Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Jeugdzorg: wel contract maar minder geld

Bijna 80 procent van de jeugdzorgaanbieders verwacht per 1 december afspraken over de jeugdzorg rond te hebben in de eigen jeugdzorgregio. Maar wel voor minder geld. Meer dan de helft van de aanbieders verwacht 10 tot 30 procent minder budget te krijgen voor de jeugdzorg.
Jeugdzorg: wel contract maar minder geld
Foto: ANP

Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van de brancheorganisaties Jeugdzorg Nederland, GGZ Nederland, Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland. Het onderzoek, 'meting november', is een vervolg op eerdere rapporten die het bureau Significant maakte voor de Transitiecommissie Stelselherziening Jeugd. Dat is de commissie die de voortgang van de decentralisatie jeugd in de gaten houdt.

Contracten

De 'meting november' is de vierde "belronde" met bestuurders van 73 jeugdzorginstellingen over de voortgang van de afspraken met gemeenten. Daaruit blijkt dat 30 procent van de jeugdzorgaanbieders op de "deadline" op 1 november "harde" contractafspraken hadden om jeugdzorg te leveren. Bijna 49 procent van zorgaanbieders verwacht voor 1 december een definitieve afspraak te maken.

Gemeenten hebben de deadline om de jeugdzorgcontracten rond te maken niet gehaald. Gemeenten die de inkoop van jeugdzorg nog niet rond hebben, moeten een stappenplan voorleggen aan VWS over hoe ze de inkoop deze maand afronden. Anders gaat de overheid de afspraken met zorgaanbieders vastleggen. Lees meer >>

Onduidelijk

Hoewel de contractafspraken tussen gemeenten en jeugdzorgaanbieders al rond hadden moeten zijn, gaat het nu de goede richting op, blijkt uit het onderzoek. Toch zegt 17 procent van de ondervraagde jeugdzorgaanbieders dat nog onduidelijk is wanneer er afspraken worden gemaakt, en twijfelen zij of er überhaupt nog afspraken gaan komen.

Bezuinigingen

Meer dan de helft van de jeugdzorgaanbieders laat weten te verwachten dat het budget waarmee ze moeten werken 10 tot 30 procent lager is dan het budget waar ze nu mee werken. Zij verwachten niet voldoende jeugdzorg te kunnen bieden. De bezuinigingen op de jeugdzorg zijn daarmee groter dan de drie procent die de overheid landelijk heeft afgekondigd bij de overgang van de jeugdzorg naar gemeenten.

Vertrouwen

Ruim een derde (39 procent) van de bevraagde zorgaanbieders verwacht niet dat de contracten die ze hebben, een goede basis zullen zijn om de zorgcontinuïteit te garanderen. Maar er is ook een deel (34 procent) dat wel verwacht over voldoende budget te beschikken. De vraag of de eigen instelling voortgezet kan worden, beantwoordde 62 procent van de aanbieders positief. Dat is iets minder dan in meting in september 2014, toen was dat percentage 65 procent.

Bovenregionaal

Minder florissant staan de jeugdzorgaanbieders op bovenregionaal – landelijk – niveau er voor. Ondanks een bestuurlijk akkoord over snelle afspraken in oktober 2014, geeft slecht 19 procent van de aanbieders aan al te beschikken over dit soort afspraken. Een kwart verwacht dat dit voor 1 januari 2015 geregeld zal zijn. Meer dan de helft, 56 procent, heeft nog geen bovenregionale afspraken.

Heb je Zorg + Welzijn magazine al eens gelezen? Blader hier een van onze nummers door >>
En we hebben een mooi aanbod voor je: nu meer dan 40% korting op een abonnement >>

Carolien Stam; Alexandra Sweers

Eén reactie

  • GHP van der Helm

    Kind van de rekening
    In een andere reactie in Zorg en Welzijn, het landelijke LVB congres en op de website van het NJI heb ik deze waarschuwing al in september geuit. Er is eigenlijk geen goed uitgevoerd onderzoek beschikbaar dat aantoont dat de enorme veranderingen in de Jeugdzorg positieve effecten zullen hebben. Er is geen goed uitgevoerd onderzoek naar het functioneren van sociale wijkteams en de effecten op kortere en langere termijn. Er is eigenlijk nauwelijks onderzoek. Gaat dat onderzoek er komen?

    Gemeenten maken zich terecht zorgen om hun portemonnee, maar het kind van de rekening zijn waarschijnlijk die kinderen die om een of andere reden het minder goed in hun leven hebben getroffen en aangewezen zijn op langerdurende zorg. Dat aantal zal voorlopig niet minder worden, ondanks alle goede voornemens, beleidsnotities, rekenmeesters en plannenmakers. Dat omdat we -eerlijk gezegd- nog geen (wetenschappelijke) oplossingen hebben voor de effecten van een hersenbeschadiging, armoede, verslaving, psychische problemen, langdurige verwaarlozing, misbruik en mishandeling.
    Gelukkig zijn er ook gemeenten die keuzes maken en zelfs jeugdzorgbudgetten aanvullen vanuit algemene middelen omdat ze kiezen voor hun eigen burgerkind die het wat minder heeft getroffen. Dat vanuit sociale motieven en vanuit de wetenschap dat een inclusieve samenleving uiteindelijk de burgers minder geld kost.
    Peer van der Helm is lector residentiele jeugdzorg aan de Hogeschool Leiden

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden