Taboe op abortus bij jongeren

Seksuele grensoverschrijding onder jongeren blijft een punt van zorg. Ook de conclusie dat veertig procent van de jongeren geen condoom gebruikt bij een onenightstand en het feit dat jongeren vinden dat ze te weinig kennis hebben over thema’s als anticonceptie, voortplanting en soa/hiv verdienen aandacht. Dat stellen Rutgers en SOA Aids Nederland na uitvoering van het onderzoek Seks onder je 25e.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
1-Zoenen-iStock.jpg
Seksuele grensoverschrijding onder jongeren blijft een punt van zorg. Ook de conclusie dat veertig procent van de jongeren geen condoom gebruikt bij een onenightstand verdient aandacht. - Foto: iStock

Het onderzoek Seks onder je 25e werd dit jaar voor de derde keer uitgevoerd en is een onderzoek naar de seksuele gezondheid van jongeren cab 12 tot 25 jaar in Nederland. In 2005 deden bijna 5000 jongeren mee aan het onderzoek, in 2012 waren dit bijna 8000 jongeren en in 2015 hebben 20.500 jongeren een digitale vragenlijst ingevuld met vragen over een breed scala van aan seksualiteit gerelateerde thema’s.

Later beginnen

Uit het onderzoek komen volgens Rutgers en SOA Aids Nederland een aantal positieve ontwikkelingen naar voren. Zo beginnen jongeren later aan seks. Met 18,6 jaar heeft de helft van de jongeren geslachtsgemeenschap gehad, in 2012 was dat nog met 17,1 jaar. Deze trend geldt voor alle vormen van seks: ook de eerste ervaringen met tongzoenen, voelen en strelen, vingeren en aftrekken en orale seks vinden een tot anderhalf jaar later plaats dan vijf jaar geleden. ‘Het opschuiven van de leeftijd van de eerste keer seks is niet direct goed of slecht. Wel positief is dat hierdoor de groep jonge starters (jongeren die hun eerste geslachtsgemeenschap voor het veertiende jaar hebben) kleiner is geworden. Dit is een gunstige trend, omdat jonge starters minder weerbaar zijn en zichzelf minder goed beschermen tegen ongeplande zwangerschap en soa.’

Anticonceptie en homoseksualiteit

Verder is het gebruik van anticonceptie hoog. Bij de eerste geslachtsgemeenschap gebruikt 92 procent van de jongens en 94 procent van de meisjes een anticonceptiemethode. Dat is iets verbeterd ten opzichte van 2012. Met de laatste partner gebruiken vier op de vijf jongeren altijd anticonceptie. Ook dit is (bij de meisjes) iets verbeterd. Tot slot is het aantal jongeren dat homoseksualiteit afkeurt afgenomen. In 2012 keurde de helft van de jongens en een kwart van de meisjes het af als twee jongens elkaar zoenen op straat, in 2017 is dat percentage vrijwel gehalveerd.

Het online verkopen van minderjarige slachtoffers voor seks is de laatste jaren fors gegroeid, volgens Carolien Kooi, projectleider van het meldpunt loverboys voor Watch Nederland. Helaas groeit het aantal aangiften niet. Lees meer >>

Grensoverschrijdend gedrag

Ondanks dat het aantal jongeren dat te maken heeft gekregen met seksueel grensoverschrijdend gedrag is gedaald, is dit toch een thema dat aandacht moet blijven krijgen. Drie procent van de jongens en veertien procent van de meisjes heeft ooit te maken gehad met seksuele grensoverschrijding. Bij twintig procent van de jongens en tien procent van de meisjes die seks hebben gehad tegen hun wil werd gedreigd met geweld, en bij vijftien procent van de jongens en vierentwintig procent van de meisjes die seks hebben gehad tegen hun wil werd geweld gebruikt. ‘Het meemaken van seksuele grensoverschrijding maakt jongeren kwetsbaar om dit opnieuw mee te maken: van de jongeren die seksuele grensoverschrijding hebben meegemaakt, gebeurde dit voor een op de twaalf jongens en een op de vijf meisjes nog een keer door iemand anders. Jongeren die seksuele grensoverschrijding meemaken, praten hier vaak niet over met anderen. Als jongeren er wel over praten, vertellen ze het vooral aan vrienden. Iets meer dan de helft van de jongens en drie op de vijf meisjes die ooit seksuele grensoverschrijding meemaakten, heeft hulp gehad bij de verwerking van deze ervaring.’

