Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Stop-reactie tussen ondersteuning en criminalisering: Niet alles is kattenkwaad

Kinderen onder de twaalf die een licht strafbaar feit plegen kunnen, met instemming van de ouders, een Stop-reactie krijgen. Vier jaar na de introductie is Stop nog weinig bekend. Reden voor Halt Nederland om met een publiciteitscampagne te komen. Ido Weijers, hoogleraar Jeugdrechtspleging, vindt dat Halt beter zijn energie kan steken in echt zware gevallen. ‘Preventief slaat het nergens op, omdat de Stop-delicten geen enkele indicatie geven voor een criminele carrière.’

Annie en Jolanda, twee vriendinnen van 11, gaan samen de stad in om te shoppen. Ze gaan kleren kijken en een cadeautje kopen voor het broertje van Jolanda. Bij de kledingzaak H&M stoppen ze allerlei spullen in hun tas en vertrekken naar Etos. Hier verdwijnen snoepgoed, labellosticks en een wegwerpcamera in hun zakken. Als de dames de winkel verlaten, gaat het alarm af en moeten ze meekomen. Het winkelpersoneel belt de politie. Die verwijst de meiden met hun ouders door naar Bureau Halt. Jolanda’s vader is teleurgesteld in zijn dochter, maar het meisje zelf lijkt niet onder de indruk. Bij Halt krijgt ze de opdracht om excuusbrieven te schrijven aan de winkels. Tijdens de tweede bijeenkomst wordt deze brief besproken en moet Jolanda nog opdrachten maken over thema’s als nut en noodzaak van regels, de mogelijke gevolgen van strafbaar gedrag en hoe ze zich anders had kunnen gedragen. Ten slotte gaat Jolanda, begeleid door de Halt-medewerkster en haar vader, bij de winkels excuses aanbieden.

Twaalfminners als Jolanda en Annie kunnen volgens het Nederlandse strafrecht niet worden vervolgd. In plaats daarvan ontwikkelde een landelijke werkgroep eind jaren negentig het plan voor een pedagogische reactie. Deze zogeheten Stop-reactie wordt omschreven als een ondersteunend aanbod aan ouders van wie het kind onder de twaalf een licht strafbaar feit heeft gepleegd. De methode bestaat uit een gesprek met ouders en kind, een of twee leeropdrachten voor het kind, het aanbieden van excuses aan de gedupeerde en een afrondend gesprek met een Halt-medewerker. De duur van het traject is maximaal tien uur en daarbij mag het kind geen werk verrichten.

De Stop-reactie is vooral een ondersteuningsreactie aan ouders met als doel te bekijken of er meer aan de hand is, legt beleidsmedewerker van Halt Nederland Roelanda van Dueren den Hollander uit. Deelname aan Stop door ouders en kind kan alleen vrijwillig en heeft verder geen juridische status. De ouder moet aan de politie toestemming geven voor het doorsturen van het kind naar Halt. ‘Veel ouders schrikken dan flink en vragen zich af over hoe het zover heeft kunnen komen. Soms zijn ouders met Stop goed op weg geholpen, want niet bij elk kind is sprake van zware problematiek. Vaak zijn het eenmalige uitglijders. Als het vaker voorkomt is de signaleringsfunctie belangrijk.’

Slechts een klein deel van de kinderen bij wie de baldadigheid uit de hand loopt, komt voor Stop in aanmerking. De criteria zijn hetzelfde als voor de Halt-afdoening voor jongeren van 12 tot 18. Zowel bij Stop als bij Halt mag geen sprake zijn van mishandeling en schade als gevolg van diefstal mag niet meer dan 150 euro bedragen. Bij vernieling mag de schade niet meer zijn dan 900 euro, of 4500 euro in groepsverband.

Ook als een kind op meerdere opvoedingsterreinen problemen heeft of bij ernstige gezinsproblemen wordt de case als te zwaar gezien voor Halt en verwijst de politie door naar de jeugdzorg. Bij ernstigere delicten meldt het Justitieel Casusoverleg de casus bij Bureau Jeugdzorg of de Raad voor de Kinderbescherming.

Kritiek op het aanvankelijke gebrek aan ouderbetrokkenheid bij Stop leidde inmiddels tot de invoering van een standaard signaleringsinstrument, waarmee opvoedingsproblemen in kaart kunnen worden gebracht. Daarnaast zijn ouders nu betrokken bij vrijwel alle leeropdrachten voor het kind.

Hoeveel kinderen precies in aanmerking komen voor Stop vanwege uit de hand gelopen kattenkwaad, is onbekend. Jaarlijks komen zo’n 20.000 jongeren tot 18 jaar terecht bij Halt voor een lichte taakstraf. Volgens een schatting van onderzoeksbureau DSP-groep (2002) registreert de politie zo’n 4500 twaalfminners per jaar nadat ze een delict hebben gepleegd. In 2003 verwees de politie 1950 kinderen onder de twaalf door naar Bureau Halt voor een Stop-reactie. Hoe de kinderen, die aan een Stop-reactie meededen, zich verder ontwikkelen, is nog niet onderzocht.

