Vertrouwenspersoon jeugdzorg krijgt veel meer klachten

In 2016 zochten bijna 11.000 cliënten contact met een vertrouwenspersoon in de jeugdzorg. Dat is 42% meer dan in 2015. Dat blijkt uit het Jaarverslag van AKJ, vertrouwenspersonen in de Jeugdhulp. De klachten gaan vooral over bejegening, over communicatie en over procedures en besluiten.

In totaal hebben kinderen, jongeren en ouders vorig jaar 14.270 klachten geuit. Zij klaagden het meest over de bejegening. Zoals dat de jeugdhulpverlener zijn cliënt niet serieus neemt of dat hij/zij niet neutraal is. Ook de beslissingen van jeugdzorgers brengen veel klachten teweeg bij ouders en kinderen: ze zijn onvoldoende gemotiveerd of onderbouwd of de cliënt wordt onvoldoende betrokken. Veel klachten kwamen ook binnen over gebrekkige informatie en onvoldoende uitleg over de werkwijze van de jeugdhulpverlener.

Jeugdhulp

Dat blijkt uit het Publieksjaarverslag 2016 van het AKJ, vertrouwenspersonen in de Jeugdhulp. Het AKJ is een onafhankelijke organisatie van vertrouwenspersonen in de Jeugdhulp. Uit het jaarverslag blijkt dat 21.552 vragen, klachten en problemen in 2016 bij het AKJ terecht zijn gekomen. Een kanttekening van de organisatie: ‘Vertrouwenspersonen zien alleen de zaken die niet goed gaan in de jeugdhulpverlening. Daardoor kan zij geen totaalbeeld geven van de kwaliteit van de jeugdhulp.’

Opvallende trends

Verder heeft AKJ ook nog een aantal opvallende trends in de jeugdhulp op een rij gezet. Veel cliënten weten niet waar ze terecht kunnen met vragen en klachten. Ouders ervaren bureaucratie en voelen zich niet serieus genomen in de zorgen rond hun kind.  Opvallend is ook dat in zowel open als gesloten jeugdhulpinstellingen reorganisaties voor onrust bij personeel zorgen. ‘Het is zichtbaar dat die onrust doorwerkt op het leefklimaat van groepen. In open en gesloten instellingen werd veel geklaagd over verschillen in werkwijze en hantering van huisregels.’

Intimidatie

Bij de gecertificeerde instellingen leek er in 2016 onvoldoende capaciteit en continuïteit te zijn, aldus het jaarverslag. Verder levert het zogenaamde ´drang-kader´ in de vrijwillige hulpverlening veel klachten op. Cliënten ervaren de bejegening vaak als intimiderend. Ook wordt te weinig rekening gehouden met cliënten met een licht verstandelijke beperking als het gaat om het duidelijk maken van werkwijze en rapportages.

Verharding leefklimaat

Jongeren in open instellingen lijken meer problematiek te hebben die niet altijd goed past in een open behandelsetting, zo is te lezen in het jaarverslag: ‘De gevolgen daarvan zijn merkbaar in een verharding van het leefklimaat en een afnemend gevoel van veiligheid bij jongeren. In open groepen worden soms beperkende en controlerende maatregelen ingezet. Dat mag niet, maar het gebeurt wel en daarmee worden de grondrechten van kinderen geschonden.’

Vrijheid beperkende maatregelen

In gesloten instellingen komt het voor dat er wet- en regelgeving bij het opleggen en uitvoeren van controlerende en vrijheid beperkende maatregelen niet wordt nageleefd. Fysiek ingrijpen blijft een bron van klachten. Jongeren geven aan dat dit onnodig, te hard, of niet volgens de regels gebeurt, aldus het Publieksjaarverslag van het AKJ.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.