Condoomgebruik

Andere belangrijke thema’s zijn volgens het onderzoek condoomgebruik, ongeplande zwangerschap/abortus en een gebrek aan kennis en informatie. Zo blijkt bijvoorbeeld dat veertig procent van de jongeren bij een onenightstand geen condoom gebruikt. ‘Het bij je dragen van condooms is een belangrijke voorspeller voor het gebruik ervan. Van de seksueel ervaren jongens zonder partner heeft 58 procent meestal of altijd condooms bij zich, bij meisjes is dat 24 procent.’

Abortus

Het aantal jongens en meisjes dat te maken kreeg met een abortus (bij negen op e duizend jongens onderging een meisje dat zwanger van hem was een abortus en elf op de duizend meisjes ondergingen ooit zelf een abortus) is vergeleken met andere landen laag. Toch is abortus volgens de onderzoekers een belangrijk thema. ‘Er lijkt een taboe te rusten op het ondergaan van een abortus. Van de meisjes met een abortuservaring geeft 59 procent aan er niet makkelijk over te praten en bijna de helft van deze meisjes schaamt zich voor hun abortuservaring. Desondanks zegt twee derde van deze meisjes helemaal achter de keuze voor een abortus te staan. Twaalf procent staat hier niet (meer) helemaal achter.’

Kennis en informatie

De jongeren die deelnamen aan het onderzoek, geven aan dat de informatie die ze op school krijgen over seksualiteit matig is. Ze beoordelen de informatie die ze krijgen met een 5,8. Voor thema’s als seksuele grensoverschrijding, seksuele diversiteit, seksueel plezier en seks in de media is weinig aandacht. Een meerderheid van de jongeren geeft aan hier geen of weinig informatie over te hebben gekregen. ‘Daarnaast zijn jongeren vergeleken met 2012 wat minder met hun ouders en vrienden gaan praten over verliefdheid, seks, anticonceptie en soa’s. Ook als ze iets willen weten over seks vragen ze het minder snel aan vrienden of vriendinnen en vooral boekjes en tijdschriften worden minder vaak geraadpleegd bij vragen over seks. Jongeren gebruiken vooral internet als informatiebron, maar dat compenseert het verminderde gebruik van andere informatiebronnen niet.’

Groepen

De onderzoekers adviseren om ook specifieke aandacht te houden voor bepaalde groepen. Bijvoorbeeld de jongste groep. ‘Onder 12-14 jarigen zijn maar weinig jongeren seksueel actief. Drie procent van de jongens en twee procent van de meisjes van deze leeftijd heeft ervaring met geslachtsgemeenschap. Deze groep is vergeleken met 2012 ook kleiner geworden. Toch verdient deze groep extra aandacht in voorlichting, hulpverlening en beleid. De kleine groep die op deze leeftijd wél seksueel actief is, lijkt namelijk minder te zijn toegerust om een seksueel contact veilig, prettig en gewenst te laten zijn.’ Ook voor jongeren met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond, zeer gelovige jongeren en jongeren met bijvoorbeeld een negatieve jeugdervaring moet aandacht blijven. ‘Negatieve jeugdervaringen hangen negatief samen met seksuele gezondheid in brede zin. Deze jongeren zijn eerder seksueel actief, kregen vaker te maken met ongeplande zwangerschap en hebben een grotere kans op een negatieve ervaring met sexting of een ervaring met seksuele grensoverschrijding in het algemeen.’

Lees hier de hele samenvatting van het onderzoek >>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.