Wat is de sociale basis volgens ouderen zelf?

Om ervoor te zorgen dat ouderen daadwerkelijk langer thuis kunnen wonen moet de sociale basis in gemeenten worden versterkt. Maar wat is die sociale basis eigenlijk? Aan welke voorzieningen, contacten en hulpverleners hebben ouderen écht iets? Jenny Zwijnenburg en Sjef van der Klein, beide oud-Sociaal Werkers van het Jaar, onderzoeken deze vragen.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

‘De sociale basis is nu vooral nog een concept uit beleidsstukken en startnotities’, vertelt Van der Klein. ‘Niemand weet precies wat het is, laat staan dat sociaal werkers en andere partners in de sociale basis elkaar ontmoeten en vanuit die beleidsstukken weten hoe ze eraan (kunnen) bijdragen.’ Daarom vroeg het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport, namens de partners van het programma Langer Thuis, aan Van der Klein en Zwijnenburg om dit te onderzoeken.

Controversieel onderzoek

‘Die aanpak is best controversieel’, zegt Van der Klein. ‘Wij zijn geen kennisinstituut of wetenschappers. De kritiek die we vooraf kregen is dat ons onderzoek hoe dan ook geen wetenschappelijke kennis gaat opleveren.’ Door zulke kritiek laten deze eigenwijze sociaal werkers zich niet van de wijs brengen. Zwijnenburg, die naast sociaal werker ook actieonderzoeker is verbonden aan Tranzo: ‘Het is niet ons doel om het beste onderzoek te doen op methodisch gebied. Wij hebben gewoon gekeken naar de vraag van het ministerie en hoe we binnen de tijd die we ervoor hebben zo veel mogelijk impact kunnen hebben voor de sociaal werkers en de ouderen.’

Praktijkvoorbeelden

Het onderzoek van bestaat uit drie fasen. De eerste fase is net afgrond. Daarin verzamelden ze 75 parktijkvoorbeelden van sociaal werkers die impact hadden op de sociale basis van ouderen. Het doel was om honderd voorbeelden te verzamelen. Zwijnenberg: ‘In het najaar zoeken we de resterende 25 erbij.’ Volgende week donderdag en vrijdag start fase twee. Dan komen tien sociaal werkers samen om te kijken welke patronen opvallen in de casussen en welke werkzame mechanismen ze in deze casussen vinden.

Meest kwetsbare ouderen

Zwijnenburg heeft al een paar eerste ideeën hierover. ‘Sociaal werkers komen vooral bij kwetsbare ouderen die een heel klein netwerk hebben. Het zijn vaak mensen met meerdere problemen die de sociaal werkers outreachend moeten benaderen.’ Voor minder kwetsbare ouderen kunnen heel andere contacten bijdragen aan die sociale basis. Van der Klein: ‘Het is heel goed mogelijk dat als je het ouderen zelf vraagt, ze vooral opknappen van hun bezoekjes aan de kapper of hun koffiemoment met de huishoudelijke hulp. Die actoren in een wijk leveren een bijdrage aan de sociale basis die je vanuit een beleids-perspectief niet zou bedenken.’

Relevantie van sociaal werk

Waarmee gelijk het gevaar van het onderzoek zit. Wat nu als de sociaal werkers helemaal niet relevant zijn voor die sociale basis? ‘Dat zou kunnen, maar ik verwacht het niet’, zegt Zwijnenburg. ‘Veel ouderen zullen inderdaad niks te maken hoeven hebben met de sociaal werkers om langer thuis te blijven. Die hebben hun familie, vrijwilligers van de bibliotheek of hun eigen breiclubjes. Dat is helemaal prima. Ik denk, en dat zien we ook uit de casussen, dat de sociaal werkers er zijn om aan te vullen. Dat kan zijn door een kleine actie, zoals iemand met een klein netwerk koppelen een vereniging of activiteit in de wijk. Of door zwaardere zorgvragen te ondersteunen. We zien nu al dat veel sociaal werkers ook echt zorgtaken verlenen. Er zijn bijvoorbeeld sociaal werkers die casemanager dementie zijn. Dat zijn hele intensieve trajecten. Het onderzoek laat maar weer zien hoe breed het sociaal werk is.’

Perspectief ouderen

Na de analyse met de collega-sociaal werkers volgende week gaan Van der Klein en Zwijnenburg in fase drie terug naar de praktijk om hun resultaten te testen. En ze gaan de ouderen in Van der Kleins eigen wijk bevragen: welke contacten maken dat ze langer thuis kunnen blijven en in hoeverre levert Van der Klein daar een bijdrage aan? Van der Klein: ‘Hopelijk krijgen we dan een compleet overzicht van alle actoren in de sociale basis in een gebied, namelijk mijn wijk en stad Tilburg. Vanuit het perspectief van de ouderen zelf. Eventueel kunnen we een tool ontwikkelen waardoor ook andere steden, dorpen en wijken de sociale basis vanuit het perspectief van de ouderen inzichtelijk kan maken. Die zal naar verwachting namelijk er in elke wijk totaal anders uitzien.’ Naar verwachting is het onderzoek in november klaar.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.