Hoogleraar multiculturele samenleving Ruben Gowricharn: ‘Strategie van assimileren is respectloos’

'Ik verdenk veel Nederlanders ervan dat, wanneer ze het over integratie hebben, ze assimilatie bedoelen. Word mijn evenbeeld! Ik ben uw lichtend voorbeeld! Dat is een houding waar ik niet goed van wordt.' Dat zegt Ruben Gowricharn over de inburgering van allochtonen. Sinds 1 januari is hij bijzonder hoogleraar 'sociale cohesievraagstukken van de multiculturele samenleving in een transnationaal perspectief'.

De leerstoel die Gowricharn bezet aan de Katholieke

Universiteit Brabant is ingesteld op initiatief van het instituut voor

Multiculturele Ontwikkeling Forum en het Verwey-Jonkerinstituut. De 49-jarige

Gowricharn, geboren in Suriname, mengt geregeld in het debat over de

multiculturele samenleving. In 1999 ontving hij de ASN-ADO mediaprijs voor zijn

essays in het weekblad Contrast.

Waarnaar verwijst het ‘transnationale perspectief’ van uw

leerstoel?

‘De multiculturele samenleving wordt vrijwel uitsluitend gezien als

iets dat zich afspeelt binnen Nederland. We erkennen te weinig dat er ook lijnen

naar buiten zijn. Allochtonen onderhouden door satelliet-tv, internet en mobiele

telefonie steeds meer contacten met het land van herkomst of met mensen met

dezelfde afkomst in andere landen. Veel Turken staan bijvoorbeeld in nauw

contact met Turkije, maar ook met Turkse gemeenschappen in Duitsland. Ook

autochtonen hebben door internet, door vakanties en door gemengde huwelijken

meer contact met het buitenland. De natiestaat is een poreuze aangelegenheid

geworden waar zowel allochtonen als autochtonen doorheen sijpelen. Dat

vervlechtingsproces wordt steeds intensiever.’

Met als gevolg?

‘De druk om te assimileren wordt steeds minder. Mensen putten uit

andere culturele centra dan de autochtone Nederlandse samenleving. Op zich is

dat goed. Mensen hebben recht op een eigen identiteit en een eigen

levensbeschouwing. Dan kun je assimilatie niet voorop stellen. Dat heeft toch

iets van: wij zijn allemaal Hollanders, gezellig. Maar tegelijkertijd zegt het

ook dat als je in deze polder wilt wonen je moet dansen op de tonen die wij

zingen. Het zegt: mijn cultuur is beter dan de jouwe. Het is een respectloze

strategie die geen recht doet aan de individualiseringsprocessen onder

allochtonen. Ook allochtonen willen tegenwoordig minder kinderen, zich

individueler opstellen, zich anders kleden. Jonge moslimmeiden emanciperen. Ze

laten zich niet in de moskee maar alles vertellen, maar leggen hun problemen via

internet voor aan academische theologen in bijvoorbeeld Caïro. Ze lopen niet,

zoals veel Nederlanders, weg uit de kerk, maar vinden een nieuwe positie

daarbinnen. Dat is iets anders dan je klakkeloos aanpassen aan de Nederlandse

samenleving. Toch blijven intelligente mensen er op tamboereren dat de islam

eigenlijk een barbaars geloof met middeleeuwse gewoonten is. Mensen als Paul

Schnabel en in mindere mate Paul Scheffer. Zij stellen assimilatie voorop. Wat

mij betreft is dat een gesloten boek.’

Om in een samenleving te kunnen functioneren is enige mate van

aanpassing, inburgering zo u wilt, toch onontkoombaar?

‘Ja, maar ik verdenk veel Nederlanders ervan dat wanneer ze het over

integratie hebben ze eigenlijk assimilatie bedoelen. Word mijn evenbeeld! Ik ben

uw lichtend voorbeeld! Dat is een houding waar ik niet goed van word. Want bij

integratie staan de eindtermen niet vast. Er is nooit een moment waarop je kunt

zeggen: nu ben ik geïntegreerd. Ik ben klaar. Zo kun je van allochtonen altijd

zeggen dat ze de taal niet goed genoeg beheersen voor een bepaalde functie.

Taalkennis is relevant, maar wordt zwaar opgeklopt om mensen weg te zetten. Maar

wanneer we mensen nodig hebben, blijkt het taalargument plotseling te kunnen

vervallen en halen we verpleegsters uit Zuid-Afrika en it’ers uit India. We

willen wel een multiculturele samenleving zijn, maar geen multilinguale. Stel je

voor dat Turks ook een erkende taal op scholen zou zijn. Dan zouden kinderen

heel anders worden beoordeeld. Nu kennen kinderen in een bepaalde groep van de

basisschool bijvoorbeeld vierduizend woorden. Veel Turkse kinderen kennen er

zo’n drieduizend, maar daarnaast nog eens vierduizend Turkse woorden. Dat wordt

echter dermate geproblematiseerd dat aan deze kinderen gelijk een

onderwijsachterstand wordt toegeschreven. Een multiculturele samenleving zou

rekening moeten houden met meertaligheid, zoals dat al gebeurt met religie.’

