Hans Werdmölder over Marokkaanse probleemjongeren: ‘We zijn te tolerant’

‘Het natuurlijke Nederlandse gezag tegenover Marokkaanse probleemjongeren is failliet.’ Dat stelt althans criminoloog en antropoloog Hans Werdmölder. ‘We zijn in de afgelopen decennia alleen verder gekomen in het debat over probleemjongeren, niet in de aanpak.’


Door Esther van Andel – ‘Het natuurlijke Nederlandse gezag ten aanzien van

Marokkaanse probleemjongeren is weg. We kunnen ze niet handhaven. Het werven van

Marokkaanse buurtvaders in Slotervaart, de aanstelling van Marokkaanse stewards

op bussen in Ede en de roep om Marokkaanse agenten binnen de politie. Deze

ontwikkelingen mogen misschien goed zijn voor de participatie van etnische

minderheden, tegelijkertijd geven ze het failliet aan van het natuurlijke gezag

in de Nederlandse samenleving’, zegt criminoloog en antropoloog Hans

Werdmölder.

Ruim twintig jaar houdt Werdmölder zich al bezig met Marokkaanse

‘ettertjes’ en in al die jaren is zijn boodschap dezelfde gebleven: ‘Pak

probleemjongeren hard aan en begin via coaches bij het gezin. Lukt dit niet, dan

zijn sancties nodig.’ Zijn visie werd bij tijd en wijle scherp bekritiseerd. De

‘zachte’ pedagogische aanpak kreeg voorrang. Maar bij de meeste hardnekkige

raddraaiers lijkt dat niet te werken. Werdmölder: ‘We zijn in de afgelopen

decennia alleen verder gekomen in het debat over probleemjongeren, niet in de

aanpak.’

Uw visie over de harde aanpak van Marokkaanse risico- en probleemjeugd

werd dertig jaar geleden afgekeurd. Ook in uw boek ‘Marokkaanse lieverdjes’

(2005) beschrijft u maatregelen die toen werden verworpen en nu wel gehoor

vinden. Toch is het probleem nog altijd niet opgelost. Hoe komt dat?‘In

Marokko vertonen ze dit soort gedrag niet. Daar bedenken ze zich wel vijf keer

voordat ze over de schreef gaan. Die jongens zien dat ze hier rottigheid kunnen

uithalen zonder dat er consequenties aan verbonden zijn. Voorstanders van de

pedagogische ‘zachte’ aanpak, zoals hoogleraar pedagogiek Mischa de Winter,

zeggen dat je in contact moet komen met deze jongeren. Dat is waar, maar dan

moeten we ook grenzen aangeven. We zijn te tolerant. Tolerantie is goed, maar

als daar misbruik van wordt gemaakt moet daar een sanctie tegenover

staan.’ In uw proefschrift van 1990 schreef u dat de

gedragsproblematiek van Marokkaanse jongeren was toe te schrijven aan een

bepaalde generatie. Een groep die alleen de Marokkaanse cultuurgewoonten van

huis meekreeg. Denkt u er nu nog zo over?‘Ik dacht dat de Marokkaanse

jongeren die in Nederland geboren worden, opgroeien en naar school gaan, minder

zouden marginaliseren. Dat is niet gebeurd. Blijkbaar moeten we voor de

oplossing van het probleem niet alleen kijken naar de maatschappij, maar ook

naar culturele factoren. Kennelijk hebben we niet de juiste middelen om succes

te boeken.’

‘Een taakstraf kan goed uitpakken, maar als Marokkaanse jongens daar om

lachen en als een taakstraf als statusverhogend wordt ervaren, heeft het geen

effect. Haal maatregelen uit de kast die wel werken, zoals de inzet van

gezinscoaches. Wanneer zij niet voorbij de voordeur komen, zit daar een sanctie

aan vast. Je moet een stok achter de deur hebben.’

Lees het hele artikel in Zorg + Welzijn Magazine nummer 12, 5 december

2007

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.