Clémence Ross-van Dorp verlaat Haagse politiek. Staatssecretaris tussen hype en daadkracht. Profiel

‘Na acht jaar Den Haag is het tijd om de bakens te verzetten. Want anders loop ik het risico te verhaagsen, terwijl ik juist iemand ben die heel dicht bij de mensen wil staan’. Met die woorden kondigde staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Clémence Ross-van Dorp (49) begin augustus haar vertrek uit de politiek aan. De CDA-politica vindt het na acht jaar in Den Haag tijd geworden is om iets anders te gaan doen.

Clémence Ross-van Dorp was onder meer doktersassistente, lerares Engels en

verkoopster in een boetiek. Haar politieke carrière begon toen zij in 1990

beleidsmedewerker van CDA-europarlementariër Arie Oostlander werd. Vanaf 1998

was ze lid van de Tweede Kamer. In 2002 werd ze in het kabinet-Balkenende I

staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en ze is dat in de daarop

volgende kabinetten-Balkenende gebleven.

Een zware functie. Haar portefeuille bevat immers grote sociale

onderwerpen met ingewikkelde financieringsstructuren. Onderwerpen die je niet

zomaar in een kort tijdsbestek volledig over een andere boeg kunt gooien.

Beleidswijzigingen vergen vaak jaren, waarbij zelfs de kleinste stapjes tot in

den treuren uitgedebatteerd moeten worden met de kamerspecialisten van de

verschillende fracties. Want alles wat een staatssecretaris van VWS doet, treft

en betreft de zwakkeren en kwetsbaren in de samenleving, of het nu om de

jeugdzorg, de AWBZ of het welzijnsbeleid gaat. Het zijn zaken waar iedereen een

mening over heeft en iedereen zijn normatieve gevoelens op los kan laten.

Dat leidde er in de afgelopen jaren nogal eens toe dat Ross zich

genoodzaakt zag met haar beleid op de ene hype na de andere te reageren.

De introductie van de gezinscoach in de jeugdzorg kreeg voornamelijk een

impuls doordat een vader in Roermond zijn huis in de brand stak, waarbij zes van

zijn kinderen het leven lieten. Ross maakte samenwerking tussen de verschillende

instanties tot haar credo nadat het meisje Savanna in Alphen aan de Rijn door

haar ouders werd omgebracht.

Problemen in de verpleeghuiszorg kwamen centraal te staan nadat een

instelling in Oud-Beijerland onder de term ‘pyamadagen’ de ouderen hele dagen in

bed liet liggen.

Natuurlijk lag het concept voor de Wet op de jeugdzorg er allang voordat

deze incidenten zich voordeden. Maar doordat ze juist de in de wet voorgestelde

veranderingen naar bracht in de debatten over deze incidenten leek het beleid

van Ross vaak op incidentenpolitiek. Dat was vooral een kwestie van presentatie,

want het is de staatssecretaris wel gelukt in haar bebewindsperiode de Wet op de

jeugdzorg erdoor te krijgen en vele tientallen miljoenen extra voor

verpleeghuiszorg vrij te spelen.

De staatssecretaris maakt te veel een pas op de plaats, heeft te weinig

visie en nieuwe initiatieven om uitvoering van beleid daadwerkelijk komen niet

van de grond, oordeelde homo-organisatie COC onlangs.

De emancipatieclub tekende daar vervolgens wel bij aan dat het homo-

emancipatiebeleid onder het bewind van de staatssecretaris is

versterkt, vooral door moties van de Kamer en een intensieve lobby van

belangenorganisaties.

Ook andere instellingen noemen dit karakteristiek voor

het beleid van Ross. De staatssecretaris wist haar beleidsvoorstellen eigenlijk

altijd wel door de Kamer te loodsen, vooral vanwege haar bereidheid naar kritiek

te luisteren en het beleid daarop aan te passen. Waarmee ze wel de kans liep dat

de wetsvoorstellen die ze zo invoerde, een verwaterde versie vormden van de

oorspronkelijke plannen.

Zo ook bij het belangrijkste wetsvoorstel dat Ross door de Kamer loodste,

de Wet maatschappelijke ondersteuning, die de gemeenten ervoor verantwoordelijk

maakt hun burgers volwaardig te laten deelnemen aan de maatschappij.

Aanvankelijk zou er een reeks ondersteunende zorgfunctiesvanuit de AWBZ overgaan naar het lokale

bestuur, omdat die wet onbetaalbaar dreigde te worden. Gaandeweg bleek het

toch teveel gevraagd om al die taken op zorggebied aan de gemeenten toe te

bedelen.

De Wet maatschappelijke zorg veranderde dan ook in de Wet

maatschappelijke ondersteuning. In zijn uiteindelijke vorm biedt de WMO nu goede

kansen aan de gemeenten om de burgerparticipatie vorm te geven. Maar van een

belangrijk beleidsvoornemen van de staatssecretaris, een beter beheersbare AWBZ,

is uiteindelijk nog weinig terecht gekomen.

Ross is door woordvoerders van de oppositie dikwijls gebrek aan daadkracht

verweten. Op sommige terreinen, zoals de modernisering van de AWBZ, is inderdaad

nog veel te doen. Maar het door de Kamer loodsen van de Wet op de jeugdzorg en

de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning mogen rustig stevige

staaltjes van beleid worden genoemd.

Dat vindt ook de Maatschappelijk Ondernemersgroep, de brancheorganisatie in

welzijn. Directeur Henk Luchtmeijer stelt dat ‘staatssecretaris Ross erin is

geslaagd een revolutionaire wet, de WMO, te maken, waarbij het welzijn van

burgers centraal staat. Een wet die gaat over zelfredzaamheid, participatie en

sociale samenhang en waarbij het welzijnswerk een cruciale rol

speelt.’

De MOgroep heeft dan ook nooit onder stoelen of banken gestoken dat ze blij

is met deze wet. ‘De WMO is in heel korte tijd is gerealiseerd. Dat is knap van

de staatssecretaris, zeker als we naar andere wetstrajecten kijken waar de

MOgroep mee te maken had, zoals de Wet op de jeugdzorg en de Wet op de

kinderopvang. Ross toonde grote betrokkenheid bij de branche.’

Luchtmeijer vindt wel dat er nog onvoldoende garanties zijn om de WMO als

brede participatiewet te laten fungeren. ‘Het blijft riskant dat de gemeenten

zich te veel op de groeiende zorg gaan concentreren en preventie en welzijn

onvoldoende invullen.

Wat de MOgroep betreft had Ross hier nog meer garanties voor mogen opnemen

in de wet.’ Verder niets dan lof. ‘Clémence Ross-van Dorp heeft het welzijnswerk

opnieuw op de kaart gezet.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.