Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Spreekuren op het Friese platteland: Comeback van de wijkzuster

De wijkzuster keert terug op het Friese platteland. Thuiszorg De Friese Wouden is een proef gestart met spreekuren door wijkzusters in de dorpen Hardegarijp en Gerkesklooster. De instelling hoopt zo de thuiszorg weer meer een gezicht te geven. Slaat de proef aan, dan komen er wijkzusters in meerdere plaatsen.

De wijkzuster die op de fiets haar patiënten in het dorp bezoekt. Die iedereen kent en door iedereen gekend wordt. Ze bestaat niet meer. Tegenwoordig rijden thuiszorgverpleegkundigen in auto’s en werken ze vaak in een groter gebied. Dat maakt hen onzichtbaar. Daarnaast zijn de Groene Kruisgebouwen de afgelopen jaren langzaam verdwenen. En wie kent Thuiszorg De Friese Wouden nog, dacht regiomanager Sjoukje Kooistra. ‘Weten mensen wel waar ze met hun vragen over thuiszorg, jeugdgezondheidszorg, mantelzorg en andere problemen terecht kunnen? Wij zijn nu alleen bereikbaar via een 0900-nummer en dat maakt de drempel hoger en het contact onpersoonlijker.’

Hart luchten

De Friese thuiszorgorganisatie vond dat de ouderwetse wijkzuster weer zichtbaar moest worden, ze is namelijk nooit weg geweest. Ze rijdt dan weliswaar niet meer op een fiets door het dorp, maar is via een spreekuur wel gemakkelijk te bereiken. Als proef zijn twee verpleegkundigen – de wijkzusters – in de twee Friese dorpen Hardegarijp en Gerkesklooster een spreekuur gestart.

Verpleegkundige Jildau Dijkstra houdt sinds april elke donderdagochtend, van half 11 tot 12 uur, spreekuur in Hardegarijp. In een inloopcentrum voor ouderen. Ouderen doen hier spelletjes, drinken een kop koffie en maken een praatje. Het is een ontmoetingsplek voor zelfstandig wonende ouderen. Af en toe komt Dijkstra even in de ontmoetingsruimte zitten, om contact te leggen en een praatje te maken. In haar witte uniform valt ze op. ‘Mensen vragen wat ik daar kom doen en waar ik van ben. Zo wordt langzaam bekend dat er elke week een spreekuur is. Ook staan we in de huis-aan-huiskrant en we hebben bij de supermarkt folders verspreid. Zo kom ik als wijkzuster steeds meer in beeld bij de bevolking. Ik word ook steeds vaker herkend op straat. Al blijft het rijden in een auto natuurlijk minder opvallend dan in weer en wind op de fiets zitten.’

Op de spreekuren krijgt Dijkstra veel verschillende mensen met uiteenlopende vragen. ‘Vaak zijn het mantelzorgers, zoals kinderen of partners, die de belasting van de zorg zwaar vinden en vragen of het mogelijk is dat er extra professionele zorg kan komen. Wij kunnen dat redelijk beoordelen, al moet het Centrum Indicatiestelling Zorg natuurlijk de uiteindelijke indicatie doen. Ook komen er mensen die alleen hun hart moeten luchten.’

Opvallend is volgens Dijkstra dat er vrij veel mensen komen met psychosociale problemen. ‘Zij moeten even hun verhaal kwijt en soms is dat al genoeg. Maar als ik bij ze thuiskom en het is er niet op orde, dan zijn ze gebaat bij huishoudelijke hulp. Niet alleen om het huis schoon te houden, maar juist het praatje en de gezelligheid tijdens zo’n ochtend kan hen helpen over hun eenzaamheid heen te komen.’

De gesprekken zijn voor veel mensen emotioneel, merkt Dijkstra tijdens de spreekuren. ‘Mensen zoeken vaak pas hulp als de situatie al uit de hand begint te lopen. De mantelzorger dreigt overbelast te worden of het huishouden loopt totaal niet meer. Als zij met een hulpvraag op het spreekuur komen, maken we vaak een afspraak om bij hen thuis het gesprek te vervolgen. Daar zie je pas hoe de situatie is en kun je beter inschatten welke hulp nodig is. Een tijdje geleden kwam ik bij een vrouw die al tijden voor haar man zorgde, die kanker heeft. Ze hadden geen “hoog-laag bed”, het huishouden was rommelig, en de situatie was uit de hand gelopen. Dat raakt je. Veel mensen vinden het moeilijk om hulp te accepteren. Als ze eenmaal de stap hebben genomen om naar je toe te komen, zijn ze vaak al opgelucht. De spreekuren zijn laagdrempelig, maar wel persoonlijk. Dat spreekt aan.’