Landingstijd

In 2002 bleek dat tweederde van de doelgroep geen aanbod kreeg voor een Stop-reactie. Van de ouders wilde twaalf procent niet meewerken aan de maatregel en bij twaalf procent kwam een verwijzing van de politie toch niet door de intake. In liefst 42 procent van de gevallen deed de politie geen aanbod voor een Stop-reactie. Hoe kan dat? Van Dueren den Hollander: ‘Politiemensen denken vaak dat er niets is voor kinderen onder de twaalf, ze zijn immers niet strafbaar. De Stop-reactie bestaat sinds 2001, zo’n nieuwe aanpak heeft landingstijd nodig. Dat je preventief veel kunt doen wordt intussen beter bekend. Als er geen sprake is van een multiproblemgezin dan kan een kind altijd naar Stop verwezen worden. Denk niet: het is nog een heel jong kind, laat maar gaan.’

Anja Hartmans, medewerkster van Halt Breda, vertelt dat zo’n tien procent van de ongeveer 600 jongeren die jaarlijks in haar regio een afdoening kunnen krijgen, onder de twaalf zijn en dus een Stop-reactie krijgen aangeboden. Van de 55 jongeren die in 2004 in aanmerking kwamen voor een Stop-reactie, gaven acht ouders geen toestemming voor deelname.


Juridisch wangedrocht

Ido Weijers, bijzonder hoogleraar Jeugdrechtspleging aan Universiteit van Utrecht, is vanaf de start van de Stop-reactie een fervent criticaster van de methode. Zo betitelde hij Stop in de Volkskrant (2 oktober 2000) als ‘de criminalisering van het kattenkwaad’ en ‘een juridisch wangedrocht’. ‘Het is van tweeën een: of de ouders hebben ondersteuning nodig in de opvoeding en dan is een serieus civielrechtelijke interventie aangewezen, of de gezinssituatie biedt geen reden tot bemoeienis van buitenaf en dan dient elke interventie achterwege te blijven.’

Weijers denkt er nog precies zo over. ‘Kattenkwaad van kinderen onder de twaalf valt niet onder het strafrecht en dan moet je daar ook niet aan gaan rommelen. Het belangrijkste bezwaar is pedagogisch. Als een kind iets verkeerds doet moet je gewoon traditioneel reageren met een vermaning van de politie. Als de politie een kind oppakt en meeneemt naar het bureau, dan maakt dat vaak zo’n enorme indruk dat je zo’n kind nooit weer ziet. En als er meer aan de hand is in de opvoedingssituatie, en zo’n kind is al vaker op het bureau geweest, dan moet de politie dat signaleren bij de Raad voor de Kinderbescherming. Wanneer de bemoeienis van de politie geen indruk maakt, dan heb je echt een probleem, en heeft een Stop-reactie geen zin, want dat is vaak veel te luchtig. Om excuses aan te bieden heb je echt geen Haltbureau nodig, die opdracht kan de politie ze ook wel geven. Kinderen op die leeftijd weten vaak gewoon niet waar hun kattenkwaad toe leidt.’

Het gemiddelde Stop-delict - een kleine diefstal of vernieling - is volgens Weijers helemaal geen indicatie voor een criminele loopbaan. ‘Stop-delicten beperken zich meestal tot lipstick stelen en dat soort peanuts. De medewerkers van Halt kunnen zich veel beter bezighouden met de echte zware gevallen zoals kinderen die buitensporig agressief zijn. Maar in die gevallen zeggen de medewerkers van Halt meteen: dat is te heftig, daar kan Stop niets voor doen. Preventief slaat Stop ook nergens op, omdat de Stop-delicten geen enkele indicatie geven voor een criminele carrière, zo blijkt uit criminologisch onderzoek.’

‘Je moet kattenkwaad niet criminaliseren, maar je moet je niet net doen of alles kattenkwaad is’, reageert Van Dueren den Hollander. ‘Uit onderzoek blijkt juist dat hoe jonger een kind in aanraking komt met politie, hoe groter het risico op herhaling. Dat is de theorie van de risicovolle ontwikkelingspaden. Om die reden is vroegtijdig signaleren en adequaat doorverwijzen zo belangrijk.’ Anja Hartmans van Halt Breda vertelt dat ze verschillende kinderen die een Stop-reactie kregen, later weer tegenkwam bij een Halt-werk- of leerstraf. ‘Als ik zie hoeveel ouders de uit hand gelopen baldadigheid van hun kinderen bagatelliseren en intussen met de handen in het haar zitten, dan maak ik me vaak zorgen. Het grote verschil met vroeger is dat de buurman er toen iets van zei als je kattenkwaad uithaalde. Dat gebeurt nu veel minder. Ouders hebben soms ernstige opvoedingsproblemen, maar ontkennen dat toch. De Stop-reactie criminaliseert helemaal niet, maar biedt pedagogische steun bij opvoedingsproblemen.’

Martin Zuithof

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden