LHV-voorzitter Van Velzen: ‘De huisarts verdwijnt en de politiek doet er niets aan’

Politici en beleidsmakers noemen de huisarts steevast de spil van de gezondheidszorg. Dat is heel mooi, vindt Roeland van Velzen, huisarts en voorzitter van de Landelijke Huisartsen Veeniging. Alleen zouden diezelfde politici en beleidsmakers ook eens maatregelen moeten nemen om de functie te behouden. 'Als we zo doorgaan is de zorg straks volledig ziekenhuis-georiënteerd. Dan moet iedereen naar de polikliniek.'

Al jaren buitelen de plannen om de gezondheidszorg te

verbeteren over elkaar heen. Bijna elk plan kent de huisarts een prominente rol

toe, of het nu gaat om preventie, de bewaking van de toegang tot de ggz, de

zichtbaarheid van de verslavingszorg of het terugdringen van de uitgaven voor

medicijnen. Huisartsen moeten meer samenwerken, is steeds de boodschap. Met de

Riagg, het AMW, de eerstelijnspsycholoog, de apotheker, de GGD, de thuiszorg,

het ziekenhuis. Onlangs lanceerde voormalig staatssecretaris van volksgezondheid

Simons nog een plan waarin de huisarts wordt gebombardeerd tot beheerder van

zorgbudgetten. De huisartsen wijzen vrijwel elk voorstel af. Wij zijn niet

gehoord en we hebben het al veel te druk, is telkens de teneur van hun

reactie.

Wat is de achtergrond van die houding van huisartsen? Is het niet prettig

om zo prominent in beeld te zijn?’Dat de huisarts centraal staat is niet

nieuw. Als diagnosticus, adviseur en gids is hij van oudsher de centrale figuur

in de Nederlandse gezondheidszorg. De huisarts is zeer gemakkelijk toegankelijk

voor patiënten, die steeds meer te maken krijgen met uitdijende instituten. De

huisarts werkt – nog – op een menselijke maat. En nu ineens ontdekken de

managers de huisarts. Maar die kijken met een managersblik naar onze

beroepsgroep. Alles moet gestroomlijnd worden en wij moeten dat maar doen. Maar

wat de huisarts wil is dat de functie van huisarts behouden blijft.’

Staat die dan ter discussie?‘Nee, maar de

huidige omstandigheden leiden ertoe dat de huisarts verdwijnt. En de politiek

reageert daar niet op. Wat is er aan de hand? Een derde van onze achterban is

vijftig jaar of ouder. Wij hebben goed gespaard, dus wie wil kan vervroegd

uittreden. Dat zal ook steeds meer gebeuren, want de diensten worden zwaarder.

De invulling van het begrip “spoedeisend” is bijvoorbeeld totaal veranderd. Om

een voorbeeld te geven. Tegenwoordig krijg ik bij de avonddienst tussen zes en

zeven een golf aan telefoontjes van ouders die terugkomen van het werk en hun

kind opgehaald hebben bij de oppas of de kinderopvang. Die willen advies over

dingen die die dag gebeurd zijn. De maatschappij is veranderd. Je kan die dingen

niet tegengaan. Je moet de arbeidsomstandigheden verbeteren om te voorkomen dat

deze oudere groep vroegtijdig vertrekt. En dan heb je de jonge huisartsen die

niet meer 52 uur per week willen werken, exclusief hun diensten. Ze willen wel

hard werken, maar nog maar 40 uur. Wil je hen voor het beroep behouden, dan moet

je de dienstenstructuur verbeteren. Er moeten simipelweg meer huisartsen komen.

36 per jaar extra, zoals Borst heeft toegezegd, is niet genoeg. In Tilburg en

Amersfoort zijn al praktijken gesloten omdat er geen opvolgers zijn. Het is

voorspeld. Het Nivel heeft berekend dat er nu jaarlijks 495 jonge artsen in

opleiding moeten om in 2010 voldoende huisartsen te hebben.’

Maar minister Borst heeft voor de huisartsen toch 260 miljoen

extra ter beschikking gesteld?
‘Dat geld is voor

praktijkondersteuning en onkostenvergoedingen bij verbouwingen en

managementondersteuning. Dat is allemaal nodig om de toenemende zorgvraag op te

vangen. Maar om de arbeidsomstandigheden te verbeteren is er meer nodig. In

Rotterdam, Den Haag en Nijmegen zijn centrale doktersposten opgezet. De

patiënten zien het als een lichte verbetering ten opzichte van vroeger, maar

voor de artsen is de satisfactie torenhoog. Een huisarts wil liever heel hard

werken dan voortdurend beschikbaar moeten zijn. Zo’n post heeft bovendien als

voordeel dat het meer samenhang in de huisartsenwereld brengt. Op dit moment

zijn die posten als project gefinancierd en dus eindig. Wil je dat in heel

Nederland invoeren, dan heb je zo’n 100 miljoen nodig. En er moet geÔnvesteerd

worden in de salarissen van de huisartsen in opleiding. Die worden betaald uit

de rijksbegroting en daarmee ligt ons verlanglijstje op het bordje van de

politiek. De politici staan niet voor de vraag hoe zij de huisarts de spil

moeten maken van de hele gezondheidszorg, de kwestie is hoe zij de

huisartsenzorg denken te behouden.’

