Projectleider Louise Schaapveld over Groningse vensterscholen: ‘Kabinet schuift verantwoordelijkheid brede school van zich af’

De brede school wordt van alle kanten bejubeld, maar extra geld van het rijk is niet te verwachten. Louise Schaapveld, projectleider van de Groningse vensterscholen, is bang dat de scholen ten onder gaan aan hun eigen succes. ‘Eerst stimuleren we kinderen om deel te nemen aan de activiteiten en vervolgens moeten we door wachtlijsten ‘nee’ verkopen.’

Een school die de gaten moet dichten tussen onderwijs-

en welzijnsvoorzieningen, om de onderwijsachterstanden weg te werken en ouders

te ondersteunen. Vader en moeder volgen cursussen, zoon krijgt na schooltijd

blokfluitles en de jongste van het gezin zit in de peuterspeelzaal. En dat

allemaal in één brede school.

Zes jaar geleden werden de eerste ideeën over de brede school van Groningen

gelanceerd, de vensterschool. Het moest een prototype worden van een nieuwe

trend: de school staat centraal en andere vormen van educatie en welzijnswerk

komen er naar toe. Een samenwerkingsverband tussen onder andere

peuterspeelzalen, basisscholen, bibliotheken, sociaal-cultureel werk,

sportverenigingen en volwasseneneducatie. De samenwerking, al dan niet in één

gebouw, moest een omgeving creëren voor kinderen van nul tot vijftien jaar, die

door onder andere naschoolse activiteiten zou zorgen voor een betere

ontwikkeling van kinderen. Niet verwonderlijk dat Groningen hierin het voortouw

nam. In 1995 lag het gemiddelde inkomen van de inwoners aanzienlijk lager dan in

de rest van Nederland, door de hoge werkloosheid van vijfentwintig procent.

Nu, vijf jaar na de opening van de eerste vensterscholen in Groningen, kan

de balans worden opgemaakt. Louise Schaapveld, projectleider van de

vensterscholen, spreekt van een succes, maar dan wel een succes waar de

vensterscholen aan ten onder dreigen te gaan.

‘Het lijkt wel of het succes ons nekt. Voor de sportverenigingen zijn

wachtlijsten en ook de muzieklessen zitten vol. Hoewel het kabinet de brede

school de hemel in prijst, merken we daar financieel niets van. Dat stoort me

enorm. Eerst stimuleren we de kinderen om deel te nemen aan de activiteiten om

vervolgens te moeten zeggen dat er geen plaats voor ze is. Het rijk bemoeit zich

er niet mee en dat wordt nu wel eens tijd.’

Voor de negen vensterscholen stelt de gemeente dit jaar 2,1 miljoen

gulden beschikbaar. Schaapveld: ‘Het scheelt dat we met bestaand werk te maken

hebben. Maar het gaat om het veranderen van de organisatie, en daar is wel veel

menskracht voor nodig. Ook goed wetenschappelijk onderzoek is noodzakelijk. Van

alle kanten uit de politiek horen we hoe goed de brede school wel niet is, maar

geld? Wellicht heeft het te maken met de vraag uit welk potje het moet komen:

Onderwijs, Welzijn of Grotestedenbeleid? De ministeries schuiven het van zich

af. Het lijkt of het kabinet alleen met geld komt om impulsen af te geven, maar

het verder ontwikkelen moet je helemaal zelf doen. Zo is gebleken dat het gebouw

van de vensterschool erg belangrijk is, maar dan moet daar wel geld voor zijn.

Gelukkig zal de Commissie Dagarrangementen zich ermee gaan bemoeien.’

Samenwerking

Inmiddels zijn er negen vensterscholen in Groningen en in januari 2002

zal de tiende van start gaan. In 1997 is besloten dat elke wijk in de stad een

eigen vensterschool krijgt. Volgens de projectleider is bewust gekozen om door

te gaan met het opzetten van nieuwe vensterscholen in plaats van eerst de

bestaande scholen verder te ontwikkelen. ‘We hebben extra geld gekregen om een

nieuwe school op te zetten, dus dat moet je dan ook niet laten. Het gaat erom

dat we de dingen dóen. Je hoeft niet eerst alles op alle fronten compleet uit te

denken. Het gaat om de innovatie en de samenwerkingsverbanden. Als we alles van

tevoren hadden doorgesproken op alle niveaus, dan was de vensterschool nooit van

start gegaan.’

