Het streven naar scheiden van wonen en zorg wordt al sinds 1994 in ieder regeerakkoord specifiek benoemd. Maar ondanks veelbelovende initiatieven, wonen op dit moment een paar honderdduizend mensen in intramuraal bekostigde instellingen.
Tot voor kort vonden veel mensen uit de zorgwereld het prima dat er verschillende bekostigingssystemen waren voor het diverse aanbod van thuiswonen met een PGB tot geheel verzorgd wonen in een AWBZ-instelling. Sindsdien is in die opvatting een kentering zichtbaar.
Ik merk in gesprekken met mensen in de zorgsector dat daar nu breed de stelling heeft postgevat dat het financieel scheiden van wonen en zorg onvermijdelijk is. Het is voor professionals op het snijvlak van zorg en welzijn van belang dat zij zich realiseren dat dit een majeure stelselwijziging inhoudt. Daarbij hoort een nieuw speelveld, nieuwe spelers en helaas ook oude spelers die het niet zullen redden. Het is voor professionals dus zaak om vóór definitieve deadlines uit te lopen en te beslissen waar zij als werknemers en organisaties willen staan als wonen en zorg worden gescheiden.
Onvermijdelijk denk ik daarbij terug aan de tijd dat de Wmo werd aangekondigd. Welzijnsorganisaties hadden zolang gewacht op deze kans, dat alleen de aankondiging van de wet al zoveel beweging veroorzaakte, dat een momentum ontstond voor de politiek. Zorgaanbieders - die in het algemeen niet enthousiast waren over de wet - hadden het nakijken. Zeker toen ook cliëntenorganisaties zich voor de Wmo uitspraken.
Het welzijnswerk houdt zich al twintig jaar muisstil in het debat over het scheiden van wonen en zorg. Ik vind dat zorgelijk. Een visie vanuit het welzijnswerk op zorg in de samenleving is noodzakelijk. Het welzijnswerk, gespecialiseerd in het bieden van ondersteuning aan (sociaal) zwakkeren, kan en moet een belangrijke rol spelen als intramuraal bekostigde instellingen verdwijnen. Daarbij zal een stevige visie op die nieuwe rol medebepalend zijn voor het succes van het welzijnswerk in de komende decennia.
De cruciale vraag is of het welzijnswerk in de drivers seat wil zitten als het definitieve moment van scheiden van wonen en zorg is aangebroken; of dat zij die plek gunt aan spelers die wél weten wat ze dan willen.
Anouchka van Miltenburg (43) is van huis uit journalist en sinds 2003 lid van de Tweede Kamer voor de VVD. Ze is getrouwd en heeft drie kinderen.
door
Anouchka van Miltenburg
9 sep 2010
laatste update:4 nov 2010