Een paar berichten van de laatste weken. Huisartsen zouden

zorgburgetten moeten gaan beheren. Nee, zegt u.
‘In Engeland

heeft men daar zeer slechte ervaringen mee. Huisartsen zijn dokters. Laat ze dat

blijven. Die moeten zich niet met budgetten bemoeien.’

In Limburg is een groots plan gepresenteerd om te

transmuraliseren. Nee, zeggen de huisartsen
‘Als je in die

grootse plannen het takenpakket van de huisarts flink verzwaart zonder hem

daarin te kennen, dan is het geen wonder dat hij zegt: de pot op. Ik ben ervan

overtuigd dat de huisartsen meedoen als zij gefaciliteerd worden. Bij

transmuralisering moet er geld van de tweede naar de eerste lijn. En niet alleen

naar huisartsen, ook naar verpleegkundigen. Huisartsen willen wel meewerken,

maar niet in een groot instituut.’

U zegt nee tegen marktwerking‘Wij zeggen nee

tegen de Nederlandse Mededingingsautoriteit die vindt dat huisartsen met elkaar

moeten gaan concurreren op prijs. Af en toe ben ik echt verbijsterd. Ik neem het

de NMa niet kwalijk, zij kijken met een bril van Economische Zaken naar de

artsenwereld en zien dan kartelvorming. Geen wonder. De hele gezondheidszorg is

één groot kartel. Huisartsen willen helemaal niet op prijs concurreren, dat is

niet dienstig aan de zorg. Je krijgt allerlei fricties en heft de samenhang op.

Wat ik niet begrijp is dat het kabinet er niet op reageert. Want voor je het

weet kijgen we een definitieve brief van de Nma en dan mÛeten we er gehoor aan

geven. En wat krijg je dan als er te weinig artsen zijn? Dat de prijs omhoog

gaat. Alleen bij een overschot aan artsen zou de prijs omlaag gaan. Jorritsma en

Kok moeten tegen de NMa zeggen dat ze zich niet met de huisartsen moet

bemoeien.’

Kan de huisarts niet beter constructief meedenken met de

plannenmakers in plaats van almaar njet te roepen?
‘Dat nee

roepen komt omdat de huisarts zich bedreigd voelt. Hij krijgt er steeds meer

taken bij terwijl de zorgvraag ook maar doorgroeit. Die plannenmakers bedenken

dingen die niet van toepassing zijn op de wereld zoals de huisarts die ervaart.

Wij willen wel samenwerken met het AMW en de Riaggs en de

eerstelijnspsychologen, maar dan moeten er wel genoeg van zijn en moeten die

instellingen geolied werken. De psychosociale zorg is in Nederland niet goed

geregeld. Overigens komen de mensen met psychosociale problemen toch wel bij

ons. Van de week nog had ik een moeder met een dochter die problemen had. Dan

nemen wij samen de wachtlijsten door. Voor de Riagg moet je zes ‡ zeven maanden

wachten, voor een vrijgevestigde therapeut 5 maanden. Dan heeft het toch geen

zin om poortwachter te zijn? Wat ik in zo’n geval kan doen is bellen voor die

mevrouw en druk uitoefenen. Dan kan ze misschien binnen een paar weken terecht.

Maar dat kost me dan weer wel ettelijke telefoontjes.’

Hoe moet het dan verder?‘De plannenmakers

kunnen wel plannen blijven smeden, maar volgens mij is nu het kabinet aan zet.

Dat moet keuzes maken en uitspraken doen. De huisarts moet in de

basisverzekering, maar daarover kunnen we pas in het volgende kabinet uitspraken

verwachten. Intussen verliezen we kostbare jaren. Als de politiek niet ingrijpt,

dan krijgen we over tien, twintig jaar een volledig ziekenhuis-georiënteerde

zorg. Zestig grote ziekenhuizen met nevenvestigingen. Het is zeer wel denkbaar

dat het daar naartoe gaat. Je ziet de volle wachtkamers al voor je.’/Lucie Th.

Vermij

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.