Vertrekkend LVT-directeur Clevers kijkt terug op roerig decennium: ‘Wíj hadden naar de rechter moeten stappen’

In de tien jaar tijd dat hij directeur was van de Landelijke Vereniging voor Thuiszorg, heeft hij nooit zijn mening onder stoelen of banken gestoken. Nu hij op het punt staat “eindelijk iets anders te gaan doen” wil Ferdinand Clevers dan best nog eens kritisch terugblikken op de tumultueuze jaren die zijn sector heeft doorgemaakt. Over het escapisme van politiek Den Haag, de grenzen van doelmatig werken en de voorwaarden voor marktwerking.

‘De thuiszorg heeft de opperste staat van transparantie

bereikt. Doorzichtiger kan het niet. Tot op de gulden is duidelijk waar het geld

naartoe gaat. Er is geen enkele andere sector in Nederland waar de geldstromen

zo helder worden gemaakt. Dat hebben we de afgelopen jaren bereikt en daar ben

ik trots op,’ zegt Ferdinand Clevers in zijn laatste maand als directeur van de

Nederlandse Vereniging voor Thuiszorg (LVT). En inderdaad, hij gaat eigenlijk

iets heel anders doen. In het nieuwe jaar wordt hij voorzitter van de

branchevereniging voor Nederlandse Autolease Maatschappijen. Bijna tien jaar is

Clevers directeur geweest van de landelijke thuiszorgvereniging. Op zich al

opvallend, want voordien verruilde hij zijn functie meestal na vier of hooguit

vijf jaar voor een andere baan. ‘Maar de thuiszorg was midden jaren negentig in

zulke grootscheepse verandertrajecten verwikkeld dat ik het schip niet wilde

verlaten.’

‘De overheid eiste van ons doelmatigheid. Als wij om meer geld vroegen,

haalde de politiek telkens het argument aan dat we eerst doelmatiger moesten

gaan werken. Wij streefden zelf al naar meer efficiency, destijds liepen er in

de thuiszorg al allerlei projecten om de bedrijfsvoering te stroomlijnen. Maar

Den Haag vond dat niet voldoende. Door het samenvoegen van sectoren (de

gezinszorg, kraamzorg en het kruiswerk, red.) zou er veel geld overblijven dat

we konden inzetten. Uiteindelijk hebben de grote regionale fusies er toe

bijgedragen dat er efficiënter werd gewerkt en dat er geld overbleef, maar niet

genoeg om tegemoet te komen aan de stijgende vraag van cliënten.

Begin jaren negentig hebben we al gewaarschuwd dat we ondanks de nieuwe

werkwijzen meer middelen nodig hadden, maar ze wilden er in Den Haag niet aan

dat de vraag zo snel zou groeien. Wij zeiden tegen de politiek: “jullie

ontregelen de sector”. Bewindslieden zeiden: “Kloppen jullie cijfers wel?” Het

politiek escapisme was niet van de lucht. Die houding is ook de voornaamste

reden dat we nu te maken hebben met een enorme verschraling. Er is jarenlang

veel te weinig geïnvesteerd. Nu het klip en klaar is waar ons geld heengaat, kan

de politiek niet meer om ons heen. Nu ziet ze dat ze inderdaad meer middelen

beschikbaar moet stellen en dat gebeurt dus ook.’ Tevens noemt Clevers de

output-financiering, die per 1 januari haar intrede doet, een vooruitgang.

‘Voorheen gold: als het geld op was, dan was het op. Straks krijgen instellingen

de zorg betaald die ze daadwerkelijk geleverd hebben. Daarmee wordt de

zorgbehoefte het uitgangspunt en niet het geld.’

Volgens de LVT-directeur is het niet enkel de toegenomen transparantie die

de overheid ervan heeft overtuigd dat meer middelen nodig zijn. Hij noemt de

rechtsgang die enkele cliënten vorig jaar hebben gemaakt ‘een fundamentele

doorbraak’ in het streven naar recht op zorg. Clevers: ‘De cliënten stonden

lange tijd op de wachtlijst en pikten het niet meer dat ze het moesten stellen

zonder hulp. Ze hebben hun recht op zorg gewoon opgeëist. De rechter heeft, met

zijn besluit om de cliënten in het gelijk te stellen, bepaald dat mensen

wettelijk aanspraak kunnen maken op zorg. Ze betalen ervoor, dus hebben ze er

recht op, wachtlijst of niet.’

