Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties1

Hulpverlener moet voorkomen dat uit huis geplaatst kind contacten verliest

Meike Bergwerff
Redacteur Zorg+Welzijn
Kinderen die uit huis geplaatst worden, verliezen vaak het contact met hun directe omgeving als hulpverleners niet met hen samenwerken. Stichting Het Vergeten Kind wil dat het belang van de verbinding tussen ouder(s) en kind prioriteit wordt. ‘De zorg moet zich richten op het hele netwerk rondom het kind.’
Foto iStock

Zonder goede hulpverleners verliezen kinderen die niet thuis wonen het contact met ouders, familie en vrienden. Zo begint Stichting Het Vergeten Kind zijn onderzoeksrapport nadat ze 72 kinderen en vijftien hulpverleners spraken over de hulpverlening. Zo zegt 56 procent van de kinderen dat ze sinds uithuisplaatsing het contact zijn verloren met minstens één iemand die belangrijk voor ze was.

Er zijn in Nederland ongeveer 42.000 kinderen die niet thuis wonen, maar in een pleeggezin, op een groep of in een gezinshuis. Als ouders en hulpverleners die bij deze kinderen betrokken zijn niet samenwerken, is dit schadelijk, aldus de Stichting. ‘Kinderen hebben hun wortels nodig en komen in een loyaliteitsconflict terecht als er geen connectie is tussen hun hulpverleners en hun netwerk’, aldus het rapport. 

Te weinig tijd

Uit de gesprekken blijkt dat de hulpverleners tegen problemen oploopt, zo hebben ze te weinig tijd om in het netwerk te investeren. Ook zijn er lange wachttijden voor hulp. De Stichting signaleert drie problemen in de hulpverlening: De uithuisplaatsing komt op een moment van crisis. Hoewel de hulpverlener dit aan zag komen is de ouder hier vaak onvoldoende op voorbereid. Hierdoor ontbreekt de emotionele toestemming van ouders, zo staat in het rapport. Hulpverleners zouden na de gebeurtenis tijd moeten hebben om stil te staan bij de rouw van zowel ouder als kind. Door een gebrek aan tijd gebeurt dit niet, dit schaadt de connectie tussen de hulpverleners en de ouders.

Het tweede punt is de wachttijden voor de begeleide omgang tussen ouders en kinderen. Door deze wachttijden duurt het soms maanden voordat deze hulp er is, een periode waarin er geen contact is tussen ouder en kind. Door wachttijden bij het screenen van mogelijke pleeggezinnen uit het eigen netwerk wordt er soms ook voor de snelheid voor een onbekend pleeggezin gekozen.

Als derde probleem wordt de afstemming tussen hulpverlener en ouder genoemd. Een goede band tussen beide partijen is essentieel, maar er is soms sprake van een veroordelende houding van de hulpverlener naar de ouder, zo zeggen deelnemers aan het onderzoek. 

Duidelijk communiceren

Stichting Het Vergeten Kind meldt in het rapport enkele manieren waarop hulpverleners met ouders samenwerken, ter inspiratie. Zo wordt geopperd om vooral in de eerste fase na de uithuisplaatsing duidelijk te communiceren met de ouders, ze uit te leggen wat er gebeurt en waarom. Ook de kinderen hebben hier behoefte aan. Kinderen moeten ook gestimuleerd worden om contact te houden met de ouders. 

Hulpverleners waarmee gesproken is opperen daarnaast om de ouderrol zo veel mogelijk in stand te houden als het kind niet meer thuis woont. Zo kunnen ouders om tips gevraagd worden voor de omgang met het kind, en ook de regie van dagelijkse dingen bij hen blijven. Een gezinsouder legt bijvoorbeeld uit hoe ouders hun kind in bed mogen komen leggen, of meenemen naar de kapper. Zij benadrukt ook het belang van duidelijke afspraken, bijvoorbeeld over wanneer een ouder gebeld wordt. Als een kind is gevallen? Een onvoldoende haalt op school? 

Gezinszorg

De Stichting pleit ervoor om de jeugdzorg om te dopen tot gezinszorg, omdat de nadruk op het hele gezin en het netwerk moet liggen. ‘Het belang van de verbinding tussen ouder en kind moet erkend worden. Ook al gaat het thuis mis, de intentie van de ouders is bijna altijd goed, de loyaliteit van het kind naar de ouders is groot en bijna altijd blijvend. Liefdevolle zorg richt zich per definitie op het hele netwerk rondom het kind.’ 

Als hulpverleners niet samenwerken met de ouders en andere steunfiguren van het kind, dan kan er ook geen veilige en liefdevolle opvoedomgeving voor het kind gecreëerd worden, zo schrijft de Stichting. ‘Het is tijd voor een mind change.’

1 REACTIE

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.