‘Bestuurders laten professionals in coronacrisis aan hun lot over’

Door de coronacrisis neemt het aantal meldingen van overlast door mensen met verward gedrag en dak- en thuislozen toe. Lector Bauke Koekkoek ziet in het sociaal domein te weinig bestuurders die hun professionals voor deze kwetsbare groepen aan het werk zetten.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Door de coronacrisis neemt het aantal meldingen van overlast door mensen met verward gedrag en dak- en thuislozen toe
Foto: ANP

Er waren 9600 meldingen van overlast door mensen met verward gedrag in de maand april. Dat meldde NRC begin deze week. Twintig procent meer dan vorig jaar. Toen kwamen er 8030 soortgelijke meldingen over dak- en thuislozen binnen. Bijna vijftig procent meer dan het jaar dáár weer voor. De trend is al jaren stijgend, maar crisisdienst-verpleegkundig en lector Bauke Koekkoek, verbonden aan de HAN en de politieacademie, noemt de huidige stijging ‘opvallend groter’ dan gezien de voorgaande jaren verwacht mocht worden. Hij stelt wekelijks voor het Landelijk Operationeel Team Corona een beeld samen over de situatie van psychisch en sociaal kwetsbare groepen in de samenleving. Het beeld wordt gebruikt door openbaar bestuur, veiligheidsregio’s, instellingen en andere relevante partijen.

Scharrelen

De coronamaatregelen, en de gevolgen daarvan voor de inzet van professionals, lijken de logische verklaring van de stijging. Koekkoek pleit er wel voor precies te kijken. ‘Bij de hardcore daklozen speelt het wegvallen van hun “informele netwerk” denk ik een grote rol. Het restaurant waar iemand aan de achterkant wat eten bij elkaar scharrelde, is gesloten. De vrouw die dagelijks vijftig cent gaf als ze voorbij kwam, komt niet meer. De wc in de bibliotheek is dicht. Dus mensen gaan dingen doen die ze normaliter niet doen. Zomaar ergens plassen, mensen aanklampen, stelen in de supermarkt.’

Logisch

Voor de toename van het aantal mensen met verward gedrag heeft Koekkoek twee hypotheses. ‘Er is veel meer stress. Dat kan meldingen geven over mensen die nog niet bekend waren. En er is minder hulpverlening aan mensen die al wel bekend waren. Dat is veruit het grootste deel van de mensen over wie gemeld wordt.’ Logisch, kun je denken, iedere burger heeft last van de coronacrisis, dus deze groepen op hun manier ook. Weinig aan te doen, hoe pijnlijk ook. Maar dat gaat er bij Koekkoek niet in. Voor de al jaren stijgende trend zijn veel meer verklaringen, maar voor deze grote, snelle verandering lijkt volgens hem de belangrijkste factor toch echt het verminderde contact tussen professional en cliënt.

Face-to-face

‘We bieden in het sociaal domein aan de meest kwetsbare mensen nu vaak niet wat nodig is. Het is prima mogelijk om op basis van de RIVM regels voor zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis face-to-face contact te hebben. Het is ook prima mogelijk om dagbesteding te organiseren. Het vraagt aandacht, scherpte, creativiteit, maar het kan wel. Als ik zelf bij mensen langs ga, zit ik aan de ene kop van de tafel en de cliënt, eventueel met naasten, aan de andere. Zo simpel kan het in veel situaties zijn.’

Richting

Koekkoek is niet zozeer kritisch op individuele professionals, wel op bestuurders en managers ‘in de volle breedte van het sociaal domein, inclusief de ambulante ggz’. Hij ziet dat er ‘weinig richting’ wordt gegeven aan individuele professionals. ‘Jacobine Geel (voorzitter van GGZ Nederland, red.) illustreerde het vorige week op de website van Zorgvisie treffend door te zeggen dat de afweging over de wijze van contact aan de individuele professional en cliënt is.’

Defensief

Bestuurders, meent Koekkoek, laten professionals en cliënten ‘aan hun lot over’. ‘Er wordt te weinig koers aangegeven. Het is opvallend dat in een domein dat gewoonlijk niet vies is van protocollen en sturing van bovenaf dat nu niet gebeurt. In de supermarkt zag ik binnen no-time medewerkers met hesjes “Houd anderhalve meter afstand”, die zijn gewoon blijven werken. In het sociaal domein is men echter heel snel over gegaan op beeldbellen, onder het mom dat iets anders niet mag of niet kan.’

Bedding

‘Je kunt als leiding bijvoorbeeld aangeven dat face-to-face de norm is. Je geeft medewerkers heldere voorwaarden daarvoor en je zegt ook dat je als individuele professional van die bedoeling mag afwijken als je persoonlijke zorgen hebt. En dan zorg je als organisatie dat je mensen hebt die vervolgens kunnen adviseren en helpen bij die zorgen. Je biedt een bedding waarbinnen professionals hun werk kunnen doen. Daarmee laat je zien dat je je medewerkers en cliënten serieus neemt.’

Helpen

Koekkoek vertelt dat hij soms zelf collega’s op weg probeert te helpen. ‘Ik leg dan uit wat ik in de huidige situatie doe. Waar ik aan tafel ga zitten, hoe ik binnen kom, dat ik bij binnenkomst duidelijk zeg wat de coronaregels zijn en dan begrijpen collega’s dat dat eigenlijk best kan.’ Natuurlijk, beaamt hij, beeldbellen of de telefoon zijn prima opties, ‘maar dus echt niet altijd, ik hoor van mensen regelmatig dat ze blij zijn dat een gesprek toch face-to-face kan’.

Lees al onze artikelen over corona hier >>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.