Steven van Eijck: ‘De wethouder moet hangen als jeugdzorg faalt’

Bureau jeugdzorg gaat bijna helemaal op in de Centra voor Jeugd en Gezin ‘om de hoek’. Een minster Jeugd zorgt voor overgang van de verantwoordelijkheden van de provincies naar de gemeente. ‘Het systeem moet óm’, zegt jeugdcommissaris Steven van Eijck, die op 26 april zijn Sturingsadvies voor de jeugdzorg aan het kabinet heeft voorgelegd.
Steven van Eijck: ‘De wethouder moet hangen als jeugdzorg faalt’


Carolien Stam – Steven van Eijck vindt dat discussies over het falen

van de jeugdzorg niet in Den Haag thuis horen: ‘Die gáán er niet over en het

leidt alleen maar tot nog meer regels en protocollen. De wethouder moet

verantwoordelijk zijn, hij moet hangen als er weer een meisje van Nulde gevonden

wordt.’

Het ‘testament’ voor een beter jeugdbeleid van Van Eijck telt

vijfentwintig aanbevelingen. Bestuurlijk moet de verantwoordelijkheid voor het

jeugdbeleid komen te liggen bij de gemeente, en wel bij de wethouder jeugd. Van

Eijck stelt een clustering van taken voor in opvoeding en gezondheid, vrije tijd

en opvang, jeugdbescherming en veiligheid.

In het eerste cluster krijgen de nieuwe centra Jeugd en Gezin een centrale

rol. Daar kunnen ouders en kinderen niet alleen met vragen terecht, maar ook

indicatiestelling en hulpverlening zitten er bij elkaar. De bureaus jeugdzorg

zien zo het grootste deel van hun taken – en hun personeel – verhuizen naar de

centra die ‘om de hoek’, dichtbij de ouders en kinderen, zullen verrijzen.

Specialistische hulpverlening blijft regionaal georganiseerd, evenals de

jeugdbescherming en jeugdreclassering.

De provincies gaan de jeugdzorg inleveren aan de gemeenten. Is het

huidige provinciale verantwoordelijkheid een wanconstructie?’Het

werkt niet. Het schept gelaagdheid, bureaucratie en is veel te ver van de ouders

en het kind georganiseerd. Maar de gemeenten kunnen die verantwoordelijkheid

niet in één keer overnemen. Dat moet geleidelijk. De minister van Jeugd gaat dat

begeleiden en als de verantwoordelijkheid overgeheveld is kan de minister weer

opgeheven worden.’

Kunnen we dan ook de Wet op de Jeugdzorg afschaffen? De huidige

staatssecretaris heeft die wet ingevoerd.‘Nou nee…. Wetsaanpassingen

brengen veel onrust teweeg en duren lang. Ik ben niet van de politiek, ik kijk

wat mogelijk is en dan zie ik dat er binnen de huidige wet- en regelgeving

stappen gezet kunnen worden die een onomkeerbaar proces in gang zetten om de

verantwoordelijkheid voor jeugdzorg naar die wethouder te brengen. Dat betekent

feitelijk dat er over vijf jaar geen taken meer zijn op dat gebied voor de

provincies, ja.’

Wordt het Centrum voor Jeugd en Gezin nu het loket dat bureau jeugdzorg

had moeten zijn?‘De professionals komen er bij elkaar. Dat gebeurt nu

ook steeds meer. Er zijn al veel van dit soort initiatieven, vooral in grote

gemeenten, waar professionals een fysieke omgeving zoeken in de wijk om bureau

te houden en met elkaar te communiceren. Dat werkt prima. De functies die nu bij

bjz zitten verhuizen inderdaad voor een belangrijk deel naar de Centra voor

Jeugd en Gezin. Bjz wordt veel belangrijker, die zitten straks om de

hoek.’

Welke stok staat er bij de gemeente achter de deur om goed jeugdbeleid

uit te voeren?‘Nou, ga ’t maar uitleggen als je politiek sneuvelt. Dat

lijkt me niet zo prettig. Ik geloof wel zeker dat mensen in kleinere gemeenten

die wethouder weten te vinden. Dat is prins Carnaval of ze komen elkaar tegen in

de kerk. In grote steden, waar de problemen ook groter zijn, is het belangrijk

dat burgers weten welk nummer ze moeten draaien om iemand namens de wethouder

aan de lijn te krijgen, reken maar dat die gebeld worden.’

Komt uw advies tegemoet aan de ruimte die professionals in de jeugdzorg

opeisen? Zij lopen aan tegen muren van onmacht en onmogelijkheden om een kind

adequaat te helpen.‘Zeker. Ik heb me verbaasd over hoe die mensen het

uithouden. Ze vechten tegen de bierkaai, ik snap niet waarom er geen massale

staking is uitgebroken. Maar zij maken telkens de afweging: “Ik kan een hoop

tumult maken of de energie beter aan het kind besteden”. Dat is waarschijnlijk

de reden dat het systeem nog een beetje heeft gefunctioneerd.’

‘Als er iets gebeurt in de hulpverlening moeten die hulpverleners

geraadpleegd worden. Zíj gaan over het kind. Als de eindverantwoordelijkheid bij

die wethouder ligt, wordt de verkokering doorbroken en kan de professional veel

meer het vertrouwen krijgen. Zij kunnen elkaar aanspreken op hun acties en op

afspraken die ze met elkaar maken over dat gezin. Dat vergt niet een enorme

cultuurverandering, ik denk dat de beroepskrachten dat best willen, zij stellen

namelijk het belang van het kind centraal.’

Het volledige interview met Steven van Eijck kunt u lezen in Zorg + Welzijn

nr. 5, dat op 2 mei verschijnt.Lees ook: Provincies over jeugdzorgadvies: ‘Kinderen worden niet beter geholpen’ en 13

miljoen voor probleemgezinnen
Links: Ministerie van VWS, Extra geld voor hulp aan probleemgezinnen, Operatie Jong, Sturingsadvies Steven van Eijck: Koersen op het kind, Inter Provinciaal Overleg, JONG-advies brengt jeugdzorg terug bij af

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.