Professionals moeten accepteren dat misbruik bestaat

Onderzoeker en klinisch psycholoog Iva Bicanic werkt al twintig jaar met misbruikte kinderen en jongeren. Afgelopen woensdag ontving zij de Jaap Chrisstoffels penning, een onderscheiding voor bijzondere verdiensten op het gebied van zorg aan psychisch getraumatiseerde kinderen. ‘We willen eigenlijk niet geloven dat er mensen zijn die hun geslachtsdelen, handen of vingers in gaatjes van kinderen stoppen. Maar we moeten ons realiseren dat het gebeurt en dat de omvang en impact ervan enorm is.’
Iva-Bicanic-fotograaf-Erik-Kottier-EPI.jpg
‘We willen eigenlijk niet geloven dat er mensen zijn die hun geslachtsdelen

Bicanic is hoofd van het Landelijk Psychotraumacentrum voor Kinderen en Jongeren in het WKZ en landelijk coördinator van het Centrum Seksueel Geweld. Twintig jaar geleden startte ze als stagiair bij professor Francien Lamers-Winkelman, expert op het van gebied van seksueel misbruik bij kinderen en inmiddels met emeritaat. ‘Zij heeft mij op een goede manier besmet met haar betrokkenheid bij het onderwerp. Het thema seksueel misbruik roept heel veel op, juist daarom willen mensen er niet van weten en kijken ze liever weg. Dat doen mensen die er zelf mee te maken hebben gehad vaak ook. Van Francien Lamers-Winkelman leerde ik echter dat herstel mogelijk is door het trauma niet uit de weg te gaan, te benoemen wat het is en door de vinger op de zere plek te durven leggen.’

Cijfers

De cijfers over seksueel misbruik zijn schokkend. Zo blijkt uit onderzoek van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen dat ieder jaar 62.000 Nederlandse kinderen op enige wijze voor het eerst te maken krijgen met misbruik en dat 1 op de 8 vrouwen en 1 op de 25 mannen aangeeft ooit verkracht te zijn. Bicanic: ‘Wat nog schokkender is, is dat die verhouding significant lager dan het aantal misbruikte mensen dat je zelf kent. Als ik je vraag hoeveel mensen in jouw familie, vrienden- en kennissenkring je ooit toevertrouwd hebben dat ze misbruikt zijn, is het antwoord waarschijnlijk een getal tussen de 0 en de 3. Dat betekent dus dat de meeste mensen die te maken hebben gehad met aanranding of verkrachting, niet tot een onthulling komen.’

Trauma

Zij stoppen het trauma weg. Omdat ze bang zijn dat mensen anders over ze gaan denken, omdat ze zich schamen of misschien omdat ze bang zijn voor wraak van de dader. Bicanic: ‘Ze weten dat het is gebeurd, maar proberen er niet aan te denken. Proberen zichzelf wijs te maken dat het niet is gebeurd. Eigenlijk is dat onnatuurlijk. Normaliter delen we een trauma. Als mensen stressvolle dingen meemaken, bijvoorbeeld een auto-ongeluk of een inbraak in hun huis, zoeken ze steun en laten ze zich kalmeren door een dierbare. De meeste slachtoffers van misbruik doen precies het omgekeerde. Ze zwijgen en doen hun best om niet te laten merken dat er iets naars is gebeurd. Dat ze daardoor in hun eentje worstelen is ontzettend verdrietig.’


Iva Bicanic is één van de sprekers op het Zorg+Welzijn congres Huiselijk geweld op 6 juni 2018. Op dit congres beantwoorden onder meer Bicanic,Marielle Dekker en Jan Willems de vraag: Hoe zorg je voor een effectieve multidisciplinaire aanpak van huiselijk geweld in jouw regio? Meer informatie of inschrijven


Confrontatie

Uit onderzoek is bekend dat mensen die misbruikervaringen wegstoppen in plaats van verwerken, daar last van kunnen hebben. Ze kunnen prikkelbaar zijn, het trauma in hun hoofd herbeleven, zich minder goed concentreren en zich naar voelen. De diagnose die het vaakst voorkomt is een Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS). Therapieën die bewezen helpen tegen PTSS, zoals EMDR en cognitieve gedragstherapie, hebben een gezamenlijk element: ze gaan uit van de confrontatie met de traumatische herinneringen. Bicanic: ‘Het gezegde ‘Nothing haunts us like things we don’t say’ gaat in dit geval op. Geef juist wel woorden aan het trauma en breng de gestagneerde verwerking op gang. Daar zit het herstel.’

