Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Verdwalen in de zorg

Samenwerking met ketenpartners, basis en specialistische ggz, zorglijnen, POH-GGZ, de wijkteams, de gemeente: hoe voorkom je dat gaat verdwalen als cliënt in dat gigantische aanbod?
Patty van Amsterdam

De vorige keer blogde Patty over of de ggz wel herstelgericht is >>
Neem Doortje. Doortje is door haar werkgever naar de bedrijfsarts gestuurd omdat zij veel ziek werd en gestrest over kwam. De bedrijfsarts denkt aan een burn-out en stuurt Doortje door de huisarts. De huisarts laat Doortje doorgaan naar de POH-GGZ en deze denkt ook aan een burn-out en stuurt haar door naar een psycholoog. De psycholoog heeft een verklaring van de arts nodig voor de sessie. De huisarts vinkt ‘angststoornis’ aan, omdat een burn-out niet vergoed wordt door de verzekeraar. Doortje vertrouwt de psycholoog en het gaat redelijk goed.

Echter na een aantal sessies moet ze stoppen want meer sessies worden niet meer door de verzekering vergoed. Ze krijgt ondertussen te horen op haar werk dat ze boventallig is geraakt. Doortje denkt dat het door haar ziekte komt, maar haar werknemer ontkent dit. Ze krijgt een uitkering, maar wordt door deze klap enorm somber. Slapen kon ze niet meer, ze bleef maar piekeren. Overdag was ze zo moe dat ze het huishouden niet  meer kon uitvoeren. Haar partner verlaat haar omdat Doortje zichzelf verslonst en hem helemaal afkat; ze kan niks meer hebben.

Doortje kwam altijd in het buurthuis die is opgezet door het sociale wijkteam. Voor het team daar is het opvallend dat Doortje nooit meer komt. Ze besluiten eens langs te gaan. Doortje vertelt haar verhaal en wordt via hen wederom naar de huisarts gestuurd. Deze stuurt haar door naar de basis GGZ. Toen haar zij haar ex-man spotte met een ander werd het Doortje te veel. Ze deed een zelfmoordpoging. Doortje werd opgenomen en haar behandeling werd overgeplaatst naar de generalistische GGZ.

Deze besluiten om na 3 weken haar weer naar huis te laten gaan en met een (F)ACT team ambulante zorg te verschaffen. Doortje voelt zich thuis weer eenzaam en om dit verdriet te vergeten gaat Doortje drinken en aan de drugs. Ze raakt verslaafd. Ze wordt door het (F)ACT team naar een verslavingsinstelling gestuurd. Daar wordt ze opgenomen om af te kicken. Eenmaak clean, neemt de generalistische GGZ haar weer over. De psychiater geeft haar een nieuwe diagnose erbij: angststoornis. Doortje moet hiervoor cognitieve gedragstherapie gaan volgen. Hier kwam men er achter dat ze een te laag IQ blijkt te hebben voor de therapie.

Doortje wordt door gestuurd naar een instelling gespecialiseerd in mensen met een licht verstandelijke beperking. Zij kon niet de ondersteuning krijgen die hier aangeboden werd omdat de psychiatrische problematiek hoofdzaak was. Doortje werd weer teruggestuurd naar de GGZ. Men wist niet meer in welke zorglijn zij ingedeeld moest worden: angststoornissen, stemmingsstoornissen, verslavingsproblemen? Uiteindelijk werd zij ingedeeld onder stemmingsstoornissen. Doortje bezoekt de poli en het gaat al een stuk beter nu haar medicatie is ingesteld.

Doortje is zo’n typisch voorbeeld van een ‘tussen-wal-en-schip’ casus. Hoe kunnen we er voor zorgen met zoveel zorgaanbieders dat een cliënt niet verdwaald? Stel dat Doortje een terugval heeft, hoe weet Doortje dan waar en bij wie zij aan de bel moet trekken? En moet Doortje dan 12 keer haar verhaal vertellen aan elke hulpverlener die zij op de weg naar herstel ontmoet?

Zou het niet prachtig zijn als Doortje in die moeilijke reis naar herstel toe, de weg van de juiste zorg, één gids had? Één gids die haar over het hele pad begeleidt? Die haar op het rechte pad kan houden doordat hij de weg weet. Één gids die het verlangen en de mogelijkheden van Doortje kent en haar naar haar ideale eindbestemming helpt? 

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden