Ömer Büyük van Helpdesk Migranten in de gehandicaptenzorg: ‘Veel instellingen kennen niet eens de grootte van de doelgroep’

Welke vragen hebben professionals bij de begeleiding van gehandicapte en chronisch zieke migranten? Ömer Büyük van de Helpdesk Migranten - ondergebracht bij de CG Raad - blikt terug op de twee jaar helpdesk. De subsidiekraan gaat deze maand dicht. 'Er gebeurt weinig voor migranten, terwijl ze vaak voor dertig procent het cliëntenbestand van instellingen vormen.'

‘Onlangs belde een maatschappelijk werkster over een

Turks gezin. De man had twee zeldzame ziektes en bovendien had hij met zijn

gezin een ernstig ongeluk gehad, waardoor zijn vrouw en kind gehandicapt waren

geraakt. De hulpverleenster had stad en land afgebeld om een Turkse psychiater

te vinden voor de man. Daarbij was de vrouw levensmoe en ook daarvoor kon ze

geen hulp vinden. Die maatschappelijk werkster was ten einde raad.’ Volgens Ömer

Büyük Bozkoyun, projectcoördinator van de Helpdesk Migranten, was dit een van de

meest schrijnende gevallen die hij de laatste tijd op zijn bordje kreeg. In dit

geval kon hij de maatschappelijk werkster doorverwijzen naar een Turkse

psychiater voor de man en naar het Amsterdamse Migrantenplatform Gehandicapten

voor verdere begeleiding van de vrouw. Ömer Büyük rondt op dit moment het

project af dat maart 2000 vanuit de stichting Dienstverleners Gehandicapten

(sDG) werd opgestart.

Onzichtbaar

De Helpdesk Migranten kwam twee jaar geleden voort uit de behoefte aan een

landelijk aanspreekpunt voor werkers in de gehandicaptenzorg, die tegen

problemen opliepen waar ze zelf niet uitkwamen. Een landelijke advieslijn voor

werkers zou de dienstverlening aan allochtonen helpen verbeteren en bovendien de

interculturalisatie binnen instellingen kunnen stimuleren. Büyük: ‘De

organisatie zou haar aanbod zodanig aan de groepen in de samenleving moeten

aanpassen dat die organisatie voor hen toegankelijk wordt.’ Büyüks hoofdtaak was

dat proces bij organisaties aan te kaarten, te stimuleren. ‘Áls de mensen bij de

helpdesk zijn, hebben ze al heel veel vragen en antwoorden gevonden. Ik verwijs

ook heel vaak naar andere instellingen en naar de migrantenplatforms

gehandicapten.’

Om een beeld te krijgen van de activiteiten voor gehandicapte migranten

onderzocht Büyük begin 2000 de activiteiten van instellingen voor migranten. Hij

schreef achthonderd instellingen aan waarvan twintig procent reageerde. Slechts

56 organisaties bleken activiteiten te hebben voor migranten met een handicap en

chronische ziekte. Ömer Büyük: ‘Er gebeurt dus maar heel weinig voor die groep

en dat terwijl het aandeel van migranten in het cliëntenbestand van veel

instellingen rond de dertig procent ligt. Bij Nederlanders ligt het percentage

mensen met een handicap op zo’n tien procent, bij buitenlanders ligt dat

tenminste een factor twee hoger.’

Hoeveel gehandicapte migranten er precies zijn, is overigens niet duidelijk

omdat vooral in de grote steden ‘onzichtbare gehandicapten’ voorkomen. ‘Voor

instellingen is het belangrijk om te weten hoeveel migranten met een handicap er

in hun omgeving zijn. Als je niet weet wat de aantallen zijn, kun je er heel

moeilijk beleid voor maken. Ondertussen constateren de instellingen: “ze komen

niet”.’

Sneeuwbaleffect

De problemen voor allochtonen in de gehandicaptenzorg zijn legio. Vaak

worstelen ze met een grote taal- en informatie-achterstand en houden er een

andere kijk op ziekte en handicaps op na. ‘De suggestie is soms dat een handicap

een straf van Allah is. Die mensen moeten worden omgevormd. In de Islam is het

juist geen schande om over je ziekte te praten, de Islam stimuleert dat juist.

Je begaat een zonde als je niet de verantwoordelijkheid neemt om je lichaam te

laten behandelen door een deskundige.’

Bovendien bestaan er grote verschillen in verwachting. ‘Allochtonen

irriteren zich mateloos als de huisarts vraagt: “wat scheelt eraan?” Zij denken

dan: “Ik weet het niet; jij bent toch de dokter?” Dat is miscommunicatie.

Sommige ouders verwachten ook dat de dokter hun gehandicapte kind weer beter kan

maken. Sommigen geloven gewoon: “deze arts kan mijn kind genezen, ook al duurt

het tien jaar”. Dat komt vaak voor.’

