Professional doet weinig aan sociaal contact gehandicapten

‘Er wordt door beroepskrachten weinig gedaan om de schrale sociale contacten van mensen met een verstandelijke en meervoudige beperking te verbeteren.’ Dat is de conclusie van het promotieonderzoek van Aafke Kamstra.
gehandicapt
Foto: Picscout

Juist omdat mensen met een verstandelijke en meervoudige beperking sterk afhankelijk zijn van praktische ondersteuning, zou je denken dat ze ook een behoorlijk sociaal netwerk hebben. Niets is minder waar, constateert onderzoekster Aafke Kamstra in haar proefschrift: ‘ Who cares?’ Erger nog: professionals zijn niet doordrongen van de noodzaak om het informele sociale netwerk uit te breiden. Uit interviews met professionals blijkt dat bijna 60% niet of nauwelijks werkt aan uitbreiding van de persoonlijke netwerken van hun cliënten.

Informeel contact

Uit het onderzoek blijkt dat mensen met een meervoudige beperking 1 tot 6 informele sociale contactpersonen per jaar hebben. 60 Procent heeft 1 keer per maand contact, 30% een of twee keer per jaar. Van alle contactpersonen is 80% familie. Op visite komen is de meest gebruikte vorm van contact.

Interactie

Kamstra onderzocht ook de behoefte aan sociaal contact van mensen met een verstandelijke en meervoudige beperking via observaties van zogenoemde ongedwongen interacties. Mensen gaan duidelijk op zoek naar contact met groepsgenoten. Kamstra concludeert dat het dus belangrijk is om contact en de interactie met groepsgenoten te faciliteren. Vooral de professionals hebben daarin een belangrijke taak. Vooral als mensen in een instelling komen te wonen, wordt het sociaal netwerk niet meer uitgebreid, aldus de onderzoekster.

Sociaal netwerk

Maar uit het onderzoek blijkt dat professionals in de zorg voor mensen met een verstandelijke en meervoudige beperking nauwelijks oog hebben voor uitbreiding van het sociale netwerk van hun cliënten. Uit 60 onderzochte individuele ondersteuningsplannen blijkt dat wel in 68 procent van de plannen specifieke doelen voor sociale contacten in de toekomst staan beschreven. Maar die doelen gaan voornamelijk over wensen en dan nog merendeels over het behoud van de bestaande situatie. Wel worden veel mensen met meervoudige beperkingen op een wachtlijst gezet voor ondersteuning door een vrijwilliger.

Stappen

Kamstra concludeert een ernstig gebrek aan inzet voor verbetering van de sociale netwerken van deze doelgroep doordat professionals er te weinig aan doen de situatie te veranderen. ‘Het is nodig om eerst het netwerk van de cliënt in beeld te brengen. Dan kun je beoordelen wat er nodig is om het netwerk te verbeteren en welke acties ondernomen moeten worden. Die stappen kunnen naadloos worden ingepast in het ondersteunings- en opvoedingsprogramma voor mensen met een EVMB (ernstige verstandelijke en meervoudige beperking).

Het gehele promotieonderzoek kun je hier inzien>>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.