproken over methodisch werken, richtlijnen en protocollen, alsof het niet uitmaakt wie die protocollen uitvoert. Waarmee ik niet zeg, gooi alle protocollen over boord. Zeker niet, maar erken wel dat uw persoonlijke achtergrond invloed heeft op de hulp die u geeft of wil geven. Omarm uw onmacht en grenzen. Maak het expliciet: “Ik denk dit, maar ik kan er volledig naast zitten”. En luister dan naar wat de cliënt erover zegt. Wat lastig is, dat weet ik ook, zeker als er zo op je vingers wordt gekeken en je bij elke misstap ongeveer het hele land over je heen krijgt. En toch, vraag je nog eens af: wie is hier de zorgmijder? En als deze persoon geen zorg krijgt, wiens probleem is dat?’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.