Door onwetendheid missen migranten met een gehandicapt kind heel veel

kansen. Ze zijn niet op de hoogte van regelingen als WVG, pgb en AWBZ. Ze maken

er ook dikwijls geen gebruik van. ‘Vaak hebben ze dingen uit eigen zak betaald,

enorme schulden opgebouwd. Ze kregen daardoor een depressie en werden

afhankelijk van de bank, kennissen of familie. Dat is een sneeuwbaleffect dat

alleen maar groter wordt. Daar heb je een hele specialistische hulpverlening

voor nodig.’

Ook het beleid van gehandicapteninstellingen om kinderen zo zelfstandig

mogelijk te laten functioneren, leidt geregeld tot botsingen. ‘Zelf wassen,

kleren aantrekken, alle dagelijkse bezigheden, opruimen, de afwas doen. Het kind

gaat in het weekend naar huis en het hoeft niets meer te doen. De

zelfstandigheid wordt het kind weer helemaal ontnomen. Als de ouders in de

instelling zien dat het kind zelf zijn jas aan moet doen, worden ze boos op de

begeleider. Die legt het uit, maar de ouders begrijpen dat niet. Die betalen

daar toch voor?’

Escalatie

De spanning tussen interculturalisatie en de doelstelling van instellingen

om zelfstandig te blijven zal nog wel even blijven, verwacht Büyük. ‘Dat staat

bijna haaks op elkaar. Maar je kunt aan de zichtbare kant van de organisatie wel

een aantal dingen veranderen om die groepen te bereiken. Daarnaast heb je de

een-op-een contacten met cliënten en die communicatie kun je ook weer

interculturaliseren. Dat betekent dat je goed moet letten op je houding, je

vaardigheden, je ervaring. Vaak denken migranten dat professionals bij de

overheid werken en het dus voor het zeggen hebben. Maar ze hoeven niet alles zo

maar op te volgen.’

Büyük heeft de indruk dat de problemen zich bij migranten en bij werkers

opstapelen. De problemen in instellingen zijn geëscaleerd, vindt hij.

‘Hulpverleners hebben heel veel moeten opkroppen. Ik heb zelf ook getolkt en het

is echt niet makkelijk om voor die groep mensen te werken. Ze hebben een ander

verwachtingspatroon, houden zich niet altijd aan de afspraken. Hulpverleners

werkten vaak tien, twintig jaar met allochtone cliënten en hebben eigen

oplossingen gevonden. Als ik er bij ben, gooien ze dat soms op tafel. Dan kunnen

ze het er eindelijk over hebben.’

Veel instellingen schrikken ervoor terug om problemen met allochtone

gehandicapten te bespreken. ‘Dat heeft consequenties, dan moeten ze misschien

een collega aannemen, budget vrijmaken. Er is ook een hele groep die zegt: we

behandelen iedereen hetzelfde. Dat is een goede visie, maar de gelijke

behandeling bereik je er niet door.’

Hoe gaat het nu verder met de taak die de Helpdesk Migranten had? Minister

Borst heeft een projectgroep gestart om te kijken hoe de rol van de helpdesk in

de toekomst kan worden aangepakt. Büyük organiseerde vorig jaar een

interculturalisatiemarkt voor de gehandicaptensector, die mogelijk ‘zorg en

welzijn breed’ door het instituut voor multiculturele ontwikkeling Forum wordt

voortgezet. Ook is hij betrokken bij een cursus ‘Omgaan met cultuurverschillen’

van Somma, de vereniging van instellingen voor verstandelijk gehandicapten.

‘Ik weet niet of het door de helpdesk komt, maar dingen verbeteren.

Instellingen nemen vaker een allochtonenfunctionaris in dienst. Men heeft niet

meer de angst om over de dienstverlening aan allochtonen een vraag te stellen.

Als je het steeds meer hebt over interculturalisatie, heb je het ook steeds meer

over de problematiek.’

Büyük pleit er daarom voor dat instellingen een allochtonenfunctionaris in

dienst nemen. ‘Iedere organisatie in Nederland zou een budget moeten reserveren

voor die functie. Allochtonen zijn een onderdeel van de samenleving, je moet aan

die groep bijzondere aandacht besteden. Die functionaris moet een aanjager zijn,

die de instelling tot een interculturele organisatie kan omvormen.’ Het

zorgsysteem in Nederland hoeft daarvoor helemaal niet overhoop gegooid te

worden, betoogt Ömer Büyük. ‘Bij een ramp moet de gezondheidszorg toch ook

paraat zijn? De zorg moet zo in elkaar gezet worden dat het open is voor

allerlei soorten vragen. Vluchtelingen hebben allemaal met psychische trauma’s

te maken. Je kunt toch niet vier jaar wachten tot de psychologen zijn opgeleid

die de oorlogstrauma’s kunnen behandelen?’/Martin Zuithof

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.