Marijke Vos: ‘Laat de waarde van je werk zien en maak het verschil’

‘Het Calimero-gevoel dat heerste in het sociaal werk, het niet gezien en gehoord worden, is echt verleden tijd. Sociaal werk is belangrijke factor in de sociale basis in dorpen en wijken. Het is een vak waar je trots op mag zijn. Natuurlijk is er nog werk te doen, maar ik denk dat we als branche steviger op de kaart staan.’ Dat zegt scheidend voorzitter Marijke Vos, die terugkijkt op haar tijd bij Sociaal Werk Nederland.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
foto Parlement.com

Marijke Vos werd in juni 2011 benoemd tot voorzitter van brancheorganisatie Sociaal Werk Nederland, toen nog de MOGroep. In juni 2019 zou haar tweede, en statutair gezien haar laatste, termijn eindigen. In augustus kondigde ze echter aan dat ze al per 1 oktober 2018 stopt met het voorzitterschap omdat ze aan de slag gaat bij de Raad van State. ‘Ik had graag mijn tweede termijn bij Sociaal Werk Nederland willen uitdienen, maar dit is een eervolle functie waarin ik kan bijdragen aan de kwaliteit van wetgeving.’ Ze kijkt terug op een mooie tijd, waarin het is gelukt de positie van het sociaal werk te versterken.

Positie sociaal werk verstevigen

‘Toen ik aantrad in 2011, werd er fors bezuinigd’, weet Marijke Vos nog heel goed. Zeker op welzijnswerk en maatschappelijke dienstverlening, zoals het sociaal werk toen nog heette. Tijdens de crisis, waar we toen middenin zaten, was dit een van de sectoren die het zwaar te verduren had.’ Hier speelden Vos en haar collega’s op in door de positie van het sociaal werk te versterken. ‘We riepen onze leden op om te vernieuwen, te gaan innoveren en nieuwe manieren te zoeken om het sociaal werk uit te kunnen voeren. We kwamen uit een tijd dat welzijnswerk echt in een hokje werd gestopt. We wilden het vak uit het hok halen, laten zien dat we een brede maatschappelijke betekenis hebben en samenwerking zoeken met andere partijen in het sociaal domein.’

Professionalisering

Om die verandering echt handen en voeten te geven, startte Sociaal Werk Nederland ook met een professionaliseringsslag. ‘We lieten zien dat sociaal werk echt een vak is, maar lang niet altijd zo werd gezien’, zegt Vos. ‘Het was dus nodig het vak te vernieuwen en te professionaliseren. Om echt samen te kunnen werken en anders met burgers om te gaan. We zaten nog in de laatste periode waarin professionals soms het gevoel hadden burgers te moeten redden in plaats van te ondersteunen. Dat moest anders. Ook wilden we kwalitatief  en structureel meer bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken.’ Dit alles resulteerde in het Actieprogramma Professionalisering, dat nu is uitgemond in Sociaal Werk Versterkt. Vos: ‘Dat programma voor sociaal werk is een van de belangrijkste dingen die we in de afgelopen jaren hebben gerealiseerd.’

Revival van het vak

De aandacht voor sterk sociaal werk zorgde voor discussie over het vak en over de professie. Vos: ‘Het vak was opgedeeld in heel veel stukjes, zoals opbouwwerk, maatschappelijk werk en gezinswerk. Op zich is het goed dat iedereen een specialisme heeft, maar we wilden zorgen voor eenzelfde basis voor de hele groep. Al deze professionals streven hetzelfde na: mensen perspectief bieden en hen begeleiden zodat ze vervolgens zichzelf kunnen redden. Zodat ze dichtbij zijn en laagdrempelige hulp bieden waar geen indicaties voor nodig zijn.’

