Justitie in de Buurt gaat mogelijk vaker ingezet worden: Maatwerk voor bulkzaken

In zes jaar tijd is het aantal bureaus Justitie in de Buurt (JiB) gestegen van drie naar dertig. Onlangs verscheen het evaluatieonderzoek ‘Met Recht Lokaal’ waaruit blijkt dat de JiB’s, na een moeizaam begin, hun bestaansrecht hebben bewezen. Het kabinet overweegt de methode meer in te zetten. Maastricht startte als één van de eerste gemeenten met een JiB. ‘Wij lossen zaken echt op’.

De eerste verdachte die wordt voorgeleid in het

buurthuis is een bekende van de rechtbank. Ook dit keer worden hem een hele

reeks aan overtredingen en misdrijven ten laste gelegd. Rijden zonder geldig

rijbewijs, niet naleven van ontzeggingen, rijden onder invloed.

Het lukt noch de rechter noch de officier van justitie de man ervan te

overtuigen dat hij iets fout heeft gedaan. Iedereen is op hem uit, vindt hij

zelf. Dat rijden tijdens een ontzegging, ja, daar kan hij toch niets aan doen.

Hij werkt in de nachtdienst en dan rijden er geen bussen. Wil de rechter dan

even vertellen hoe hij naar zijn werk moet komen? En dat rijden onder invloed?

Ja zeg, kom op, de politie stond hem gewoon op te wachten toen hij om twee uur

uit het café kwam. Dan weet je dat mensen hebben gedronken. En hij had nog geen

vijftig meter gereden.

‘Maar u weet toch dat u met alcohol op achter het stuur een grotere kans op

ongelukken heeft’, probeert de rechter nog. Maar de verdachte vindt dat onzin.

Wat maken die paar biertjes nou uit? Hij is ook vast van plan om met de auto

naar zijn werk te blijven gaan, ontzegging of niet.

De rechter is het gedrag van de verdachte zat. Het vonnis liegt er niet om:

een taakstraf van zestig uur, een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier

weken, drie boetes van in totaal 1800 euro en twee ontzeggingen van de

rijbevoegdheid van ieder negen maanden. De twee auto’s die in beslag zijn

genomen, is hij voorgoed kwijt. ‘Het is niet meneer de B. die bepaalt wat er in

deze samenleving mag en niet mag, maar de wet,’ voegt de rechter hem nog toe.

Niemand gelooft dat dit het laatste bezoek van de heer B. aan de rechtbank

is.

Zuivere vorm

De zaken die deze woensdagochtend voor de rechter komen, verschillen niet

van de zaken die de rechtbank doorgaans afhandelt. De plaats van handeling

echter wel. In het kader van ‘Justitie in de Buurt’ doet de rechtbank haar werk

in het buurthuis in de Maastrichtse wijk Wittevrouwenveld. De rechtszaal was

even daarvoor nog een ruimte waarin de kien- en klaverjasavonden worden

gehouden. Nu lopen er twee geüniformeerde parketwachters. Achter een paar

tafeltjes hebben de in toga geklede rechter, griffier en officier van justitie

plaatsgenomen. Zelfs het in rechtbanken verplichte portret van koningin Beatrix

en wijlen Prins Claus is aanwezig. Een plaat van de heks van sneeuwwitje is

verwijderd.

Onlangs verscheen het evaluatieonderzoek ‘Met Recht Lokaal’ van het

Instituut voor Maatschappelijke Veiligheidsvraagstukken (IPIT) waaruit blijkt

dat de JiB’s, na een moeizaam begin, hun bestaansrecht hebben bewezen. Het

kabinet overweegt de methode, na meer onderzoek, vaker in te zetten. Maastricht

heeft ervoor gekozen het Justitie in de Buurt-project in zijn meest zuivere vorm

te hanteren. Als één van de eerste JiB-bureaus van Nederland ging het project op

1 februari 1997 van start, met het doel onveiligheid aan te pakken op de plaats

waar de problemen zich voordoen: in de buurten. Het project richtte zich

allereerst op de probleemwijk Wittevrouwenveld. Later zijn daar andere buurten

aan toegevoegd. JiB-Maastricht is een samenwerkingsverband van het parket

Maastricht met de politie, reclassering, Slachtofferhulp, HALT, Raad voor de

Kinderbescherming en het Buro voor Rechtshulp. Behalve met de rechtszittingen in

de buurt komt de buurtgerichte aanpak van JiB tot uiting in taakstraffen in de

buurt en in dading. Dat laatste houdt in dat slachtoffers en verdachten onder

begeleiding van een dadingfunctionaris gesprekken houden om tot oplossing van

een conflict te komen. Een mogelijke strafvervolging kan daarbij als stok achter

de deur dienen.