Naamsbekendheid

Het laagdrempelige karakter zorgt ook voor de meest uiteenlopende vragen. Maar volgens regiomanager Kooistra is dat ook de bedoeling. ‘Er komen vragen over opvoedingsproblemen, jeugdzorg, woningaanpassingen, eenzaamheid, alarmering of thuiszorg. We willen met de spreekuren vooral de weg wijzen in de zorg. En het is natuurlijk prettig, dat naast de naamsbekendheid en de bekendheid met onze producten ook meer mensen voor deze organisatie kiezen. De productie kan altijd omhoog.’

Na zes maanden loopt het nog niet storm tijdens de spreekuren. Begin oktober wordt er een besluit genomen of de wijkzusters doorgaan met de spreekuren. Als het aan Kooistra ligt, wordt het project voortgezet. ‘Het heeft tijd nodig. Mensen zijn nu meer bekend met onze organisatie, maar het blijft natuurlijk nog wel een stap om daadwerkelijk naar de spreekuren toe te komen. Ik ben er echter van overtuigd dat er behoefte is aan dit contact. Ik zou het graag uitbreiden naar de vijf andere gemeenten in dit gebied.’

Vorig jaar kwam PvdA-Kamerlid Khadija Arib met het plan om de wijkverpleegkundige een grotere rol te geven. De PvdA wil de ‘ouderwetse’ wijkzuster terug. Deze moet de huisarts ontlasten. De wijkverpleegkundige kan eenvoudige medische handelingen verrichten en beoordelen of een bezoek aan de huisarts nodig is, vindt Arib. De wijkzuster moet volgens haar de oren en ogen voor de hulpverlening worden. Zij komt immers bij de mensen thuis en kan de situatie het best beoordelen. De wijkzuster moet, kortom, ‘de menselijke factor’ terugbrengen in de zorg. De werklast van de huisarts kan volgens het Kamerlid worden verminderd, als die een deel van zijn taken kan overdragen aan een wijkverpleegkundige. Arib is ook voorstander van de oprichting van eerstelijnscentra in de wijken, waar iedereen terecht kan voor medische hulp, zorg of psychosociale klachten. Daar moeten onder meer huisartsen, wijkverpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten, apothekers en consultatiebureaus nauw samenwerken.

Staatssecretaris Clémence Ross van VWS noemde het een ‘sympathiek idee’. Ze vindt echter niet dat dit een onderdeel van de huisartsenzorg moet worden, maar wil het juist regelen in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Voor 2006 komt er in totaal 120 miljoen euro extra beschikbaar voor zorg aan ouderen. Ross wil met dit geld onder andere meer wijkverpleegkundigen inzetten om mensen te helpen langer thuis te blijven wonen. Ook komen er meer wijksteunpunten voor de thuiszorg.

Sinds de regering de thuiszorg op de vrije markt heeft gebracht, klagen sommige huisartsen volgens Kooistra over de mogelijkheden van nieuwe thuiszorgorganisaties. Zo zijn veel intramurale organisaties thuiszorg gaan leveren. ‘Maar het werk is niet hun expertise. Er is een concurrentie gaande die niet altijd goed is voor de cliënt.’

Kooistra vindt dat herkenbaarheid van de thuiszorg erg belangrijk is. ‘Mensen blijven langer thuis wonen en de zorgvraag wordt dus alleen maar groter. Maar je moet wel te vinden zijn. Vandaar dat wij ervoor gekozen hebben om de wijkzuster – we hebben bewust voor deze ouderwetse term gekozen – weer in de picture te krijgen. Daarnaast zijn we nog lang niet bij iedereen bekend. Wij zijn nog steeds de grootste thuiszorgorganisatie, en met deze actie willen we dat mensen onze naam en ons werk ook onthouden. Maar het kost veel tijd en geld om je naam te promoten. We hebben in Friesland een paar bussen rijden met onze naam er op, we sponsoren voetbal- en zwemclubs en we adverteren. Het is echt nodig met de concurrentie van nu. Als het aan mij ligt, breiden we de spreekuren uit naar andere dorpen.’/Ester Mijnheer

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.