Schaapveld vindt dat de samenwerking erg goed verloopt. ‘Natuurlijk

zijn er wel eens meningsverschillen, maar het einddoel is voor alle betrokkenen

gelijk. Het is ook nog nooit zo uit de hand gelopen dat een instelling zich

heeft teruggetrokken.’Samenwerking kan ook tot verrassende ideeën leiden. Zo

was de opvang tussen de middag op school altijd een probleem. Niemand bleek zich

hier verantwoordelijk voor te voelen. Nu blijken de instellingen die betrokken

zijn bij de Vensterschool het zich toch aan te trekken. Scholen en buurtcentra

buigen zich over het probleem en proberen met oplossingen te komen. Schaapveld:

‘Het is nu echt ons pakkie-an geworden. We steken de koppen bij elkaar en er

komen verrassende ideeën. Klassenassistenten en medewerkers van de

peuterspeelzalen blijven bijvoorbeeld even wat langer doorwerken, zodat de

opvang geregeld is. Verder heeft elke vensterschool een plangroep, waar alle

meewerkende instellingen in vertegenwoordigd zijn. Ook hier ontstaan spontaan

werkgroepen voor bijvoorbeeld naschoolse activiteiten en ouderbetrokkenheid.’

Werkdruk

De kritiek op de als maar stijgende werkdruk van leerkrachten die

werkzaam zijn op een vensterschool, is volgens de projectleider niet gegrond.

‘Men denkt dat met de uitbreiding van de faciliteiten, ook de taken van een

leerkracht enorm toenemen. Dat is een misverstand. Doordat alles onder één dak

valt, kan er veel efficiënter worden gewerkt. De lijnen zijn veel korter

geworden. Bovendien hebben de leerkrachten een consultatieteam achter zich

staan, waar ze met problemen naar toe kunnen.’

Dit team bestaat uit een interne begeleider, de

schoolbegeleidingsdienst, een jeugdarts van de GGD en een maatschappelijk

werker. Leerkrachten of medewerkers van de peuterspeelzaal die problemen

constateren bij een kind kunnen naar dit team toe gaan, waar vastgesteld wordt

hoe groot het probleem is en naar wie het kind eventueel doorverwezen kan

worden. Dit gebeurt altijd in overleg met de ouders. Schaapveld: ‘Over het

algemeen wordt dat als zeer positief ervaren. Dat is bijvoorbeeld ook te zien

aan het verminderde ziekteverzuim. De druk wordt minder. Signalen komen snel

naar voren en er kan meteen wat aan worden gedaan.’

Na het eerste lustrum zijn er nieuwe punten waar de projectleider meer

aandacht aan wil besteden. Zo wil ze bekijken welk pedagogisch klimaat er in de

scholen heerst: hoe om te gaan met de kinderen en onderzoeken welke huisregels

er gelden. ‘Voor kinderen is dit bijvoorbeeld even wennen. Als een kind in de

naschoolse activiteiten rottigheid uithaalt, dan is dat ook meteen bij de school

bekend. Wanneer een kind tijdens de blokfluitles vervelend is, kan de leerkracht

hem daar op aanspreken. Dat is ook een doel van de vensterschool: een kind is

nooit anoniem.’

Het hoofddoel van de vensterschool is het bevorderen van de

maatschappelijke participatie van ouders en kinderen. ‘Het is natuurlijk nooit

wetenschappelijk te bewijzen, maar wij gaan er van uit dat als de omgeving

optimaal is, het leerproces ook beter gaat. De gebouwen en de instellingen

werken hier aan mee. Zo hebben we in een vensterschool een spel- en

opvoedwinkel, waar allochtone moeders gemakkelijk binnenlopen. Via deze winkels

zijn er moeders die zich aanmelden voor een cursus Nederlands. Een vensterschool

motiveert ouders om langer te blijven dan strikt noodzakelijk. Ze raken meer

betrokken bij de school en dat stimuleert ze om zelf ook binnen te lopen. Ouders

zetten hun kind niet alleen maar voor de deur af, maar komen ook in de school en

praten meer met elkaar en met het onderwijzend personeel.’

Voor de ouders die niet zo gemakkelijk binnen komen, worden soms

trucjes bedacht. Zo worden er in scholen tentoonstellingen gehouden, er komen

zitjes in de hal en er is ook een voorbeeld van kraampjes waar vrijwilligers

worden geworven. ‘Zijn de ouders eenmaal binnen, dan kijken ze ook of er

interessante cursussen zijn,’ aldus Schaapveld.

Zwakke schakels

Over het algemeen mogen de vensterscholen een succes zijn, er zijn ook

onderdelen die minder goed lopen. Zo is het ondanks de speciale jeugdteams

moeilijk om jongeren te bereiken die naar het voortgezet onderwijs gaan. De

overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs is volgens de

projectleider niet soepeler geworden. ‘We moeten ons dan ook afvragen of we hier

mee door moeten gaan.’ Ook de samenwerking tussen de verschillende brede scholen

zou volgens Schaapveld beter kunnen. ‘Toch blijft de zwakste schakel de

jeugdzorg. De situatie in de jeugdzorg is zo gespannen, dat de rek er uit is. We

kunnen de hulpverleners daar niet vragen om hun werk anders aan te pakken of

anders te organiseren. De werkdruk is te hoog om veranderingen aan te kunnen. Er

zal eerst wat gedaan moeten worden aan de wachtlijsten willen we beter kunnen

samenwerken om de zorg zo optimaal mogelijk te maken.’/Ester

Mijnheer

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.