Spil van JiB is het casusoverleg. Iedere woensdagochtend vergaderen de

justitiële partners over zaken die door de politie worden voorgedragen. De

voornaamste criteria daarbij zijn dat het delict zich in deze wijk heeft

afgespeeld of dat de dader in de buurt woont. Vervolgens wordt de verdachte,

uiterlijk twee weken na het gepleegde feit, opgeroepen voor een gesprek. Binnen

tien tot twaalf weken vindt de zitting in het buurthuis plaats. Buurtbewoners

kunnen daarbij aanwezig zijn. De zittingen worden via de lokale media bekend

gemaakt.

Inmiddels draaien er in Nederland dertig JiB-projecten. Echter lang niet

allemaal volgens de Maastrichtse aanpak. Veel JiB-bureaus hebben zich toegelegd

op een preventieve en alternatieve manier van werken, buiten de strafrechtsketen

om. Dat is bijvoorbeeld het geval in Groningen en Amsterdam. JiB heeft zich daar

ontwikkeld tot een methodiek die in een groter gebied van een bepaalde wijk kan

worden ingezet om bijvoorbeeld groepen jongeren die overlast veroorzaken aan te

pakken, informatie te verschaffen aan bewoners en via bestuurlijke netwerken de

onveiligheid aan te pakken.

Schandpaal

‘De zaak Ter Berg, zittingszaal 5’, klinkt een harde stem uit het niets.

Het contrast met de rechtszittingen in het buurthuis en die in het gebouw van

Justitie is levensgroot. Verdachten, advocaten en slachtoffers wachten in een

grote hal op de behandeling van hun zaak. Een bord met lichtgevende letters

boven de hoofden van de balie met parketwachters geeft aan welke zaak in welke

zaal wordt gehouden. De spreuken die in de vloer zijn uitgehouwen werken de

vervreemding nog eens extra in de hand. Sommigen zijn in het Latijn, anderen in

het Nederlands. ‘Als men het kleine met het grote kan vergelijken’, luidt één

ervan. Wat ermee wordt bedoeld is niet duidelijk. Maar het illustreert wel het

contrast tussen de grootschalige rechtspraktijk ten kantore van Justitie en de

aanpak volgens het JiB-principe.

In het Justitiegebouw heeft officier van justitie Inge van Hilten haar

kantoor. Volgens Van Hilten zijn snelheid, zichtbaarheid en maatwerk voor

bulkzaken de kernwoorden die aan het succes van het Maastrichtse JiB-project ten

grondslag liggen. Zelf was ze vijf jaar lang officier van justitie bij de

JiB-zaken. ‘De drempel om naar de rechtbank te komen is voor verdachten minder

groot. Ze kennen het buurtcentrum vaak al van het peuterspeelzalenwerk, het

consultatiebureau of de kienavonden. Het opkomstpercentage is veel hoger dan bij

de reguliere rechtbank. Daarbij vervullen de rechtszittingen in het buurthuis

ook een voorbeeldfunctie. Mensen zeggen vaak: “mijn buurman mag alles, en ik

wordt gestraft voor het kleinste vergrijp”. Dat komt omdat de strafrechtelijke

afdoening in de reguliere rechtbank zich aan de waarneming van de buurt

onttrekt. Hier zien ze dat er wel degelijk vervolg wordt gegeven aan misdrijven

en overtredingen. Dat verhoogt het gevoel van veiligheid en vertrouwen in de

politie.’

Daar staat echter wel tegenover dat het afhandelen van strafzaken in de

buurt een moderne versie van de schandpaal kan zijn. Daar is het openbaar

ministerie zich volgens Van Hilten steeds bewust van geweest. ‘In het begin

zeiden we tegen elkaar: kunnen we het wel maken om mensen in hun eigen wijk te

bestraffen? Tast het de privacy niet te veel aan? We hebben besloten eerst te

beginnen en bij klachten daarover te kijken wat we, afhankelijk van de

argumenten, daarmee zouden doen.We zijn nu vijf jaar en honderden strafzaken

verder, en nog nooit heeft een verdachte of een advocaat daar een punt van

gemaakt.’

Een sterk punt is volgens de officier van justitie dat de JiB-aanpak ingaat

op de oorzaak van problemen. ‘De reguliere rechtspraak handelt zaken vaak

standaard af. Een ruit ingegooid? Vijfhonderd euro boete. Er wordt wel

opgetreden, maar het probleem blijft overeind. Dat breken we met deze aanpak

open. Dan blijkt bijvoorbeeld dat de ruit is ingegooid door een broer van een

vrouw uit onvrede over de verdeling van een erfenis. Wij zorgen er dan voor dat

die mensen, onder begeleiding, met elkaar praten en samen tot een oplossing

komen.’

Ook de snelheid waarmee een zaak wordt afgedaan draagt volgens Van Hilten

bij aan het succes. ‘Als een hond een stuk vlees steelt, heeft het weinig zin

hem daar een week later nog voor te straffen. Ook bij mensen haalt het weinig

uit wanneer ze anderhalf jaar na het plegen van een delict nog eens een straf

krijgen. Dan hebben ze het al verdrongen of ermee leren leven. De daders willen

zelf ook graag een snelle afdoening. Dan kunnen ze er een punt achter zetten, ze

kunnen verder met hun leven.’/Eric de Kluis

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.