
Dat er geen maatregelen komen om op korte termijn de problemen in de ggz te lijf te gaan, werd donderdag duidelijk tijdens het commissiedebat over ggz en suïcidepreventie. Een belangrijke vergadering voor de vaste Kamercommissie van VWS, omdat juist voor mensen met complexe hulpvragen de problemen groot zijn. Inmiddels wachten mensen in de ggz gemiddeld 24 weken op een behandelplek, terwijl de wettelijke norm 14 weken is. De suïcidecijfers spreken eveneens boekdelen. De afgelopen 5 jaar overleden gemiddeld 26 jongeren per maand door zelfdoding: een volle schoolklas.
Dat dit ronduit pijnlijk en alarmerend is, werd tijdens het commissiedebat breed erkend, van oppositie tot kabinet. ‘Tien jaar geleden voerden we dit debat ook al. Het is ons onvoldoende gelukt om daar voldoende kentering in aan te brengen’, zei Sophie Hermans, sinds vijf weken minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Petitie met 40.000 handtekeningen
Twee dagen voor het commissiedebat had MIND, dat zich hard maakt voor de verbetering van mentale gezondheid, daarom om actie gevraagd. Zij startte een petitie om onder meer fors te investeren in meer ggz-behandelplekken, goede triage aan de voorkant zodat mensen direct de best passende hulp krijgen en toegankelijke inloopplekken in elke gemeente voor vroegtijdige hulp.
De petitie werd ruim 40.000 keer ondertekend en dinsdag aangeboden aan de Kamercommissie. Daar waren ook ervaringsdeskundigen en naasten bij. Dienke Bos, directeur van MIND, legde uit dat het voor veel mensen vaak al een hele stap is om naar hulp te vragen. ‘Als je dan een half jaar of langer moet wachten, nemen je klachten toe. Veel mensen leven in die wachttijd van crisis naar crisis. Dat moet stoppen, want hulp bij psychische problemen kan niet wachten.’
Meer regie bij interventies
Tijdens het commissiedebat lieten alle aanwezige Kamerleden zien dat zij doordrongen zijn van de problemen in de ggz. In de wens naar verbetering wees Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA) de minister erop dat de kabinetsplannen ‘haaks staan op het verminderen van de ggz-wachtlijsten’. Marijke Synhaeve van D66 vroeg Hermans om meer regie te nemen als het gaat om de mentale gezondheid van jongeren. Synhaeve opperde namelijk dat effectieve bewezen interventies ook breder ingezet worden.
Harde wachttijdnorm om ggz-wachtlijsten weg te werken
Verder vroeg Femke Wiersma (BBB) of het mogelijk was om in de ggz een ‘harde wachttijdnorm instellen die niet vrijblijvend is’. Sarah Dobbe (SP) maakte zich onder meer hard voor verdere afbouw van de marktwerking van de ggz. Ingrid Coenradie (JA21) pleitte voor tussenvoorziening tussen straat en ggz, zodat de triage bij mensen met verward gedrag verbetert. Eveline Tijmstra vond het belangrijk dat er voldoende ruimte is voor het doorvragen naar mentale gezondheid. Mentoren, jongerenwerkers en sportcoaches spelen daar volgens het CDA-kamerlid een sleutelrol in. ‘Kan de minister dit meenemen richting de plannen voor sterke buurten en wijken?’ VVD’er Hilde Wendel kwam met soortgelijke vragen.
Belangrijke rode draad
Een belangrijke rode draad bij al deze vragen waren de uitkomsten van het interdepartementale beleidsonderzoek (IBO) dat afgelopen najaar uitkwam. In “Uit Balans”, zoals de titel van het IBO luidt, zijn diverse kernoorzaken geformuleerd die hebben geleid tot de huidige problemen in het mentale gezondheidsbeleid. Er zijn daarnaast 37 hervormingsopties in kaart gebracht om de ggz op termijn toekomstbestendig te maken.
Blik op het sociaal domein
Zo dient onder meer de mentale weerbaarheid van de samenleving versterkt te worden. Er wordt gepleit voor een brede maatschappelijke aanpak, waarbij mentale gezondheid een vanzelfsprekend onderdeel wordt van onderwijs, werk en sociale omgeving. Daarnaast dient het kabinet te prioriteren om de vraag naar ggz te begrenzen en de vraag naar hulp buiten de zorg te plaatsen. De blik wordt daarin nadrukkelijk gericht op het sociaal domein. Preventief beleid op het gebied van mentale gezondheid staat echter nog in de kinderschoenen. Ook de marktwerking in de ggz wordt in het IBO-rapport aan de kaak gesteld.
Bestaande initiatieven om druk op ggz-wachtlijsten te verlichten
Minister Hermans legde uit dat het kabinet later dit jaar met een reactie komt op dit rapport. Zij gaf in de beantwoording wel aan dat de huidige zorgen desondanks niet minder urgent zijn. ‘Teveel mensen wachten te lang op de juiste hulp, terwijl professionals te veel onder druk staan.’ Op vragen wat het kabinet nú doet voor mensen die op de ggz-wachtlijst staan, wees Hermans vooral op al bestaande initiatieven. Zo zijn er de Versterkingsagenda Mentale gezondheid en ggz en de Routekaart naar passende zorg. Ook de lopende afspraken in het Integraal Zorgakkoord (IZA) en Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) moeten de druk op de ggz verlichten.
Het verkennende gesprek
Volgens Hermans krijgen de mentale gezondheidsnetwerken hierin ‘een stevige plek, zodat mensen niet te snel doorstromen naar de ggz’. Het verkennende gesprek is daar een onderdeel van. Ook wil zij dat er gekeken wordt naar meer groepsbehandelingen voor mensen met een lichte zorgvraag. Ook dat moet de druk op de ggz verlichten. ‘Dit moet tot concrete veranderingen in de praktijk leiden’, stelde Hermans.

Beste Tom,
Dank voor je scherpe vraag. Dobbe gaf aan dat zij voor verdere afbouw van de marktwerking in de GGZ is. Inmiddels is dit gecorrigeerd.
Ik lees: “Sarah Dobbe (SP) maakte zich onder meer hard voor verdere afbouw van de ggz.”. Heeft ze dat echr gezegd?
“echt” , niet “echr”.