Hans Visser: ‘Ik blijf zaniken over inhumaan beleid’

Op zijn 64e is Hans Visser nog altijd een vlotte dominee met zijn strakke bril, zomers jasje en hippe gespschoenen. Maar over een paar maanden wordt de Pauluskerk in Rotterdam gesloopt en volgend jaar gaat hij zelf met pensioen. ‘s Lands bekendste dominee ijverde 26 jaar lang voor de rechten van verslaafden, prostituees en illegalen. ‘In de tijd van Leefbaar Rotterdam stond het water me soms tot de lippen.’

door MARTIN ZUITHOF – ‘Gisteren heb ik een brief geschreven aan de

hoofdcommissaris. De politie had weer een bekeuring gegeven aan een man die als

driejarige een hersenbloeding heeft gehad, die geen gebruiker is maar hier toch

graag komt. Die man staat bij het Schouwburgplein te wachten en krijgt een

bekeuring, zogenaamd vanwege hinderlijk gedrag. Hij stond er alleen maar. Ze

hebben hem niks gevraagd. Ze dachten: dat is een junk, die gaan we op de bon

gooien. Daar blijf ik tegen vechten.’‘Ik heb geleefd in de zestiger jaren.

Dat was de tijd van de theologie van de revolutie, heel inspirerend. Jezus werd

gezien als een persoon die je aanmoedigde de maatschappij ingrijpend te

veranderen, rechtvaardiger te maken. Dat leidde tot hoge idealen: de honger de

wereld uit, de kloof tussen rijk en arm slechten. We verzetten ons tegen

allerlei overheden die mallotig beleid voerden. Zo’n theologie van de revolutie

leidde tot verandering. Dat heeft mij altijd bezield, ik ben er nooit meer van

losgekomen.’

Gemarginaliseerd‘Christus was iemand die zich

inzette voor de gesjochte mensen, melaatsen, zieken en armen. Daarom zeiden we:

laten we deze kerk ontwikkelen als een gemeenschap voor mensen die

gemarginaliseerd zijn. Vandaar de keuze voor illegalen, vreemdelingen,

drugsgebruikers, zwervers, daklozen, hoeren, noem maar op. Die mensen konden van

de Pauluskerk hun tehuis maken.’

‘Wat betreft hulpverlening ga ik uit van het presentiemodel van Andries

Baart. Ik heb zijn werk gelezen en dat vind ik buitengewoon leerzaam. Ik herken

me daar in. Dat wil zeggen dat je ontvankelijk bent voor degene die je ontmoet,

je open stelt en je je eerst eens laat leiden door wat die ander jou te zeggen

heeft. Als er dan vertrouwen ontstaat, kun je ook zelfje mening geven aan de

ander. Ik noemde dat het GGD-model. Ga op weg, geef vertrouwen en doe wat in je

vermogen ligt. Dat was mijn uitgangspunt in de jaren tachtig.’‘Ik heb ervoor

gekozen met de gebruikers zelf aan de slag te gaan. Nico Adriaans, de vroegere

voorzitter van de Rotterdamse Junkiebond, heeft me op dat spoor gebracht. Die

gebruikers willen een tehuis hebben, zich happy voelen, eten, drinken, deelnemen

aan activiteiten. Vanaf begin jaren tachtig hebben we allemaal activiteiten

ontwikkeld, direct afgestemd op de behoeften van de gebruikers. We hebben een

eethuis geopend, dat nog altijd bestaat. We hebben dagactiviteiten opgezet, er

kwamen slaapplaatsen en dependances.’

Rel schoppen‘De initiatieven vanuit de Pauluskerk

leidden tot allerlei conflicten met de bestaande verslavingszorg, die zeer

hoogdrempelig was. Die hadden hun eigen programma’s, om af te kicken en in

therapie te gaan. Bhagwan had daar een tijd grote invloed. Er werden aan

verslaafden allerlei voorwaarden gesteld, er waren wachtlijsten, er was nog

nauwelijks methadonverstrekking.’‘Gebruikers werden in de jaren tachtig door

de politie als beesten behandeld. Samen met Adriaans voerde ik daarom veel

politieke acties, bezettingen. We hadden in de kerk een illegaal

methadonprogramma, dat werd verboden door de Inspectie voor de Volksgezondheid.

Doel daarvan was om aan te tonen dat de drempel van de hulpverlening omlaag

moest. We voerden ook acties tegen de NS, die discriminerend optraden tegen

drugsgebruikers. Dan gingen Nico en ik naar de stationsrestauratie. Dan werd hij

aangehouden en ik niet. Dan hadden we bewijs dat er gediscrimineerd was, dan

gingen we een rel maken.’‘In de Perron Nul-tijd, tussen 1986 en 1994, had ik

geen moer aan die hulpverleningsinstellingen en ze deden ook geen moer. Perron

Nul was een initiatief van de politie en mij om op het Centraal Station een

voorziening te maken voor die drugsgebruikers die er liepen te lanterfanten en

de stationsrestauratie liepen te verzieken. Bij elkaar ongeveer 75 mensen

inde eerste fase tot 1990. Ze konden er gebruiken, koffie drinken,

schilderen en tekenen.’‘Vanaf 1989 gaat Perron Nul een aantrekkingskracht

uitoefenen, dan wordt het een goede dumpplek voor verslaafden uit het hele land.

De politie in Rotterdam, Delft en Dordrecht zegt: “Ga maar naar Perron Nul”. De

aantallen groeien enorm en dat wordt noodlottig voor het project. Het was op 75

mensen berekend en niet op 600 tot 1000 in de latere dagen. Het project is

bezweken onder die hoeveelheid. Peper had zich ook in zijn hoofd gezet: Perron

Nul moet weg, maar hij wist niet hoe. Een eindeloos gelazer.’

