Jeugdbeleid magazine nr. 3, 2018

    Hoe richten Japan en Duitsland de jeugdzorg in? Is participatie van jeugdigen in het onderwijs wel vanzelfsprekend? En wat betekent de aanscherping van de Wet Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling? Op deze en andere vragen krijg je antwoord in deze editie van Jeugdbeleid.

    Besparingspotentieel jongerenwerk geschat op 45 miljoen euro

    Jongerenwerk kan gemeenten veel geld besparen, zo blijkt uit onderzoek van Participe Advies in opdracht van het ministerie van VWS. Voor het eerst is door middel van een maatschappelijke Business Case onderzocht wat het inhoudelijke en het financiële effect van jongerenwerk is. Zo voorkomt jongerenwerk zorg. Door de preventieve inzet van jongerenwerk is zorg niet altijd (direct) nodig en is het mogelijk om zorg af te schalen en te normaliseren. Daarnaast vergroot het jongerenwerk sociale cohesie. Tot slot bevordert het jongerenwerk de verbintenis tussen jongeren en buurtbewoners. Het actief bijdragen aan de wijk heeft positieve effecten op de ontwikkeling van jongeren: hun persoonlijke vaardigheden en zelfvertrouwen groeien. De maatschappelijke Business Case doet aanbevelingen hoe gemeenten het jongerenwerk beter kunnen positioneren in het sociaal domein. Het besparingspotentieel van het jongerenwerk in Nederland wordt op 45 miljoen euro per jaar geschat.

    De ongekende mogelijkheid van het alledaagse

    Voor het eind vorig jaar verschenen onderzoek van Michael Kolen volgde hij jongeren met een licht verstandelijke beperking, binnen de context van verschillende zorgorganisaties, ieder een dag lang in hun doen en laten. Hij heeft niet alleen gekeken naar hun relatie, maar onderzocht nadrukkelijk ook de beïnvloeding van die alledaagse omgang door de institutionele context, zoals regels en protocollen.

    Ervaringsleren: een ontwikkelingsgerichte visie op jeugdbeleid

    Ervaringsleren, het ‘leren door doen’, is een van de vele hulpvormen die we binnen de zorg voor jeugd kennen. Er is de afgelopen decennia een brede ervaring opgebouwd. Wetenschappers als Juul, Hahn, Kolb en Dewey hebben de eerste oriëntaties gedaan. Luckner en Nadler gaven in de jaren negentig aan dat leren niet vanzelf gaat, maar dat er sprake moet zijn van een duidelijke instructie. Zij hebben dat proces zeer gedetailleerd beschreven. Hierdoor kreeg het ervaringsleren een duidelijk visie en fundering. Behalve recreatief en educatief kan het ervaringsleren vooral ook curatief worden ingezet. Wie kent niet de woonwerkprojecten, individuele tochten en groepstochten in het buitenland, de gezinsprojecten in binnen- en buitenland, de vaartochten met zeilschip de Tukker, de zorgboerderijen en tegenwoordig de inzet van dieren? Wat uit alle onderzoeken naar voren komt, is dat ervaringsleren onder andere leidt tot vermindering van probleemgedrag, verbetering van de interactie met anderen en vergroting van het doorzettingsvermogen en probleemoplossingsvermogen.

    Jeugd actief in onderzoek en beleid

    Onderzoek doen vanuit de erkenning dat jongeren in een context leven, op school of in hun peer group, en uitgaan van hun kracht en niet alleen van zorgen en problemen. Vanuit deze visie vond Stichting Alexander 25 jaar geleden haar oorsprong. De drive en deze kernwaarden zijn anno 2018 onveranderd gebleven. In dit artikel gaan vier directeuren met elkaar in gesprek over 25 jaar Stichting Alexander. Het is een gesprek over jeugdparticipatie in beleid, praktijk en onderzoek en over Stichting Alexander als onafhankelijke organisatie, met nog altijd dezelfde ideële doelstellingen. Er wordt gesproken over de pioniersjaren, waarin het belang en de potentie van participatie al wel onderkend werden, maar waarin het nog niet duidelijk was hoe dat dan moest. Over de jaren van verankering, waarin vooral het effect zichtbaar werd van de methode ‘participatief jeugdonderzoek’. En over het heden, waarbij er meer gewerkt wordt aan procesmanagement om alle partijen mee te krijgen in het participatieproces. Kortom, we moeten niet jongeren willen veranderen, maar juist de samenleving veranderen om alle jongeren volwaardig te laten participeren. Het geheel wordt omlijst met vier illustratieve praktijkvoorbeelden door de jaren heen.

