
Dat er financiële regelingen bestaan voor gezinnen die onder de armoedegrens leven, is bij veel sociaal werkers ongetwijfeld bekend. Naast landelijke regelingen als de huurtoeslag en zorgtoeslag bestaan er gemeentelijke regelingen. Denk aan bijzondere bijstand voor onverwachte, noodzakelijke extra kosten die een cliënt zelf niet kan betalen en die niet via een andere regeling vergoed worden. Of de inkomenstoeslag, een jaarlijks extra bedrag voor mensen die structureel (meestal 3 jaar of langer) een laag inkomen hebben.
Sociaal Medische Indicatie
Maar er bestaan ook meer specifieke, gemeentelijke regelingen die veel minder bekend zijn, maar waar jouw cliënten mogelijk tóch voor in aanmerking kunnen komen. De Sociaal Medische Indicatie is zo’n regeling. De SMI is bedoeld voor gezinnen waar sprake is van sociale of medische problematiek. Denk aan een ouder die met een psychische stoornis kampt of chronisch ziek is. In zo’n geval kan kinderopvang, al dan niet tijdelijk, lucht geven. Zo krijgt de ouder de tijd en ruimte om aan zijn/haar situatie te werken. Ook als een kind extra ondersteuning nodig heeft, kan een SMI helpen.
Met een SMI betaalt de gemeente (een deel van) de kosten van reguliere kinderopvang, zelfs wanneer het gezin geen recht heeft op kinderopvangtoeslag. Deze regeling is dus bedoeld voor ouders met kinderen tot 12 jaar die niet in aanmerking komen voor de landelijke kinderopvangtoeslag.
Nieuwe Handreiking SMI
Een SMI-aanvraag loopt altijd via de gemeente, vaak na een advies van een GGD-arts of andere professional. Eerder dit jaar verscheen een nieuwe handreiking Handreiking Sociaal Medische Indicatie voor gemeenten. Dit omdat voorheen er per gemeente grote verschillen bestonden in de toekenning van de financiële regeling. De handreiking moet voor meer eenduidigheid zorgen. Wel is het natuurlijk zo dat een SMI altijd maatwerk blijft.
Wanneer kun je een beroep doen op een SMI?
- Er zijn spanningen of problemen in een gezin.
- Er is sprake van ziekte, psychisch of lichamelijk bij de ouders of een ander gezinslid.
- Een kind heeft extra ondersteuning nodig in zijn/haar ontwikkeling.
- Er is (tijdelijk) geen veilige of stabiele thuissituatie. Denk aan een dreigende uithuisplaatsing of huiselijk geweld.
- Een ouder verleent tijdelijk extra mantelzorg, waardoor het kind beter af is op de kinderopvang.
Vraag bij de gemeente waar je werkt na welke specifieke, lokale regels van toepassing zijn.
