‘Met nazorg moet je starten zodra detentie begint’

Wat begon als een lokaal project in een Zwolse Penitentiaire Inrichting (PI), is nu verkozen tot landelijke best practice. Zwolse reclasseringswerkers helpen gedetineerden met een nieuwe werkwijze aan een succesvollere terugkeer in de maatschappij.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
reclassering
Foto: AdobeStock

Niet meer aan het einde van een gevangenisstraf maar meteen aan het begin met alle betrokken partijen en de gedetineerde om tafel: dat is waar het in de nieuwe werkwijze om draait. Deze best practice maakt deel uit van een landelijk bestuurlijk akkoord, dat begin juli is ondertekend door het Ministerie van Justitie, de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), gemeenten en de drie reclasseringsorganisaties (Reclassering Nederland, Stichting Verslavingsreclassering GGZ en Leger des Heils). In het akkoord spreken alle partijen uit dat zij de onderlinge samenwerking gaan intensiveren, om zo de kans op recidive na gevangenisstraf te verkleinen. Jaarlijks keren er zo’n 30.000 ex-gedetineerden terug in de maatschappij. ‘Door vroegtijdig en beter met elkaar samen te werken, kunnen we detentieschade beperken en daarmee ook invloed uitoefenen op het risico op recidive’, zegt reclasseringswerker Margriet te Velde van de PI Zwolle. Zij was betrokken bij het opstellen van het bestuurlijk akkoord en is projectleider van het initiatief.

Langs elkaar heen

Die verbeterde onderlinge samenwerking heeft in de Zowlse PI al vorm gekregen. Sinds mei dit jaar is er binnen tien dagen na de start van een detentie meteen een gesprek tussen gedetineerde, gemeente, reclassering in de PI en de Dienst Justitiële Inrichtingen. ‘In dat gesprek, dat voorheen pas aan het einde van de straftijd plaatsvond, kijken we met elkaar welke hulp- en zorgtrajecten er buiten de PI al lopen, en wat er nodig is om terugkeer in de samenleving succesvol te laten verlopen’, zegt Te Velde. ‘Eerder werkten alle partijen langs elkaar heen, zaten we los van elkaar met de gedetineerde om de tafel. Nu spreken we meteen af wie wat doet en hebben we regelmatig gezamenlijk Trajectbepalingsoverleggen, waarin de gedetineerde en zijn hulpvragen centraal staat.’

Problemen nog groter

Tamara Dol, collega-projectleider en -reclasseringswerker van Te Velde en ook betrokken bij het bestuurlijk akkoord, merkt dat de kans op detentieschade direct afneemt dankzij de nieuwe werkwijze. ‘Tijdens detentie worden problemen van mensen vaak alleen nog maar groter. We hadden net een casus van een mevrouw zonder justitieel verleden, die in zak en as in detentie kwam voor een klein vergrijp. Ze maakte zich zorgen om een nog uitstaande taakstraf; daar kon ik meteen achteraan. Ook was ze bezorgd om haar huur tijdens de detentie; de nazorgcoördinator ging meteen bellen en mevrouw bleek richting huisuitzetting te gaan. Dat konden we nu voorkomen’ , schetst Dol als voorbeeld. ‘Of een jonge gedetineerde die nog thuis woonde. Hij bleek mantelzorger voor zijn ouders, die zonder hem in de problemen kwamen. Familie en netwerk zijn belangrijke beschermende factoren in de kans op recidive, dus het is mooi als je daar vroegtijdig in kunt investeren.’

Nazorg naar voren

Door deze aanpak staan gedetineerden ook meer open om aan eigen herstel te werken en zelf verantwoordelijkheid te voelen voor terugkeer in de maatschappij, merkt Te Velde. ‘Je geeft mensen aan het begin van hun detentie rust in hun hoofd, iedereen weet in een vroeg stadium wat er allemaal moet gebeuren. En het betekent voor ons als reclasseringswerkers dat we minder ad hoc hoeven te werken’, zegt ze. ‘We hebben de nazorg naar voren gehaald’, vult collega Dol aan. ‘Met deze werkwijze kopen we tijd, en na elk Trajectbepalingsoverleg zeggen we tegen elkaar: “Wat voelt dit eigenlijk logisch, om zo te werk te gaan.”’

Samen starten

De Zwolse werkwijze is in het bestuurlijk akkoord opgenomen als inspirerende best practice voor andere gemeenten en PI’s. Te Velde: ‘Ons vernieuwde werkproces ging van start onder de naam “Kort gestraften met een plan de deur uit”, maar inmiddels zijn de ontwikkelingen zo ver dat die naam niet meer passend is. We werken ook met lang gestraften en voor gedetineerden in de preventieve detentie op deze integrale manier, dus we gaan nu verder als “Samen starten”. We hopen een voorbeeld te zijn voor andere gemeenten en PI’s, waar men vaak nog denkt dat deze manier van werken niet haalbaar is door allerlei organisatiebelangen. Dat hoeft dus niet het geval te zijn, bewijzen wij.’

1 REACTIE

  1. Detentieschade. Het heeft even geduurd voor dit woord wilde landen. De schade die ontstaat doordat iemand in detentie moet. Je moet er maar opkomen. Is detentie juist niet bedoeld om iemand weg te houden uit de maatschappij om verdere schade te voorkomen, te straffen voor de schade die is aangericht en te werken aan besef van de schade die is aangericht?
    De volgende stap zou ik me kunnen voorstellen is deze: geen detentie meer, maar in de maatschappij werken aan het weer volgens de normen van deze maatschappij (welke zijn dat?) leren te leven.
    Ergens gaat er dan iets gruwelijks mis.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.