Risico op armoede het grootst bij vluchtelingen

Het aantal huishoudens met een inkomen onder de lage inkomensgrens is in 2017 weer met 27 duizend huishoudens gestegen naar in totaal 599.000 huishoudens, volgens het CBS. De stijging is voor een groot deel toe te schrijven aan Syrische vluchtelingen. Het risico op armoede dreigt. Sociaal werk heeft een belangrijk rol om statushouders uit de bijstand en naar werk te begeleiden.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Van de in totaal 7,3 miljoen huishoudens in Nederland hadden 599 duizend huishoudens in 2017 een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Dat blijkt uit cijfers van het CBS op basis van nieuwe definitieve armoedecijfers 2016 en voorlopige cijfers 2017. Opvallend is dat de stijging voor ruim een derde voor rekening komt van vooral Syrische vluchtelingen. Zij hebben een verblijfsvergunning ontvangen, maar zijn merendeels afhankelijk van een bijstandsuitkering.

Lage-inkomensgrens

In 2017 lag de lage-inkomensgrens op 1.040 euro per maand voor een alleenstaande, 1.380 euro per maand voor een alleenstaande ouder met één kind en 1.960 euro per maand voor een paar met twee kinderen.

Risico op armoede

Huishoudens die meer dan een jaar op de lage-inkomensgrens zitten hebben een groot risico op armoede. In 2017 moesten 227 duizend huishoudens al ten minste vier jaar op rij rondkomen van een laag inkomen; dat komt neer op 3,3 procent van alle huishoudens. Het aandeel huishoudens met een langdurig laag inkomen was in 2014 nog 2,7 procent. Er is ook een verschil in opleiding te ontdekken: Van de huishoudens met een hoog opgeleide hoofdkostwinner had 3,6 procent in 2017 een laag inkomen. Dit is minder dan bij middelbare opleiding, namelijk 7,0 procent, en vooral minder dan laag opgeleiden: 14,2 procent.

Vluchtelingen

Vluchtelingen nemen een relatief groot aandeel in de stijging van het aantal huishoudens onder de lage inkomensgrens in. Bijna 53 procent van de vluchtelinghuishoudens heeft een laag inkomen, ruim 6 keer zo vaak als gemiddeld in Nederland (8,2 procent), aldus het CBS. Bij huishoudens met een hoofdkostwinner van Syrische of Eritrese komaf is dat zelfs circa 80 procent. Huishoudens van Iraanse afkomst lopen van alle vluchtelingenhuishoudens met 33 procent het minste risico op armoede.

Statushouders

Het is van groot belang dat mensen die onder de lage inkomensgrens zitten worden bemiddeld naar werk. Met name vluchtelingen hebben een lange weg te gaan, omdat ze eerst de procedure voor statushouder moeten doorlopen, en vervolgens taalles en inburgeringscursussen volgen. Belangrijk is, zo blijkt uit een interview met onderzoekster Marjan de Gruijter, van het Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS), dat sociaal werkers goed samenwerken om statushouders naar werk te begeleiden.

Geïntegreerde aanpak

De integrale aanpak is het kernwoord bij de begeleiding van statushouders naar werk. Aldus Marjan de Gruijter, onderzoeker bij KIS. ‘Als mensen bezig zijn met de inrichting van hun woning, de papierwinkel die komt kijken bij de vestiging in de gemeente, met een taalopleiding en daarbij ook nog naar de arbeidsmarkt begeleid worden, dan is geïntegreerde aanpak van begeleiders en professionals erg belangrijk.’

Wat werkt bij de bevordering van de arbeidsparticipatie van statushouders? Kennisplatform Integratie & Samenleving heeft een dossier gemaakt. Lees het artikel hierover>>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.