Vernieuwende rol gemeente in Apeldoorns jeugdwerk: De koers van de jongerenbus

Hoe actief zijn gemeenten in het jongerenwerk? De gemeente Apeldoorn heeft ruim vijftig projecten in het leven geroepen, terwijl ze met ruim twintig instellingen samenwerkt om jongerenproblemen op te lossen en te voorkomen. Er is enthousiasme over haar regievoering. Alleen de samenwerking met Bureau Jeugdzorg wil niet vlotten. 'Maar de jeugdhulpverlening is volledig ontschot.'

De opvallend blauwe bus die voor wijkcentrum Orca in

Apeldoorn staat, wordt door voorbijgangers een beetje vreemd gadegeslagen. De

schotel op het dak doet al vermoeden dat het niet om een gewone bus gaat. De bus

is omgebouwd tot een gezellige ruimte met televisie, computers en een keukentje.

Het is een en al bedrijvigheid in de bus. Jongeren zitten een computerspelletje

te doen, anderen zitten wat te kletsen. Dagelijks staat de jongerenbus op

verschillende plaatsen in Apeldoorn. Jongeren kunnen er meedoen aan

activiteiten, zelf activiteiten organiseren en informatie opzoeken. Ook hebben

ze de mogelijkheid om gewoon wat te kletsen. Daarnaast kunnen organisaties

jongeren ontmoeten en betrekken bij veranderingen, inspelen op wat er bij ze

leeft en bemiddelen tussen jongeren en bijvoorbeeld buurtbewoners, hulpverlening

en scholen. In de bus is altijd een professional aanwezig en de jongeren worden

ontvangen door de gastheer, die tevens chauffeur is van de bus.

Jongerenwerker Jan van Eijk – coördinator van de jongerenbus – is met name

enthousiast over het straatgroepenteam. Hierin werken gemeente, politie en

jongerenwerk samen. Kenmerkend is dat ze heel ‘vindplaatsgericht’ (outreachend)

werken. ‘Met het straatgroepenteam hebben we precies op een rijtje gekregen

welke jongeren in welke wijk zitten. Het blijkt dat we in Apeldoorn met 75

jongerengroepen te maken hebben waarvan we inmiddels met vijftig contact hebben.

Met de bus komen we een avond in de wijk staan, van waaruit we activiteiten

organiseren en problemen met ze bespreken. De groep die we benaderen, komt hier

altijd om iets te doen. Een tijd geleden heeft een groep een cd gemaakt met

teksten die gingen over de buurt waar ze woonden. Als er conflicten zijn met

buurtbewoners, proberen we met de jongeren een oplossing te zoeken. Zo hebben de

jongeren onlangs een buurtfeest met barbecue georganiseerd. Hele praktische

zaken kunnen al een goede oplossing bieden. Het gaat ontzettend goed. Niet

alleen de jongeren zijn erg enthousiast, maar ook de medewerkers. Het

samenwerken tussen verschillende instanties gaat prima. Ik durf wel te zeggen

dat de zorg volledig ontschot is.’

Afwachtend

Een jaar geleden is Jong Kapitaal van start gegaan. In dit beleidsplan zet

de gemeente flink in op jeugdbeleid. Zo is de jongerenbus één van de

uitvloeiselen hiervan. Liesbeth Keppel, directeur van de welzijnsinstelling

Wisselwerk is vol lof over de rol van de gemeente in het jeugdbeleid. Ze vindt

het bijzonder dat het beleidsplan uit eenvoudige samenwerking tussen een aantal

partijen is begonnen.

Een paar jaar geleden besloten instellingen op het gebied van jeugdzorg met

elkaar samen te werken, maar onoverzichtelijkheid zorgde ervoor dat ze door de

bomen het bos niet meer konden zien. Bovendien was niet duidelijk wie nu de

regie had. De rol van de gemeente was voor velen een raadsel: aanjager,

voorzitter of regisseur? Een aantal instellingen zag de gemeente als trekker van

de kar en nam een afwachtende houding aan. Een projectgroep besloot dat

communicatie en duidelijkheid noodzakelijk waren, maar ook de participatie van

jongeren en ouders moest worden versterkt.’

Met Jong Kapitaal hebben alle betrokken instellingen duidelijke taken. De

gemeente heeft de regie, terwijl een stuurgroep de voortgang en de koers

bewaakt. Op hun beurt zijn projectgroepen verantwoordelijk voor het realiseren

van de projectplannen. Er zijn zeven projectgroepen: integraal jeugdbeleid,

risicoleerlingen, veilige school, jongeren en criminaliteit, participatie, brede

school, opvoedingsondersteuning en ontwikkelingsstimulering. Uit deze groepen

zijn vervolgens vijftig projecten voortgekomen.