Terug naar de maakbare samenleving? Niet het individu, maar de

maatschappij moet veranderen?

‘Nee, ik zeg niet dat je tachtig talen moet invoeren. Je hoeft geen

Pakistaans, Egyptisch en Algerijns in het curriculum op te nemen. Maar je zou

wel Arabisch als koepeltaal kunnen invoeren en talen van grote bevolkingsgroepen

als Turks. Ik wil duidelijk maken dat er meer mogelijkheden zijn dan te hameren

op de Nederlandse taal als het paspoort tot het goede leven, het toegangskaartje

tot het paradijs van oranje. Als je alleen de eigen taal en waarden laat tellen,

dan heb je een ramkoers ingezet die een samenleving als de Nederlandse onwaardig

is. Als je het over multiculturaliteit hebt, dan betekent dat automatisch

botsende normen en waarden. Daar moeten we niet paniekerig over doen. Westerse

waarden botsen onderling ook. Neem de verlichtingswaarden vrijheid en

gelijkheid. Vrijheid leidt tot ongelijkheid in de markt. Als dat te veel wordt,

dan fluiten we dat terug. Discrepantie tussen waarden onderling is normaal. Maar

zodra het om waarden van buiten de Nederlandse samenleving gaat, verlangen we

opeens consistentie. Dat is raar.’

Waar komt die drang naar eenvormigheid vandaan?

‘Mensen hebben voortdurend de behoefte hun superioriteit te bevestigen.

Na de aanslagen van 11 september leende de islam zich wederom uitstekend om het

communisme als externe vijand op te volgen. En het feit dat Afghanistan nu net

een islamitisch land is waar het civilisatieniveau niet al te overtuigend is,

ondersteunde de stereotype beeldvorming. Dan denk je bij moslims al gauw aan

extremisten, en niet aan de moslimbevolking van bijvoorbeeld Indonesië of India.

De pluriformiteit van de islam raakt dan buiten beeld. Dat zie je aan de

onverbloemde oorlogstaal die ten opzichte van islamitische landen wordt

gebezigd. Ik maak me daar zorgen over. We propageren de democratie en het recht

op een levensbeschouwing, maar als puntje bij paaltje komt wordt dat erg

gemakkelijk in de ijskast gezet. Hoe moet je allochtonen dan overtuigen van de

blijkbaar onaantastbare democratische waarden van het Nederlands bestel?’

Mag een samenleving er dan geen eenduidige waarden op nahouden?

‘Ik snap niet dat er zo krampachtig wordt gedaan zodra het over externe

bewegingen gaat. De discussie over criminaliteit onder Marokkaanse jongeren

heeft bijvoorbeeld ontwikkelingen op gang gebracht zoals de buurtvaderprojecten.

Ook is er binnen allochtone gemeenschappen een discussie gaande over

homoseksualiteit. Dat is een belangrijk sociaal proces. Dat proces moet je

vangen en stimuleren. Als er dan zo’n El Moumni tussendoor komt fietsen, moet je

die er niet gelijk uitpikken en voor de rechter dagen. Dan verstoor je zo’n

proces. In iedere discussie komen ook minder aangename meningen naar voren. Dat

is deel van het proces. De eerste generatie allochtonen heeft dezelfde

onwennigheid ten opzichte van homoseksualiteit als veel oudere autochtonen. Het

is vaak meer onwennigheid dan vijandigheid. De tweede generatie denkt er al heel

anders over. Dan moet je niet doen alsof dat de heersende mening onder bepaalde

groepen allochtonen is. Daar kan ik me heel boos over maken.’

Het komt dus wel goed met de integratie, maar het duurt alleen wat

langer?

‘Bij integratie wordt er vaak naar verkeerde zaken gekeken. Over het al

dan niet toestaan van hoofddoekjes is een ware veldslag geleverd, omdat die

werden geassocieerd met onderdrukking. Maar die veldslag heeft Nederland

verloren. Er zijn nu steeds meer meisjes van de tweede generatie die er zelf

voor kiezen een hoofddoek te dragen, gewoon als een kwestie van fatsoen en

religieuze of culturele identiteit. Andere belangrijke ontwikkelingen worden

eveneens over het hoofd gezien. Kijk naar de speelplaatsen, waar Marokkaanse

grootvaders met hun kleinkinderen naartoe gaan. Of naar de markt, waar oudere

allochtone mannen boodschappen doen met hun vrouw en hun tas dragen. Beide

ontwikkelingen behoren tot het integratieproces in de multiculturele

samenleving: het behoud van de groepsidentiteit en de veranderde man-vrouw

verhoudingen. We zien het niet, omdat het ondertussen zo normaal of vertrouwd

is. Maar het gegeven dat het nu normaal is, is een heel belangrijk

integratiefeit.’/Eric de Kluis

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.