‘Wat is nu goede zorg? Begin daar eens mee’

Gemeenten zijn na de transitie als een kip zonder kop aan de slag gegaan. Beleidsarm en zonder al te veel visie, concludeert Marcel Boogers, hoogleraar Innovatie en Regionaal Bestuur aan de Universiteit Twente. ‘Een visie op goede zorg ontbreekt.’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Hoogleraar Marcel Boogers is hoopvol. Langzaam komt er meer aandacht voor de vraag hoe de zorg in Nederland eigenlijk is georganiseerd. ‘De overdracht van de taken naar de gemeente kent twee kanten, zeg ik altijd. Transitie, dat is de overdracht, en transformatie, dat is een andere manier van werken.’ Maar na de transitie hebben de gemeenten volgens de hoogleraar de mouwen opgestroopt en zijn aan de slag gegaan. ‘We moeten constateren dat de taken tamelijk beleidsarm zijn uitgevoerd. Maar doordat ze naar de gemeente gingen, dus dichterbij de zorgbehoevenden, had dit wel meteen een aanzuigende werking.’ Met alle tekorten tot gevolg.

Vraag

Boogers: ‘Als een kip zonder kop zijn gemeenten, er was natuurlijk ook weinig voorbereidingstijd, aan de slag gegaan. Eigenlijk zijn gemeenten vooral bezig met brandjes blussen en incidenten oplossen. De vraag hoe willen we dat jeugdzorg of zorg in de hele breedte er in onze gemeente, onze regio, uitziet, is niet gesteld.’ De bezuinigingen werden vervolgens ook doorvertaald richting de zorgaanbieders. ‘Een aantal moest sluiten, andere instellingen moesten zo knippen in het budget waardoor de kwaliteit van zorg achteruit holde.’ Het zijn stuk voor stuk ernstige gevolgen van het gebrek aan visie, stelt Boogers.

Innovatie

Vanwege de grote bezuinigingstaakstelling die met de decentralisaties gepaard ging, is volgens hem de neiging groot om vooral naar kosten en budgetten te kijken. Voor de innovatie van zorg is hierdoor minder aandacht, terwijl dat ook besparingen kan opleveren. Gemeenten moeten daarom pas op de plaats nemen en de juiste vragen stellen, luidt zijn pleidooi. ‘Vinden we het normaal dat jongeren in taxibusjes van de ene kant in de regio naar de andere kant worden vervoerd of willen we de zorg dichterbij organiseren?’

Incidenten

Boogers, tevens ook senior-adviseur bij BMC Advies, zit regelmatig met gemeentebesturen om tafel. ‘Wat verstaan we eigenlijk onder kwalitatief goede zorg? Als ik deze vraag aan bestuurders voorleg, dan krijg ik van de wethouder vaak het antwoord: Eén gezin, één plan. Maar dat is geen visie. Wat is goede zorg? Wat vinden we belangrijk? Nabijheid, toegankelijkheid, korte wachtlijsten, waar zet je op in? Welke kwaliteitsmaatstaven hanteer je? Hoe houden we het zorglandschaap vitaal? Dat zijn nieuwe vragen voor lokale bestuurders, maar zonder deze vragen te beantwoorden, kun je geld in het systeem blijven stoppen.’

Regionaal

De nieuwe visie met de bijbehorende vragen over de zorg en het regionale zorglandschap moet volgens Boogers niet door elke gemeente worden uitgedokterd, maar juist binnen het regionaal samenwerkingsverband. Eerder toonde de hoogleraar in een onderzoek aan dat een gemiddelde Nederlandse gemeente in vijftien samenwerkingsverbanden met vijftig andere gemeenten samenwerkt. Een ongeorganiseerde camping, noemde hij het eerder. Hij riep destijds gemeenten op kritisch te kijken naar de nut en noodzaak van deze verbanden. ‘Maar je hebt elkaar in de regio wel nodig. Alleen al om het motto Eén gezin, één plan uit te voeren. Met een moeder die in de ene gemeente woont en vader bijvoorbeeld in de ander. Samen een visie ontwikkelen is ingewikkeld, misschien dat gemeenten daar ook hulp bij nodig hebben, maar het is hard nodig. Ook om de kosten te besparen.’

Effect

Hij vreest anders een financiering zonder einde en ziet nog meer nadelige effecten. ‘Er komt nu zoveel op het bordje van de gemeente terecht. Daar zit het geld. Met als gevolg dat heel veel problemen nu geframed worden als jeugdzorg terwijl we het eigenlijk over opvoedingsvraagstukken of gezinsproblematiek hebben. Neem bijvoorbeeld ADHD. Geen land ter wereld met zoveel indicaties ADHD, PDD-NOS, dyslexie. Dat zegt heel veel. Dat heeft vaak te maken met de kwaliteit van het onderwijs of situaties thuis. Gemeenten beginnen dat nu door te krijgen.’ De ene gemeenten gaat daar innovatiever mee om dan de andere, weet hij. ‘Een aantal gemeenten zet nu bijvoorbeeld praktijkondersteuners in bij huisartsen om vroegtijdig te signaleren. Van zorgprofessionals verwacht je eigenlijk dat ze zichzelf overbodig te maken.’

1 REACTIE

  1. Nu wordt de oorzaak van haperende zorg bij de gemeenten gelegd. Maar het was de landelijke politiek van wie alles anders moest en dat, onder het mom van zuiniger en betere zorg dichtbij, over de schutting naar gemeenten gooiden. Daar hebben veel kwetsbaren die al zorgen genoeg hadden erg van wakker gelegen en nog. Zorgtransitie had naar mijn mening moeten zijn; bijstelling en finetuning van wat er toen stond. Laten we er wat van leren dat bestaande zaken repareren vaak beter is dan weggooien en weer nieuw.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.