Calimero-gevoel

Toch bleek het niet eenvoudig het vak naar één basis te brengen. Professionals voelden zich bijvoorbeeld vooral maatschappelijk werker, opbouwwerker. De beroepsverenigingen bleken gehecht te zijn aan functietitels en opleidingen waren ingericht op specialismen. Vos: ‘Er was angst om een grote massa te worden met de hele beroepsgroep. Maar toch is het gelukt. Ik denk dat alle werkers zich inmiddels herkennen in de term sociaal werker. We hebben een nieuwe naam en een nieuw beroep neergezet en een soort revival  van de professie aangezwengeld. Het Calimero-gevoel dat er weleens was, het niet gezien en gehoord worden, is mede daardoor volgens mij echt verleden tijd. De maatschappij ziet in dat sociaal werkers een vak beheersen waar je trots op mag zijn. Natuurlijk is er nog werk te doen, maar het is wel echt veranderd. Ik denk dat we als branche steviger op de kaart staan.’

Transformatie sociaal domein

Een ander aspect waar Vos mee te maken kreeg in haar periode als voorzitter van Sociaal Werk Nederland, was de transformatie van het sociaal domein. In de optiek van Vos bood dit een extra kans voor het sociaal werk. ‘Onze branche werd al grotendeels gefinancierd door gemeenten. Wij waren daar al. Zorg en jeugdzorg kwamen erbij, maar wij hadden al kennis van wat er in de gemeente gebeurde, wij hadden de contacten. Daardoor hadden we in zekere zin een voorsprong. Doordat gemeenten meer verantwoordelijkheden kregen, zagen ze nog beter in hoe belangrijk sociaal werk is om dichtbij burgers, in buurten en in wijken te komen om te voorkomen dat zorgkosten te veel groeien.’

Leefbare wijk

Die voorsprong moet het sociaal werk ook nu nog blijven gebruiken, benadrukt Marijke Vos. ‘Door te laten zien wat we realiseren: aandacht voor opvoeden, jongeren meer kansen bieden, leefbare wijken ook voor ouderen en mensen met psychische problematiek, statushouders ondersteunen. We hebben veel geïnvesteerd in professionals die nieuwe manieren zien om dat te doen en samenwerken met andere beroepsgroepen. Professionals die mensen ondersteunen door hen zoveel mogelijk zelf te laten doen, door zelf te ontdekken wat ze willen en leuk vinden. Naast dat er goede zorg en ondersteuning moet zijn, is voor veel ouderen zingeving heel belangrijk. Het gevoel hebben dat ze iets waard zijn, iets kunnen betekenen en ontwikkelen. Ook daarin speelt het sociaal werk een hele belangrijke rol.’

Nieuwe uitdaging sociaal werk

Vos is dus optimistisch. Het sociaal werk staat steviger op de kaart en er worden kansen gegrepen. Toch heeft ze ook zorgen. ‘Ik zie dat alles wat is opgebouwd, op dit moment vanwege geldnood en tekorten wegbezuinigd dreigt te worden. Als dat gebeurt, raken we van de wal in de sloot. Kies je als gemeente deze route, dan is dat korte termijnwerk en wordt het financiële probleem alleen maar groter. Al een aantal jaar dreigt dit te gebeuren, maar nu zien we het op sommige plekken ook echt de verkeerde kant op gaan. Dat zou doodzonde zijn. Neem de wijkteams. Het idee van wijkteams is prima. Maar inmiddels kunnen wijkteamleden vaak niet meer werken zoals ze dat zouden willen, namelijk in de wijk, door present te zijn, snel te kunnen handelen. Veel wijkteams worden steeds meer indicatiebureaus voor geïndiceerde zorg. En naar die werkzaamheden gaat het geld. Daardoor is er geen geld en ruimte over om in de sociale basis te investeren. Het wordt tijd dat we dit signaal luid en duidelijk laten klinken. Als we echt willen transformeren en mensen tijdig willen ondersteunen om zware zorg te voorkomen, moeten we investeren in en samenwerken aan een sterke sociale basis. Nu lijkt alles vast te lopen door een tekort aan financiering. Daar ligt de nieuwe uitdaging voor het sociaal werk. Laat met elkaar nogmaals zien wat de waarde van het werk is en maak het verschil.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.