Rol sociaal werkers

Volgens Bicanic is misbruik iets van alle tijden. Primaire preventie is bijna niet mogelijk, er is wereldwijd nog geen effectieve methode gevonden om dit mogelijk te maken. In secundaire preventie is nog wel een stap te zetten. Is er misbruik gaande? Dan moeten we zorgen dat het zo snel mogelijk naar buiten komt. Hierin is ook een rol weggelegd voor sociaal werkers. Bicanic: ‘We willen eigenlijk niet geloven dat er mensen zijn die hun geslachtsdelen, handen of vingers in gaatjes van kinderen stoppen. Realiseer je, en accepteer, als sociaal werker dat misbruik bestaat in alle vormen en maten en dat de omvang ervan enorm is. Realiseer je ook dat het heel breed is en het ook online en hands off kan plaatsvinden. Het gaat niet alleen om de klassieke gevallen van meisjes die van hun fiets worden getrokken en worden verkracht, maar ook om bijvoorbeeld een kind dat gedwongen wordt om porno te kijken.’

Risicogroepen

Daarnaast is het volgens Bicanic van belang om je te beseffen dat er risicogroepen zijn. Misbruik kan voorkomen op alle leeftijden. De leeftijdsgroep van 14 tot 24 loopt het grootste risico ermee te maken te krijgen, vier keer meer dan andere leeftijdsgroepen. ‘Verder zijn kinderen met een verstandelijke beperking een risicogroep en ook kinderen die al eens getraumatiseerd zijn. Doordat ze bepaalde risico’s niet doorhebben of niet aanvoelen, zijn ze kwetsbaarder voor herhaling.’

Signalen

Er zijn heel veel signalen die kunnen wijzen op misbruik, maar tegelijkertijd heel weinig. Bicanic: ‘Op een zwangerschap of een soa bij jonge kinderen na, is er geen enkel signaal dat specifiek duidt op misbruik. Kinderen die angstig zijn, somber, anders reageren op lichamelijk contact, slaapproblemen hebben, schuw of vaak moe zijn of die zich sociaal isoleren. Ik kan je honderd van dergelijke signalen geven die op misbruik kunnen wijzen, maar tegelijkertijd ook nul. Het kunnen namelijk net zo goed signalen zijn die op iets anders of op niets wijzen. Dat maakt het herkennen van misbruik ook zo lastig.’

Wat te doen?

Heb je als sociaal werker het vermoeden dat een kind slachtoffer is (geweest) van misbruik? Dan adviseert Bicanic je om áltijd beide gezaghebbende ouders te informeren en bij alle stappen in het proces te betrekken. De eerste stap is om Veilig Thuis of het Landelijk Experticecentrum Kindermishandeling (LECK) te consulteren voor de forensisch-medische expertise. Zij kunnen je adviseren over wat te doen en het LECK kan helpen om eventuele foto’s van letsel te interpreteren.  Bicanic: ‘Ga je vervolgens het gesprek aan met het kind? Maak dan altijd een exact verslag van wat je doet. De kans op het stellen van suggestieve vragen is groot en natuurlijk zou het daarom het beste zijn als iemand die daartoe bevoegd is het eerste gesprek voert, zoals politie. Maar in de praktijk werkt het niet zo dat politie altijd direct in beeld is. Schrijf daarom exact uit wat er gezegd en gevraagd is, niet alleen door het kind, maar ook door jezelf. Dat kan later van pas komen. Als het seksueel geweld korter dan een week geleden heeft plaats gevonden, is het advies te bellen naar het Centrum Seksueel Geweld. Daar werkt de politie samen met (medische) hulpverleners. Als je 0800-0188 belt, word je naar één van de vijftien locaties van het Centrum Seksueel Geweld geleid.’

Contactgegevens
Advies nodig over wat te doen als je misbruik vermoedt? Neem dan contact op met Veilig Thuis, 0800-2000, met het LECK, 0900-4445444 of met het Centrum Seksueel Geweld, 0800-0188.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.