Mega Banenmarkt moet Amsterdamse werkzoekenden nieuwe perspectieven bieden: De inhaalslag van een verguisde sociale dienst

In een half jaar tijd moeten veertigduizend Amsterdamse uitkeringsgerechtigden zich melden op de Mega Banenmarkt. Naast de actie Schoon Schip wil de sociale dienst, als reactie op het slechte functioneren van de sociale dienst, werklozen in sneltreinvaart bemiddelen naar werk of een traject. Begin februari zullen de eerste cijfers bekend worden gemaakt. 'De kloof tussen langdurig werklozen en werkgevers is te groot.'

Vorig jaar maande minister Willem Vermeend (Sociale

Zaken) de Amsterdamse sociale dienst tot spoed bij het oplossen van de grote

achterstanden. Cliënten werden nauwelijks aan het werk werden geholpen. Via de

actie Schoon Schip wordt het hele cliëntenbestand weer eens goed in kaart

gebracht. Vervolgens worden alle cliënten met een sollicitatieplicht opgeroepen

om naar de Mega Banenmarkt te komen. Veertigduizend uitkeringsgerechtigden in

totaal. Zij worden in een half jaar tijd allemaal verwacht in de speciale Mega

Banenmarkthal, een oud fabrieksgebouw in het westelijk havengebied in Amsterdam.

Intake

Op station Amsterdam Sloterdijk staat een speciale touringcar voor de

Mega Banenmarkt om bezoekers gratis te vervoeren. Om half twee ’s middags zitten

er maar een paar mensen in één van de bussen: drie allochtone vrouwen met hun

kinderen. Gemiddeld komen er zo’n 240 bezoekers per dag, waarvan de meeste ’s

ochtends al zijn geweest. Voor de deur staan drie imponerend zwaargebouwde

bewakers. Amsterdam is voorbereid op cliënten van de sociale dienst die niet

glimlachend en vol enthousiasme reageren op de uitnodiging om aan het werk te

gaan of anders hun uitkering verliezen. Want dat is de boodschap van deze actie:

wie kan werken, moet werken. Bij binnenkomst in een groot vertrek is er meteen

een hostess die vriendelijk naar de uitnodiging en het legitimatiebewijs vraagt

en doorverwijst naar de registratiebalie, maar mensen kordaat wegstuurt als ze

geen geldig legitimatiebewijs bij zich hebben. De ruime hal ziet er heel netjes

uit met vrolijke blauw-oranje vloerbedekking en exotische planten. Na de

registratie begeven de klanten zich naar een wachtruimte met zitjes en een bar

waar koffie en thee klaar staat. Ook kunnen ze daar hun kind naar de luxe

kinderopvang brengen, compleet met ballenbak en een slaapgedeelte voor de

allerkleinsten.

Druk is het niet in de wachtruimte. De vrouwen uit de bus zitten wat

zenuwachtig bij elkaar en verder zijn er nog een paar mannen die verspreid over

de ruimte zitten te wachten tot ze opgehaald worden om naar de ‘filmzaal’ te

gaan waar een voorlichtingsfilm gedraaid wordt over het doel en de mogelijkheden

van de banenmarkt. Inmiddels druppelen er steeds meer mensen binnen. Na de film

worden ze opgehaald door een consulent van de intakehal. Die neemt het dossier

van de klant door en stelt een werkprofiel op, dat via een computerprogramma

wordt gekoppeld aan de beschikbare vacatures. Daar komt een lijst met mogelijke

banen uit. Volgens consulente Ida Khodabaks houdt het werk heel wat meer in dan

alleen een werkprofiel opstellen en is de intake het hart van de hal. ‘We hebben

natuurlijk vaak te maken met mensen die al jaren en jaren niet meer werken. Je

kunt dan simpelweg niet alleen je vragen stellen, de antwoorden noteren en dat

was het. Je moet er in een uur tijd achter zien te komen wie je voor je hebt

zitten en wat die persoon kan en wil. Vaak zitten de klanten niet te springen om

een gesprek met ons. Hoe het gesprek dan verloopt, hangt af van hoe wij het

aanpakken.’

Speciale cursussen

Als de opkomst goed is heeft elke consulent maximaal vier klanten per

dag. In het begin viel de opkomst tegen, zo’n veertig procent van de drie- tot

vierhonderd uitgenodigde mensen kwam opdagen. De opkomst is nu gestegen naar

vijftig procent. In januari zal het aantal uitnodigingen worden verhoogd, zodat

vierhonderd tot zeshonderd bezoekers per dag komen.

De medewerkers hebben speciaal voor de banenmarkt cursussen gevolgd.

