Gegoochel met miljoenen in de wijkverpleging

Minister Hugo de Jonge hevelt structureel 340 miljoen euro over van de wijkverpleging naar de langdurige zorg, luidde van de week het nieuws. Maar wijkverpleegkundigen hoeven zich geen zorgen te maken. ‘Het gaat niet ten koste van de zorg aan mensen thuis’, aldus Wouter van Soest, directeur van branchevereniging ActiZ.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Foto: AdobeStock

‘Het is puur een technische exercitie’, zegt Wouter van Soest over de overheveling. Dat zit zo: elk jaar maakt het ministerie van VWS een raming van het budget dat nodig is voor onder andere de wijkverpleging. En de laatste jaren bleek die raming steeds te hoog. Er werd dus minder uitgegeven dan begroot. In 2017 ging dat om 132 miljoen, in 2018 was dat al opgelopen tot 235 miljoen en vorig jaar was het 440 miljoen op een totaal budget van ruim 4,1 miljard. De minister verwacht dat er dit jaar 540 miljoen euro van dat budget op de plank blijft liggen en besloot daarom 340 miljoen structureel over te hevelen naar de langdurige zorg (Wlz), waar juist tekorten zijn.

Ander potje

Dat is eigenlijk alleen een kwestie van een ander potje, zegt Van Soest, want de budgetten van de Wlz en de wijkverpleging komen deels bij dezelfde mensen terecht, namelijk bij de zorg aan huis. De zorg aan met name ouderen thuis wordt deels bekostigd uit de Zorgverzekeringswet, de Zvw dus (de wijkverpleging) en deels uit de Wet langdurige zorg (Wlz). Dit laatste geldt voor mensen die een indicatie langdurige zorg hebben, maar deze zorg thuis ontvangen. Zij krijgen, in vakjargon, een modulair pakket thuis (mdt), dat in de praktijk soms ook gegeven wordt door wijkverpleegkundigen. ‘Het gaat om dezelfde bedrijven en dezelfde mensen, die deels worden betaald uit de Zvw en deels uit de Wlz’, zegt Van Soest. ‘Zo ingewikkeld hebben we het met z’n allen gemaakt.’

Slechte timing

De wijkverpleging zal dan ook niks van de overheveling merken, verwacht Van Soest. Evenmin als de cliënten. ‘Er zal niet minder zorg aan huis worden verleend.’ Toch waren de ondertekenaars van het in 2018 ondertekende hoofdlijnenakkoord wijkverpleging, onder wie ActiZ, er in eerste instantie niet blij mee. ‘Het geef onrust, vragen en onzekerheid’, zegt Van Soest. ‘En door de coronacrisis is er al veel financiële onzekerheid, dus de timing is een beetje ongelukkig.

Investering

Maar, vult Van Soest aan, er is geen grote ophef over omdat het puur een correctie is van een verkeerde inschatting. ‘En omdat onze leden toekomstgericht willen contracteren en willen investeren in de wijkverpleging. Het gaat hier echter om een macrobudgettaire correctie zonder gevolgen voor individuele zorgorganisaties.’ Bovendien heeft de minister als ‘compensatie’ 60 miljoen vrijgemaakt voor een investeringsregeling voor de wijkverpleging, die nog dit jaar moet ingaan.

1 REACTIE

  1. Of had het geld gebruikt moeten worden om tot een iets beter tarief te komen voor wijkverpleging? Veel thuiszorgorganisaties hebben het zwaar om hun hoofd boven water te houden. Een uur automonteur of CV-monteur kost altijd nog veel meer (dat gaat echt over tientjes) dan een uur integraal tarief wijkverpleging. En daarmee wil ik niets afdoen aan die beroepen, maar het zegt wel iets over hoe strak het staat in de wijkverpleging.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.