Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Samenwerken met adviesraden sociaal domein is heel waardevol voor sociaal werkers: 7 redenen

Sociaal werkers en adviesraden sociaal domein hebben gedeelde doelen en belangen. In Delft zoeken zij elkaar daarom regelmatig op, en dat heeft positieve gevolgen. Naila Ghani-Chaudry, lid van de Adviesraad Sociaal Domein en Movisie-onderzoeker Barbara Panhuijzen leggen uit wat deze samenwerking in Delft oplevert.
© Studio Romantic / stock.adobe.com

Adviesraden sociaal domein willen graag meer samenwerken met sociaal werkers. Dat blijkt uit de monitor onder de raden, die onderzoeker Barbara Panhuijzen van Movisie onlangs uitvoerde. ‘Veel adviesraden geven aan dat ze al regelmatig maatschappelijke organisaties spreken om bij hen informatie en signalen op te halen over wat er leeft in de samenleving’, zegt ze, ‘maar het is nog zeker geen gemeengoed.’

Wat is een adviesraad sociaal domein?

Een adviesraad sociaal domein is een onafhankelijk orgaan van inwoners dat het gemeentebestuur adviseert over het beleid rondom zorg, welzijn, werk en inkomen. De raad helpt gemeenten om beleid beter te laten aansluiten bij wat kwetsbare burgers en de lokale gemeenschap nodig hebben. De adviesraad in Delft bestaat uit drie werkgroepen, die corresponderen met de drie grote wetten in het sociaal domein: de Wmo, de Participatiewet en de Jeugdwet. De gemeente stelt lokale verordeningen op om deze wetten uit te voeren, en daarbij vraagt zij de adviesraad om advies. Om dat proces soepel en effectief te laten verlopen, hebben de drie werkgroepen elke twee maanden een informeel overleg met de betrokken beleidsambtenaren.

De wens om samen op te trekken is dus duidelijk aanwezig bij de adviesraden. En ook aan de kant van het sociaal werk is er reden genoeg voor samenwerking, weet Panhuijzen. Onderzoek laat namelijk zien dat sociaal werkers meer en beter willen leren agenderen en politiseren. Intensievere samenwerking met adviesraden kan hen daarbij helpen. Panhuijzen en Naila Ghani-Chaudry, lid van de Adviesraad Sociaal Domein in Delft laten op zeven manieren zien dat samenwerking loont, en waarom dat nu urgenter is dan ooit.

1. Sociaal werkers en adviesraadsleden kunnen elkaar versterken door elkaar te informeren

Elkaar kennen en weten wat de ander doet is heel waardevol, zegt Panhuijzen. ‘Het helpt daarbij als ze elkaar actief informeren over waar ze mee bezig zijn en als ze elkaar uitnodigen bij activiteiten.’ Zo hoorde adviesraadslid Naila Ghani-Chaudry onlangs van de Delftse sociaalwerkorganisatie over een project om intergenerationeel contact te bevorderen. ‘Jong kookt voor oud, heet dat. Een groep tieners, onder wie jonge asielzoekers, kookt drie keer per week voor eenzame ouderen en ze eten vervolgens samen. Dat is voor mij een mooie gelegenheid om bij aan te sluiten, want dan kan ik uit de eerste hand horen en zien wat de uitwerking is van dit project, dat met gemeentelijke financiering tot stand gekomen is.’

2. Samenwerking helpt sociaal werkers om agenderend te werken

Agenderen en politiseren hoort bij de kerntaken van de sociaal werker. Samenwerking met leden van de adviesraad kan sociaal werkers daarbij helpen, legt Panhuijzen uit. ‘Dat heeft te maken met de verschillende posities die het sociaal werk en de adviesraden innemen in het beleidsproces. Sociaal werkers zijn veelal actief in de fase waarin het beleid al staat, zij voeren dat mede uit. Adviesraden zitten aan de voorkant van het traject. Zij zijn aan zet als het beleid nog in ontwikkeling is. Voor adviesraadsleden is agenderend werken dus de corebusiness. Adviesraadsleden kunnen hierdoor signalen van sociaal werkers op de agenda krijgen en het beleid beïnvloeden.’ (zie reden 4 t/m 6).

3. Sociaalwerkprojecten helpen adviesraadsleden om dichtbij de leefwereld te komen

Ghani-Chaudry bezocht onlangs een bijeenkomst van Onwijze moeders, een project in het kader van Preventie met Gezag, om jongeren uit de criminaliteit te houden. Het project wordt deels uitgevoerd door opbouwwerkers van sociaalwerkorganisatie Delft voor elkaar. Ze hoorde hier welke vragen er spelen bij inwoners, direct uit de leefwereld. ‘De moeders bespreken eens per maand de zaken waar ze zich zorgen over maken, zoals vuurwerk, vapen, fatbikes en overvloedig telefoongebruik.’