Khodabaks vond dit erg nuttig. ‘Het motiveren van mensen is iets wat absoluut

nodig is in dit werk en dat doe je niet één-twee-drie. Daarvoor hebben we

speciale technieken geleerd. Soms houd je een verkooppraatje en soms hebben

mensen een duwtje in de rug nodig. Je wilt voorkomen dat je moet dreigen met de

maatregel de uitkering stop te zetten.’ Inmiddels is bij ruim 150 van de

wegblijvers na de tweede aangetekende oproep, de uitkering opgeschort en worden

huisbezoeken afgelegd. De beslissing over definitieve beëindiging van de

uitkering volgt na onderzoek vanuit de regiokantoren van de sociale

dienst.

‘We benaderen de werkzoekende hier echt als klant. We voeren een

tweegesprek, en laten zien dat we ons best voor ze doen,’ zegt consulente

Khodabaks. Ze denkt dat het daarom ook wel meevalt met agressief gedrag van

klanten. ‘Natuurlijk worden mensen weleens boos als ze hier komen. Als iemand

emotioneel wordt, ga ik er altijd wel even op in. Zo’n klant moet vaak even zijn

hart luchten. Gelukkig worden niet veel mensen echt agressief. Ik heb maar een

paar klanten gehad die echt uit hun slof schoten. En dan is er altijd security

in de buurt. Als er bijvoorbeeld een gesprek is met stemverheffing, dan lopen ze

al naar ons toe en blijven ze subtiel een beetje in de buurt staan. Als het

ernstig wordt, dan hoef je je vinger maar op te heffen en ze zijn er.’

De consulent maakt een elektronisch dossier van de klant, met daarin

allerlei gegevens. Als blijkt dat er geen belemmeringen zijn om te werken, wordt

aan de hand van beroepsvoorkeuren en vacatures gekeken naar de mogelijkheden op

de banenmarkt. De klant wordt dan overgedragen aan een steward, die samen met de

klant de mogelijkheden doorneemt en langs gaat bij werkgevers in een van de

stands op de eigenlijke banenmarkt of een afspraak maakt met een werkgever

buiten de deur. Er zijn vierduizend vacatures beschikbaar via de centra voor

werk en inkomen en ruim vijfduizend via externe werving. Khodabaks: ‘De

bedoeling is dat de klant de deur uit gaat met drie afspraken voor een

sollicitatiegesprek bijvoorbeeld bij de landmacht of thuiszorg, in de catering

of beveiliging.’ De steward blijft de klant zes weken volgen, tot gebleken is

dat er sprake is van een echte ‘match’. Begin februari zullen de eerste cijfers

bekend worden gemaakt over het aantal mensen dat aan een baan is geholpen.

Als tijdens het gesprek blijkt dat iemand niet meteen aan het werk kan

door ziekte, loopt de consulent mee om een afspraak te maken bij WRA-balie

(Werkvoorziening Regio Amsterdam) om medisch gekeurd te worden of te kijken wat

er verder aan de hand is. In de hal Werk & Inkomen komen de klanten terecht

die een opleiding of training nodig hebben voordat ze kunnen gaan werken. Er

wordt een reïntegratietrajectplan gemaakt, waarin naar voren komt dat er

bijvoorbeeld een taal- of assertiviteitscursus nodig is.

Vertrouwd leventje

Eén van de bezoekers die niet meteen aan het werk kan is Charettie

Martina, een 27-jarige vrouw die een jaar geleden van de Nederlandse Antillen

naar Amsterdam verhuisde. Ze heeft een kind van drie en is zeven maanden

zwanger. Werken hoeft ze volgens de regels niet, maar ze wil wel graag. ‘Het

probleem is dat ik gewoon geen leuk werk kan vinden en het regelen van

kinderopvang is ook moeilijk. Ik heb een opleiding boekhouding gedaan en zou in

Nederland graag een vervolgopleiding of cursus willen doen. Als mijn kindje

eenmaal is geboren, wil ik een jaar een avondopleiding volgen en daarna zou ik

dolgraag willen werken.’ Martina vindt het prettig dat op de banenmarkt wordt

gekeken naar de mogelijkheden die er voor haar zijn. ‘Natuurlijk kom je hier in

eerste instantie niet vrijwillig, maar je krijgt antwoorden op vragen die je

hebt. Ik moet nu natuurlijk nog afwachten of de sociale dienst zich over een

jaar wil inzetten om kinderopvang voor me te regelen.’

Volgens Khodabaks komt driekwart van de werklozen die zij onder haar hoede

heeft in een traject terecht. ‘Het geeft weinig voldoening dat zo’n grote groep

niet door kan naar regulier werk. Je haalt ze uit hun vertrouwde leventje als ze

bijvoorbeeld ineens een sociale activeringscursus moeten doen, voor wat? Bij

sommigen weet je gewoon dat ze nooit normaal werk zullen doen. Je weet dat veel

werkgevers niet zitten te wachten op iemand die de taal niet spreekt of “niet

sociaal” is. Ik denk dat de kloof tussen de doelgroep van de sociale dienst en

de werkgevers te groot is. Werken is gewoon niet voor iedereen weggelegd.’/Ester

Mijnheer

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.