Kinderen ervaren te weinig steun van hulpverleners

Juist de kinderen die het al moeilijk hebben, ervaren minder steun van de volwassenen om hen heen. Dat blijkt uit recent onderzoek van Het Vergeten Kind. ‘Daar waar ouders geen veilige basis kunnen bieden, is het extra belangrijk dat andere volwassenen positieve aandacht geven. En dit gebeurt te weinig.’
Foto: AdobeStock

Ruim 100.000 kinderen groeien in Nederland op in gezinnen met meervoudige problemen zoals armoede, huiselijk geweld en verwaarlozing. Bij bijna 55.000 kinderen gaat het zodanig mis, dat thuis wonen niet meer mogelijk is. Een breed gedeelde overtuiging in de wetenschap is dat kinderen die het ‘redden’ vaak in elk geval één goede relatie hebben gehad met een steunende volwassene. Een kind heeft positieve relaties met anderen nodig om zich goed te voelen en zich te kunnen ontwikkelen. Het maakt hen veerkrachtig. Uit onderzoek van Het Vergeten Kind blijkt echter dat juist de kinderen die opgroeien met meerdere problemen, minder steun ervaren van hun ouders of andere volwassenen om hen heen. In het onderzoek, waar 377 kinderen aan meewerkten, werd de deelnemers gevraagd wat er beter kan. Wat hen betreft, is daar ook een rol voor professionals weggelegd.

Luisteren

Kinderen geven aan dat ze zich soms al geholpen voelen als er iemand écht naar ze luistert. Ook doorvragen wordt door hen ervaren als oprechte aandacht. ‘Uit de gesprekken blijkt dat jongeren die niet meer thuis wonen, niet altijd hun verhaal kwijt kunnen. Er zijn wel hulpverleners, maar die hebben niet altijd écht tijd precies op het moment dat jij wil praten. Toch is het gevoel direct bij iemand terecht te kunnen met je verhaal, heel fijn. En dat er dan geluisterd wordt zonder te oordelen, is nog belangrijker.’

Niet zomaar laten vallen

Kinderen en jongeren vinden het extra bijzonder als een hulpverlener buiten werktijd bereid is hen te helpen of als een hulpverlener contact met ze blijft houden ook nadat ze dat vanuit hun professie eigenlijk niet meer hoeven te doen. Een zeventienjarige respondent zegt hierover: ‘Ik heb op best wel veel plekken gewoond en ik heb een aantal hulpverleners waar ik nog steeds contact mee heb en die dan, maakt niet uit waar je zit, wel op een manier contact blijven houden …. Als zij je dan wel helpen terwijl je op een andere groep zit, of een luisterend oor bieden is dat sowieso wel prettig. Dan merk je dat ze je niet zomaar laten vallen.’


Jarenlang onder toezicht staan van jeugdzorg, maar op je achttiende verjaardag ineens niet meer. Want je bent volwassen. Niet dus. En dan? Lees dit PREMIUM artikel >>


Gezien worden

Ook gezien worden is iets wat volgens de deelnemers aan het onderzoekt helpt om hen te steunen en veerkrachtiger te maken. En dat gezien worden kan al in de kleine dagelijkse dingen. Doordat ze bijvoorbeeld een kaartje of een compliment krijgen, doordat een ander een spelletje met ze wil spelen of doordat iemand oprecht wil weten hoe het met ze gaat.

Erbij horen

Volgens de onderzoekers, voelen jongeren die al veel hebben meegemaakt zich vaak anders dan anderen. Dit wordt extra bevestigd als ze in een hokje worden gestopt. Dit kun je als hulpverlener voorkomen door jongeren het gevoel te geven dat ze erbij horen, door ze mee te laten doen aan activiteiten en ze te behandelen zoals je hun leeftijdsgenoten ook behandelt.

Stabiliteit

Tot slot geven de jongeren in het onderzoek aan dat het hen helpt als volwassenen vertrouwen geven en ze het gevoel geven er voor hen te zijn. ‘In de gesprekken wordt duidelijk dat juist de jongeren die het moeilijk hebben, deze stabiliteit en continuïteit niet ervaren. Ouders zijn voor bijna alle jongeren belangrijk, maar voor jongeren die wonen binnen de jeugdzorg, is het contact met ouders niet altijd stabiel. Ze houden zich bijvoorbeeld niet aan afspraken of zitten soms zelf niet goed in hun vel.’ De onderzoekers stellen dat een professional een deel van die stabiele rol over zou kunnen nemen. Dit blijkt echter niet zo gemakkelijk als het lijkt. ‘Van de kinderen die niet thuis wonen heeft 34 procent het gevoel terecht te kunnen bij zijn of haar hulpverlener, 48 procent krijgt weleens complimentjes van de hulpverlener en 35 procent kan zichzelf zijn bij de hulpverlener. Maar 34 procent heeft het gevoel dat de hulpverlener er altijd voor hem of haar is. Deze percentages zijn niet zo hoog. Dat lijkt met name te komen door de vele wisselende hulpverleners waar de jongeren mee te maken krijgen.’

Week van het vergeten kind

Het Vergeten Kind zet zich in voor kinderen die opgroeien in gezinnen met meervoudige problematiek. Sinds 2014 wordt jaarlijks een Week van Het Vergeten Kind gehouden. Ieder jaar krijgt wordt er tijdens de week aandacht gevraagd voor een urgent probleem of een belangrijk onderwerp. Dit jaar is het thema van de Week van Het Vergeten Kind, gehouden van 29 januari tot en met 4 februari, ‘Een klein gebaar van echte aandacht’.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.