De provincie Gelderland heeft voor drie jaar extra geld beschikbaar

gesteld. Opvallend aan het beleid is de snelheid waarmee wordt gewerkt, de

jongerenparticipatie en de samenwerking. Waar instellingen vaak de neiging

hebben elkaar als concurrenten te zien, werken de samenwerkingspartners in

Apeldoorn volgens Keppel samen aan hetzelfde doel. ‘Niet de organisatie staat

centraal, maar de inhoud. Het enthousiasme voor deze samenwerking is groot.

Bovendien is Apeldoorn een middelgrote gemeente waar men elkaar vrij snel kent.

In een grote stad werk je toch sneller langs elkaar heen. Doordat alle betrokken

partijen elkaar vaak ontmoeten, versterken ze elkaar. De samenwerkingsstructuur

zorgt ervoor dat het beleid ondanks de vele partijen en projecten niet

onoverzichtelijk is. Zes keer per jaar zijn er projectbijeenkomsten waarin alle

partijen zijn vertegenwoordigd. Zo weet iedereen wie waar mee bezig is.

Bovendien hebben we duidelijke afspraken gemaakt over doelstellingen en

budget.’

De actieve rol van de gemeente laat zich illustreren doordat bijvoorbeeld

de wethouder altijd bij de kwartaalvergaderingen aanwezig is. ‘Door alle

aandacht voor alle projecten krijgt niemand het idee dat ze maar een klein

radertje zijn in het geheel. Ook de snelheid waarmee we werken stimuleert de

betrokkenen van de verschillende projecten om de vaart er lekker in te houden.’

Introvert

De afgelopen tijd heeft jongerenwerker Mirjam Hohmann in de jongerenbus

geholpen met het maken van een website. Jongeren die in de bus komen, kunnen op

deze website informatie toevoegen over hun wijk. Fleurige folders van het

Jeugdnetwerk leggen uit welke mogelijkheden er zijn. Hohmann is de coach van het

Jeugdnetwerk, een belangrijke schakel in de participatie. ‘Het trekt jongeren,

zo’n hippe bus. Hier trof ik een paar meiden die een website wilden maken over

jongeren in Apeldoorn. Ik heb ze daarbij begeleid op de bus. Vandaag zijn de

meisjes er niet, want ik hoorde net dat de groep inmiddels al weer uit elkaar is

gevallen.’

Hohmann is ook betrokken bij het project ‘Digitaal je buurt scannen’,

waarbij jongeren met een camera de wijk in gaan. Ze kunnen de film in de bus

monteren. Werkgroepen van minimaal vier personen kunnen via het Jeugdnetwerk

iets organiseren of proberen te veranderen op politiek, maatschappelijk of

cultureel gebied. Inmiddels zijn ongeveer twaalf werkgroepen actief. Het

onderdeel in de nota Jong Kapitaal over participatie is door Jeugdnetwerk zelf

aangegeven. Hohmann: ‘Uiteindelijk willen we ernaar toe dat jongerenparticipatie

in alle beleidsthema’s wordt gerealiseerd. De lijnen van de volgende nota moeten

gebaseerd zijn op wat jongeren aangeven.’

Coördinator Jan van Eijk is tevreden over het afgelopen jaar, maar wil

kijken in hoeverre de Jongerenbus vaker ingezet kan worden. Hij denkt zelf aan

activiteiten op school, waar het Jongeren Informatiepunt voorlichting kan geven

over een onderwerp als drugs. Daarnaast zou een wijkagent af en toe een

spreekuur kunnen houden op de bus. Van Eijk: ‘De mogelijkheden zijn oneindig.

Het probleem is wel dat er meer jongerenwerkers bij moeten komen. Willen we ons

werk goed kunnen uitvoeren, dan moet je meer uren inzetbaar zijn. Dat 25

jongerengroepen nu geen aandacht hebben, dat kan natuurlijk niet.’

Theo van Enckevort, coördinator jeugdbeleid van de gemeente Apeldoorn is

het met Van Eijk eens. ‘Uit onderzoek blijkt dat we het dubbele aantal

jongerenwerkers nodig hebben, maar daar is helaas het geld niet voor.’ Van

Enckevort is degene die de projecten aanstuurt en de betrokken instellingen

‘achter de broek aan zit.’ Om de jeugdparticipatie meer vorm te geven wordt er

dit jaar een jeugdmonitor gehouden, waar alle jongeren kunnen aangeven wat zij

belangrijk vinden in het jeugdbeleid. Zo wordt per wijk duidelijk waar behoefte

aan is. Op basis van deze resultaten kan de gemeente het jeugdbeleid aanpassen

als dat nodig is.

Waar op dit moment verandering nodig is, is de samenwerking met Bureau

Jeugdzorg. ‘Dit loopt niet lekker. Omdat deze instelling wordt aangestuurd door

de provincie kunnen wij ze niet echt aanspreken op hun naar binnen gerichte

houding. Wij zouden Bureau Jeugdzorg graag dezelfde plek geven als Wisselwerk,

maar dat is nu helaas nog niet mogelijk. We hebben gesprekken met de provincie

en zijn druk bezig om iets aan de situatie te veranderen.’/Ester

Mijnheer

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.