De laatste keer dat ze er was, hoorde ze over een incident tussen twee minderjarige jongens. ‘Bij de deelnemende moeders riep dit allerlei vragen over veiligheid op, met name over de invloed van sociale media bij dit soort incidenten. De moeders vragen zich af hoe ze kunnen voorkomen dat hun kind slachtoffer of dader wordt. De gemeente en partners vanuit welzijn, veiligheid en verhuur hebben snel geacteerd op dit incident door gezamenlijk een pop-up bijeenkomst te houden op het plein, waar bewoners met zorgen en vragen terecht konden.’

4. Adviesraadsleden kunnen signalen uit de leefwereld adresseren

Ghani-Chaudry heeft binnenkort een afspraak voor het tweemaandelijkse gesprek met de contactambtenaren van jeugd en onderwijs. ‘Dan ga ik zeker de signalen van de Onwijze moeders inbrengen. De invloed en risico’s van sociale media zijn niet alleen vraagstukken voor de opvoeders thuis. Het is ook aan de gemeente om niet alleen op incidenten te reageren, maar er ook beleid op te maken.’ Panhuijzen vult aan dat de adviesraad de signalen vanuit het sociaal werk dus kan vertalen naar het beleidsniveau en ze vervolgens kan bezorgen op de beleidstafels.

5. De gemeente verwelkomt ongevraagde adviezen van de adviesraad

Behalve de gangbare manier dat een gemeente de adviesraad sociaal domein om een advies vraagt bij een conceptversie van een beleidsstuk, is het ook de gewoonte dat adviesraden ongevraagd advies geven, en dat waardeert de gemeente. Ghani-Chaudry verwacht dat de gemeente het vraagstuk van de sociale media wel voldoende zal oppikken. Maar, voegt ze eraan toe: ‘Mocht dat onverhoopt niet het geval zijn, dan zullen wij bij de gemeente op eigen initiatief het belang onderstrepen van trainingen voor jongerenwerkers en wijkagenten, zodat die dit onderwerp op een goede manier met jongeren kunnen bespreken. En we zouden ook adviseren dat deze professionals meer tijd moeten krijgen om de online trends te kunnen signaleren.’

6. De adviesraad kan beleid informeel beïnvloeden

Naast de formele beleidsbeïnvloeding via de gevraagde en ongevraagde adviezen, is er dankzij de goede contacten tussen de adviesraad en de gemeente ook ruimte voor informele beleidsbeïnvloeding. ‘Dat zie je niet letterlijk terug in nota’s of verordeningen, maar die is er wel degelijk’, legt Ghani-Chaudry uit. ‘Wij kennen de planningen van de gemeentelijke beleidsevaluaties. Dat is heel nuttig, want daardoor kunnen wij ervoor zorgen dat we voor die tijd met inwoners én professionals spreken die ermee te maken hebben. Dit zijn echt de momenten waarop het sociaal werk en de adviesraden elkaar kunnen versterken.’

Laatst nog, toen ging het over de brugfunctionarissen, geeft Ghani-Chaudry als voorbeeld. ‘De gemeente heeft een pilot met deze professionals die school, thuis en de wijk met elkaar verbinden. Wij zorgden ervoor dat we van ouders en van professionals hoorden hoe die vinden dat het gaat. Die geluiden spelen wij door aan onze contactambtenaren, zodat die het mee kunnen nemen bij hun beslissing over al dan niet verlengen van de pilot.’

7. Sociaal werkers ervaren het van dichtbij als beleid in de praktijk niet goed uitpakt

Om beleid op een zinnige manier te kunnen beïnvloeden, is het belangrijk om te weten hoe bestaand beleid uitpakt in de praktijk. ‘Daar hoort ook bij’, zegt Panhuijzen, ‘dat de adviesraad nagaat in hoeverre het beleid uitvoerbaar is, dus wat de impact is op de uitvoerders die in de praktijk werken.’

Ghani-Chaudry deed dat onlangs tijdens een bijeenkomst met de sociaalwerkorganisatie. Daar waren onder meer een jongerenwerker, een ouderenconsulent en een maatschappelijk werker. ‘Zij vertelden over waar het schuurt in de opdracht vanuit de gemeente. Bijvoorbeeld over de gewenste impactmeting. De gemeente zou het liefst jaarlijks gekwantificeerd zien hoe succesvol een interventie is geweest, terwijl de impact zich doorgaans niet in het aantal gesprekken of bijeenkomsten laat uitdrukken.’ Dat is nuttige informatie en mogelijk een aanzet om gezamenlijk op zoek te gaan naar andere manieren van impactmeting.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.