‘Achteraf bekeken vind ik dat wij als vereniging zelf eerder naar de

rechter hadden moeten stappen. Misschien hadden we dan eerder extra middelen

gekregen en had de verschraling in de thuiszorg minder hard toegeslagen. Dat is

het enige waarvan ik na tien jaar echt zeg “op dat punt had ik als directeur van

de LVT misschien anders moeten aansturen”. Maar wij hadden ook wel een houding

van “als de politiek ons verzoekt om doelmatiger en klantvriendelijker te

werken, dan zullen we ook laten zien dat we het goed doen. We sluiten alle

vluchtwegen voor de overheid af. We zullen haar laten zien dat we hoe dan ook

meer middelen nodig hebben”.’

Dat enorme streven naar doelmatigheid is de sector niet in de

koude kleren gaan zitten. De term stopwatchzorg spreekt

boekdelen.
‘Nu we die honderd procent transparantie hebben

bereikt, is het tijd om de medewerkers in de thuiszorg meer ruimte te geven. We

hebben de lat de afgelopen jaren steeds hoger gelegd. Onze 155 duizend

medewerkers zijn inmiddels allemaal olympisch kampioen doelmatigheid. Niet alle

handelingen hoeven straks meer op de minuut precies te worden geregistreerd. We

willen medewerkers meer mogelijkheden geven voor een professionele

beroepsuitoefening en daarvoor is een minder rigide systeem van zorgplanning tot

op de minuut nodig. In de toekomst gaan we over op een registratiemethode

waarbij we enkel de normen afleiden uit regelmatige steekproeven.’

U bent niet zo te spreken over het feit dat gemeenten de regie

van de zorg voor 0- tot 4-jarigen van de thuiszorg gaan

overnemen.
‘Ik vind dit besluit van VWS en het kabinet een

historische vergissing. Ik ben van mening dat de zorg voor deze groep het beste

gegarandeerd kan worden via AWBZ-bekostiging, zoals het nu dus loopt. Door de

bekostiging via gemeentefondsen te laten lopen, wordt de continuïteit van de

zorg bedreigd. Het is nu een wettelijk pakket, straks is het een

basistakenpakket waarvan de inhoud toch zal afhangen van de beslissingen die

lokale partijen nemen. Wij zullen als thuiszorg natuurlijk meewerken om de

invoering van een basistakenpakket en de wijziging van de financieringsstructuur

zo soepel mogelijk te laten verlopen, maar ik sta niet te juichen bij deze

verandering.’

Alle berichten over de thuiszorg heeft het imago geen goed

gedaan. Pas volgend jaar beginnen jullie met een grootscheepse aanpak om de

beeldvorming te verbeteren om de arbeidskrapte op te lossen. Is dat niet veel te

laat?
‘Nee, je moet eerst kunnen aantonen dat je sector goed

functioneert voordat je potentiële werknemers probeert over te halen voor je te

komen werken. Dat eerste hebben we inmiddels gedaan. De thuiszorg hoeft zich

niet te schamen voor haar prestaties, zo bleek laatst bij de uitkomsten van het

onderzoek dat in opdracht van stichting Stoom is uitgevoerd naar het imago van

de thuiszorg. Uit het onderzoek blijkt dat vooral cliënten tevreden met ons

zijn. Ze geven ons gemiddeld een 8,2. Dat is mooi. De aantrekkelijkheid van het

beroep van thuiszorgmedewerker is daarbij veel groter dan soms wordt gedacht.

Personeel heeft het vaak over de vrijheid die je als medewerker krijgt en de

relatie “van mens tot mens” met de cliënt. De werkelijkheid is veel mooier dan

de reputatie die we hebben.

U heeft positief gereageerd op een hernieuwde toelating van

particuliere bureaus in de thuiszorg om de huidige tekorten zo snel mogelijk op

te lossen.
‘De samenleving is nu rijp voor marktwerking in de

zorg, eerder was dat niet zo. In 1994 heeft de overheid, zonder er goed over na

te denken, ook particuliere bureaus op de zorgmarkt toegelaten. Dat werd een

fiasco, omdat er toen nog geen mededingingsautoriteit was. Ieder bureau kon

gewoon haar gang gaan. Een dergelijke autoriteit is er nu wel. Wij vinden het

prima dat commerciële aanbieders worden toegelaten op de markt, op voorwaarde

dat er op hen wordt toegezien via de wet Kwaliteit zorginstellingen. En

commerciëlen moeten ook niet de krenten uit de pap gaan halen. Ze moeten niet

alleen mensen willen helpen die in stedelijke gebieden wonen en veel uren zorg

nodig hebben. Ze hebben een acceptatieplicht.’/Jeannine

Westenberg

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.