Maatschappelijke opvang moet ‘de vinger opsteken’ over gebrek hulp

Bestuurders van instellingen voor maatschappelijke opvang moeten bij de gemeenten aan de deur rammelen als het budget niet toereikend is. Dat is een van de aanbevelingen in het rapport Lenferink over kinderen die in de opvang terecht komen met hun ouder(s). Hulp aan deze kinderen, die vaak uit een situatie van huiselijk geweld of huisuitzetting komen, blijft achter.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Een kind dat met zijn ouder(s) in de maatschappelijke opvang komt, krijgt lang niet altijd hulp of de juiste hulp. Dat valt op te maken uit het rapport van de Leidse burgemeester Henri Lenferink over kinderen van cliënten in opvanginstellingen. De kinderen worden wel doorverwezen naar jeugdhulp als dat nodig is, maar de eerste hulpvraag in de opvang zelf kan veel beter. ‘Het is financieel lastig om kinderen door goed geschoold personeel te laten begeleiden.’

Maatschappelijke opvang

Jaarlijks verblijven enkele duizenden kinderen gemiddeld zo’n 8 maanden in de vrouwenopvang en in de maatschappelijke opvang. Bijvoorbeeld vanwege huiselijk geweld of na huisuitzetting. Begin februari werd een motie aangenomen in de Tweede Kamer die aangaf dat kinderen in de opvang een onafhankelijke cliëntpositie moet krijgen, met een eigen intake en een eigen plan voor passende zorg. Lenferink kreeg opdracht na te gaan wat het beleid hierin is in gemeenten. Hij onderzocht 6 gemeenten: Rotterdam, Den Bosch, Utrecht, Zaanstad, Helmond en Venlo.

Veerkracht

Iedereen in de vrouwen- en maatschappelijke opvang heeft aandacht voor de eigen vragen van kinderen. Maar ‘zelfs waar serieus werk wordt gemaakt van de hulp aan kinderen in de opvang, blijft het financieel lastig om alle kinderen te laten begeleiden door voldoende geschoold personeel’, aldus de “Eindrapportage Lenferink in de maatschappelijke- en vrouwenopvang”. Verder moeten instellingen gaan werken met een bewezen effectieve methodiek: “Veerkracht”, die speciaal voor kinderen in deze situatie is gemaakt. Dat gebeurt over het algemeen wel in de vrouwenopvang, maar niet in de maatschappelijke opvang.


autismeKinderen ervaren te weinig steun van hulpverleners. Juist de kinderen die het al moeilijk hebben, ervaren minder steun van de volwassenen om hen heen. Dat blijkt uit recent onderzoek van Het Vergeten Kind. ‘Daar waar ouders geen veilige basis kunnen bieden, is het extra belangrijk dat andere volwassenen positieve aandacht geven. En dit gebeurt te weinig.’ Lees meer>>


Gebrek aan financiële middelen

Een van de aanbevelingen in het rapport is dat de opvanginstellingen moet zorgen voor een aparte gezinslocatie zodra er kinderen bij zijn betrokken. En dat kinderen als zelfstandige individuelen worden ondersteund. Gebrek aan financiële middelen speelt vaak een rol in de inzet van deskundige begeleiding. Maar het is wel noodzakelijk, zegt Lenferink. Dan maar beter bij de gemeente aankloppen voor meer geld.

Vinger opsteken

Dat aankloppen bij de gemeente mogen bestuurders van instellingen misschien wel eens wat vaker en indringender doen, volgens de rapporteur: ‘Van een professionele bestuurder wordt verwacht dat je je sterk maakt richting opdrachtgevende gemeenten als je vindt dat kinderen niet de begeleiding krijgen die ze nodig hebben, bijvoorbeeld omdat je de middelen daarvoor niet hebt. Het goed willen houden van de relatie is een slechte reden om je vinger niet op te steken.’

Wil je het hele rapport lezen, klik dan hier voor de “Eindrapportage Lenferink over kinderen in de maatschappelijke- en vrouwenopvang”>>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.