    Jeugdbeleid in Leipzig: meer ruimte voor kinderen en jongeren

    Niet alle landen focussen met hun jeugdbeleid zo specifiek op jeugdzorg als Nederland. Laten we eens oostwaarts kijken. Een stad als Leipzig, met zo’n 600.000 inwoners nagenoeg even groot als Rotterdam, investeert allereerst nadrukkelijk in preventie. De belangrijkste jeugdhulporganisatie aldaar – Kindervereinigung Leipzig – beschouwt de kinderdagverblijven die zij beheert als de spil waar het in hun werk om draait. Er vroeg bij zijn, laagdrempelig, ouders er steeds bij betrekken. Daarnaast gaat de belangrijkste aandacht uit naar het jeugd- en jongerenwerk. Het is verrassend dat een organisatie voor jeugdhulp zo nadrukkelijk gericht is op niet-jeugdhulp en zich richt op de voorliggende velden als schoolmaatschappelijk werk, straatwerk, jeugd- en jongerenwerk en kinderdagverblijven. Het leitmotiv van de organisatie is ‘Mehr Raum für Kinder und Jugendliche’, dat bijna haaks lijkt te staan op het compenserende karakter van het Nederlandse jeugdbeleid.

    Leeds: A city with an ambition to be child-friendly

    Leeds (UK) has a bold ambition to be a child friendly city. This means we want to ensure that all of our citizens (including our children and young people) are able to enjoy the city and have a voice in how it grows and develops. This paper will explore how the city has embraced this ambition. It will consider the importance of ensuring that the voice of the child is heard and that their voice has real influence. It will also examine the way that a focus on relationships using restorative practice has helped on this journey.

    Omdat het kan …

    Dit tijdschrift kent een opinie-estafette. Elk nummer krijgt iemand de gelegenheid om haar of zijn mening kenbaar te maken over het Nederlandse jeugdbeleid. De auteur bepaalt aan wie het stokje wordt doorgegeven, de redactie heeft daar geen invloed op. Op deze manier stelt het tijdschrift zijn pagina’s beschikbaar voor onverwachtse invalshoeken en verrassende argumenten. Rob Oudkerk geeft in het volgende nummer het stokje door aan Huub Nelis, oprichter van Youngworks, strategisch adviseur, en auteur van onder andere Puberbrein Binnenstebuiten.

    Over aanscherping van de Wet Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling

    Kindermishandeling heeft zoals bekend grote effecten voor mishandelde kinderen. Het lukt, ondanks regelmatig vernieuwd jeugdbeleid, maar niet om de cijfers inzake kindermishandeling te laten dalen. In deze bijdrage leggen de auteurs de focus op de doelstelling van de aangescherpte Wet Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling: kinderen eerder, sneller en beter op de radar krijgen daar waar het gaat om kindermishandeling. Daarbij zien zij vooral het primair onderwijs als kansrijke partij om een rol te spelen bij deze doelstelling, het tweede milieu daar waar leerkrachten, met ‘hun’ kinderen samenkomen.

    Participatie van jeugdigen in het onderwijs, vanzelfsprekend toch?!

    In hoeverre jeugdigen in het onderwijs op alle niveaus kunnen participeren (betrokken meeleven, meehelpen of meedoen, meedenken en/of meebeslissen) verschilt per situatie. Het bevorderen van jeugdparticipatie in het onderwijs begint met realiseren dat jeugdigen gewoon al participeren, of volwassenen dat nu willen of niet. Met de juiste ondersteuning kunnen ze veel meer aan dan vaak gedacht wordt. De mate waarin jeugdigen participeren, is sterk afhankelijk van de ruimte die ze krijgen en in hoeverre ze uitgedaagd worden die ook te benutten. Participeren leidt tot meer participatie. De auteurs pleiten voor een structurele inbedding van jeugdparticipatie binnen het onderwijs en lichten dat toe met enkele praktijkvoorbeelden. Zij besluiten met een overzicht van kritische succesfactoren.

    Vooraf

    Het gegeven dat Japan een buurland is van Rusland leidt er onder andere toe dat op de universiteit in Sint-Petersburg waar ik met regelmaat kom, ik Japanse hoogleraren aantref die vol begeestering vertellen over het Japanse jeugdbeleid. Het duurt dan ook niet lang voordat een uitnodiging mij te beurt valt. Ik kan geen enkele reden bedenken om deze invitatie niet aan te nemen.