Gedoogbeleid‘In de jaren negentig komen

werkinitiatieven van de grond. We hebben de straatkranten ontwikkeld. Nora

Storms bracht het uitzendbureau Topscore op gang. Toen gingen drugsgebruikers

straten schoonmaken, straatkranten verkopen. We hebben hulpverleners aangesteld

aan geldbeheer gingen doen. Het geld dat een verslaafde kreeg, maakte hij op,

maar niet meer dan dat. Dat leidde tot een stabilisering. Ze bleven wel

verslaafd, maar ze wilden niet jatten, niet roven, ze wilden zelfs werken, op

een kamer wonen.’‘Na 1997 wordt het rustiger, dat werden de beste jaren. Dan

gaat burgemeester Peper ook om, zijn repressieve beleid leverde niet veel op.

Toen kwam er een goede tijd van gedoogbeleid, waarin allerlei experimenten

mochten worden gehouden van het openbaar ministerie. Daar heb ik graag aan mee

gewerkt, om het dealen beter te laten verlopen, destoffen te controleren. Ik

was ook een groot voorstander van belastingbetaling door dealers, dat hebben we

hier ook geëxperimenteerd met een huisdealer.’‘De periode van

Leefbaar Rotterdam was mijn slechtste tijd. Toen wethouder Van den Anker Rabella

de Faria opvolgde, moest ze in anderhalf jaar een klus klaren waarvoor eigenlijk

vier jaar stond. Van den Anker begreep dat de doelstelling van Leefbaar was: de

hoeren moeten weg van de Keileweg en de Pauluskerk moet weg. Die gedachte

lanceert zij in augustus 2004.’

Laagste drempel‘Ze begon het vrijwilligerswerk hier belachelijk

te maken. Ik heb altijd gekozen voor vrijwilligerswerk. Daar zit een hele

filosofie achter, namelijk dat het goed is dat mensen uit de samenleving met al

die groepen hier omgaan. Ik heb hier ook verpleegkundigen en maatschappelijk werkers, dus dat is ook een zekere

professionalisering.’‘Door dat conflict trok burgemeester Opstelten het dossier

naar zich toe. Hij wilde niet zoals Peper in een soort gevecht raken. Toen

hebben we gezegd: “Laten we proberen de groepen van de Pauluskerk te spreiden en

nog meer toe te schuiven naar de hulpverleningsorganisaties. Die

moeten hun drempels verder verlagen.” De Pauluskerk was altijd de

kerkgebleven met de laagste drempel. De mensen moesten worden

gespreid, liefst in de binnenstad, maar uiteindelijk kwam het Waalhavengebied

erbij.’‘Als dominee moet je je eigen vechtlust altijd

weer opkrikken. Je moet er in nooit in berusten. Deze wereld dient te

veranderen, die deugt in velerlei opzichten niet. Ik ben een aanhanger van de

socioloog Manuel Castells. Hij zegt: “Je ontwikkelt goede sociale bewegingen,

solidariteit met groepen om wie het gaat, of het nou drugsgebruikers, illegalen

of vluchtelingen zijn. Je zoekt bondgenoten in de samenleving, bij de politiek

en als die niet meedoen, gaan we de straat op.”’

Beperkte resultaten‘We wilden een liberaler

drugsbeleid. We hebben daarvoor van alles uit de kast gehaald. In de politiek

valt het tegen en in Europa ligt het moeilijk. We zoeken het smalle pad tussen

vrijgeven en verbieden. Ik ben voor het één noch voor het ander. Er zijn nu

gebruikersruimten in de stad, dat is dus allemaal bereikt. Ik had graag onze

huishandel willen doorzetten, maar Donner en Balkenende geven geen enkele

ruimte voor enig experiment.’‘Het vluchtelingenbeleid is natuurlijk sinds

Verdonk hopeloos geworden. Illegalen lossen we in Nederland niet op. Die zetten

we op een boot neer, die kunnen we niet uitzetten, laten we dan weer in

Rotterdam los, zonder uitkering. Je laat ze verder verpauperen door ze geen

uitkering te geven. Een inhumaan beleid, daar blijf ik tot mijn laatste

ogenblikken overzaniken. De resultaten zijn beperkt, het gevecht gaat

door.’‘De Pauluskerk is een grote familie geworden. Die wordt nu uit elkaar

gerukt. Ik word door drie mensen opgevolgd. De sociale arbeid vanuit de kerk

wordt overgenomen door een arbeidspsycholoog. De verslavingszorg wordt opgevolgd

door een welzijnswerkster die hier vroeger ook heeft gewerkt. En er komt volgend

jaar een nieuwe dominee in de nieuwe kerk.Het leuke van de nieuwbouw is: het

kost ons bijna niks. Die kerk wordt zo multifunctioneel mogelijk ingericht. We

kunnen er van alles mee doen, van galerie, tot demonstratie, tot kerkdienst, tot

politieke bijeenkomst.’‘In de tijd van Leefbaar stond het water me soms tot

de lippen. Er is een prent van Toulouse-Lautrec van een

man die naar het schavot gaat, omringd door politie en een biddende geestelijke.

Die rol is me kennelijk toebedeeld: het is hier een en al

repressie, mijn mensen gaan naar het schavot en het is afgelopen. Maar, zeg

ik in mijn slotwoord, de woorden van hoop waaien weg en ze schieten

weer wortel in andere gronden.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.