Uitspraak onder de loep: Helderheid over de inzet van opsporingsmiddelen gevraagd

Drie recente uitspraken laten zien dat de beide hoogste bestuursrechtelijke colleges verschillend denken over de inzet van opsporingsmiddelen. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State en de Centrale Raad van Beroep zien zowel de legitimiteit als de wettelijke basis verschillend. Dat vraagt om verduidelijking.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Zoek de verschillen tussen de volgende drie uitspraken. Als eerste die van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (RvS), over het beëindigen van de permanente bewoning van een recreatiewoning, waarbij de toezichthouder een fotocamera inzette1: ‘Gelet op het aantal, de frequentie en de intensiteit van de observatie en fotografie vormen deze waarnemingen een inbreuk op het recht op privéleven. Een dergelijke inbreuk moet gelet op artikel 8 tweede lid van het EVRM een wettelijke grondslag hebben. Artikel 5.2 eerste lid onder a. en b.

0
2

Wil je dit premium artikel verder lezen?

Sluit eenvoudig een gratis proefmaand af of neem een abonnement om dit artikel en alle andere premium berichten onbeperkt te lezen. Wil je dit?

Ben je al abonnee? Log dan in en lees verder

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.