Het ‘grijze gebied’: wanneer is iets seksueel grensoverschrijdend?

Eén op de drie meisjes en één op de vijf jongens maakt voor de achttiende verjaardag een vorm van strafbaar seksueel geweld mee. Volgens een schatting worden jaarlijks 62.000 kinderen in Nederland slachtoffer van strafbaar seksueel geweld. Charlot Pierik: ‘Het is belangrijk dat jongeren met elkaar leren praten over het “grijze gebied”. Dan kunnen we meer preventief te werk gaan in de aanpak van seksueel grensoverschrijdend gedrag.’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Foto: Fotolia

Charlot Pierik is projectleider van ‘Ik ben van mij!’, een methode die in samenwerking met onder meer gemeenten, jongerencentra en GGD door Movisie is ontwikkeld. Doel van ‘Ik ben van mij!’ is jongeren bewustmaken van hun eigen seksuele wensen en grenzen en hen leren wat verantwoord seksueel gedrag is. Pierik: ‘Er zijn al meer effectieve methoden om bijvoorbeeld te leren grenzen te stellen. Ik ben van mij! onderscheid zich als methode omdat het verder gaat. We gaan er bijvoorbeeld vanuit dat seksestereotypering en dubbele moraal een rol spelen bij seksueel grensoverschrijdend gedrag. Daarnaast leren jongeren in deze methode niet van volwassenen, maar vooral van elkaar en zetten we in op de talenten van de jongeren.’

Dubbele moraal en seksesterotypering

De methode bestaat uit drie onderdelen. In het eerste onderdeel leren jongeren over de zes seksregels (wederzijdse toestemming, vrijwilligheid, gelijkwaardigheid, ontwikkeling, omgeving en zelfrespect), afkomstig uit het Vlaggensysteem, over seksestereotypering en over dubbele moraal. Pierik: ‘Het is essentieel dat jongeren eerst leren over deze pijlers, er met elkaar over praten en er een mening over vormen. Zo kunnen ze bijvoorbeeld met elkaar in gesprek over de dubbele moraal als gekeken wordt naar het aantal seksuele partners die iemand gehad heeft. Een jongen met veel seksuele partners is stoer, een meisje een slet. Is dit wel zo? En wat vinden de jongeren daar zelf van?’

Inzetten op talenten

Nadat jongeren de theorie kennen en de kans hebben gekregen om door een gesprek met elkaar een mening te vormen, gaan ze actief en creatief aan de slag met wat ze geleerd hebben. Pierik: ‘We zetten op die manier ook in op de talenten van jongeren. Ze kunnen op hun eigen manier met het onderwerp aan de slag door er bijvoorbeeld een spreekbeurt over te schrijven, een filmpje over te maken of een toneelstuk over het onderwerp te bedenken.’

Sociaal leren

Uiteindelijk is het de bedoeling dat de jongeren iets doen met hun resultaat. Bijvoorbeeld hun artikel aanbieden aan de schoolkrant, hun spreekbeurt voordragen in een andere klas of hun zelfgemaakte rap laten horen op een schoolfeest. ‘Deze methode is erop gebaseerd dat jongeren graag sociaal leren. Ze nemen meer aan van hun leeftijdsgenoten dan van anderen. Door de jongeren creatief met het onderwerp en het geleerde aan de gang te gaan, stimuleren we ze dus eigenlijk om invloed uit te oefenen op hun eigen omgeving. Dat is een heel essentieel onderdeel van deze methode.’


Sugardaddy’s die ronselen, jongens die gechanteerd worden. Er speelt zich van alles af in de verborgen wereld van de jongensprostitutie. ‘Ik ben nu blij dat er met #MeToo ook mannen naar buiten komen.’ Lees meer >>


Het ‘grijze gebied’

Het uiteindelijke doel van ‘Ik ben van mij’ is dat jongeren leren praten over iets wat Pierik het ‘grijze gebied’ noemt. ‘Iedereen zal dit herkennen. Wanneer het gaat om seksualiteit, weet je wat wel en niet kan. Maar er zit ook een gebied tussenin waarover je twijfelt. En dat is soms lastig ter discussie te stellen. Als de jongen met wie je aan het experimenteren bent giechelt, betekent dit dan dat hij het leuk vindt? Of is hij juist nerveus? En als je op je vijftiende nog niet met iemand hebt gezoend? Ga je dan voor de eerste de beste om gezeur van je vrienden te voorkomen? We willen met “Ik ben van mij!” zorgen dat jongeren op een leuke, creatieve manier leren praten over hun grenzen, wensen en twijfels om zo de kans op grensoverschrijdend gedrag te verkleinen.’

Experimenteren

Het project ‘Ik ben van mij’ is vijf jaar geleden gestart onder de naam WE CAN Young. In vijftien gemeenten werd de methode toegepast, werden onderling ervaringen gedeeld, werd besproken welke onderdelen van de methode goed werkten en welke eigenlijk niet werden ingezet. Met behulp van deze resultaten is de methode verder ontwikkeld en is ‘Ik ben van mij!’ ontstaan. Via een website kunnen gemeenten, jongerenwerkers, GGD’s en andere partijen hiermee aan de slag. Pierik: ‘Jongeren experimenteren en dat moeten ze ook vooral doen, want dat is vaak leuk en spannend. “Ik ben van mij!” kan hen helpen om te bepalen wat wel en niet oké is en hoe ze daar vervolgens mee om kunnen gaan.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.