Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

‘Vakkundig aan het werk’

Avatar
Anneke van der Giezen
Avatar
Anne Ballering
Avatar
Marcel Senten
Kennis in de praktijk ontwikkelen is lastig, kennis overdraagbaar en benutbaar maken is nog veel lastiger. Kennisprogramma 'Vakkundig aan het Werk' gaat die uitdaging aan en is een belangrijke stimulans bij de bevordering van evidence based practice: de afweging tussen wetenschap, praktijkervaring en situatie van de klant.
ZonMw voert sinds eind 2015 het kennisprogramma ‘Vakkundig aan het Werk’ uit.1 Staatssecretaris Jetta Klijnsma startte dit programma om gemeenten te ondersteunen bij het vinden van antwoorden op de vraag ‘Wat werkt (niet) voor wie en waarom?’ Het kennisprogramma stimuleert onderzoek naar concrete antwoorden op deze vragen, bedoeld voor lokale beleidsmakers en professionals in het domein Werk en Inkomen.
Het achterliggende doel van dit programma is het bevorderen van de ‘evidence based practice’ (EBP) in het domein van werk en inkomen. Sommigen denken – onterecht – dat EBP betekent dat je alleen wetenschappelijk bewezen effectieve interventies mag inzetten. EBP wil echter zeggen dat de klantmanager een professionele afweging maakt om de beste aanpak voor een specifieke cliënt in te zetten. Bij EBP betekent dit dat de professional kennis uit drie bronnen haalt: vanuit eigen ervaringen en expertise, vanuit de wensen en behoeften van de klant en vanuit de beste wetenschappelijke inzichten.2 Het kennisprogramma moet in deze kennis voorzien vanuit de wetenschap, en dat op zo’n manier doen dat de lokale beleidsmaker en/of de professional hiermee uit de voeten kan.
Veel projecten

Inmiddels zijn we vijf jaar verder. Het programma kende tot dusver vier subsidierondes en een zesde subsidie- ronde staat nu open. ZonMw heeft in juni 2020 de opdracht gekregen om een vervolgprogramma uit te voeren tot en met 2025. Tot nu toe participeren (of hebben geparticipeerd) 111 gemeenten in 59 lopende en/of afgesloten projecten.

Al deze onderzoeks- en ontwikkelprojecten werden uitgevoerd in samenwerking met de lokale praktijk. Zodoende is er een leerproces op gang gebracht tussen onderzoekers en professionals om bepaalde werkwijzen te evalueren op hun resultaten, en werpt dit vruchten af voor de professionalisering van de praktijk.

We concluderen dat het programma aanslaat, veel beweging en enthousiasme teweeg heeft gebracht en ook tot betekenisvolle resultaten leidt. Dit betekent echter niet dat alle projecten goed lopen. Belangrijke risico’s voor dit type projecten zijn: de weerbarstige praktijk, wisselingen in de gemeentelijke top waardoor draagvlak voor onderzoek onvoldoende wordt overgedragen aan een nieuwe wethouder of directeur, te weinig deelnemers die willen meedoen aan een onderzoek (te hoge non-respons) en/of tegenvallende inhoudelijke antwoorden op de onderzoeksvraagstelling op basis van de onderzoeksresultaten (nieuwe aanpak blijkt niet beter te werken). De realistische conclusie is daarom dat er naast successen ook tegenvallers zijn.

Via de website van ZonMw zijn de resultaten beschikbaar van alle tot nu toe afgesloten projecten, gerubriceerd naar een van de vier programmalijnen. Divosa publiceerde verhalen uit deze projecten waar – op zeer toegankelijke wijze – ook inzicht geboden wordt in de resultaten.3 In dit artikel presenteren we een kleine greep aan projectresultaten: een effectieve aanpak voor de participatie van vluchtelingen in Amsterdam, het gebruik van big data bij re-integratie in Rotterdam en een effectieve budgetcursus in een grote groep gemeenten verspreid door Nederland. Op de website van ZonMw zijn veel meer projectresultaten te vinden.

Kennisateliers

In 2018 is een speciale werkgroep (onder coördinatie van ZonMw) met vertegenwoordigers van het ministerie van SZW, LCR, BvK, Divosa, de Werkplaatsen Sociaal Domein en SBCM gestart met de voorbereiding van een drietal kennisateliers. In het voorjaar 2019 zijn deze regionale kennisateliers gehouden onder het motto ‘Wat werkt in jouw praktijk?’ Doelgroepen waren (primair) klantmanagers en andere professionals in het sociaal domein, hun leidinggevenden, lokale beleidsmedewerkers/wethouders en cliëntvertegenwoordigers.
De kennisateliers vonden plaats in Tilburg, Groningen en Almere. Het overgrote deel van de bezoekers was werkzaam bij gemeenten of andere praktijkinstellingen. Zowel de bezoekers als de organiserende organisaties gaven aan zeer tevreden te zijn over deze kennisateliers. Een speciaal e-magazine ‘Wat werkt in jouw praktijk?’ geeft allerlei informatie over de kennisateliers, gaat in op de beschikbare kennis en doet in woord en beeld verslag van de drie bijeenkomsten.4
Opbrengst
ZonMw heeft een tussenevaluatie uitgevoerd naar het functioneren van het programma. Hierbij werden onder andere de belangrijkste stakeholders en een aantal programmadeelnemers geïnterviewd. De belangrijkste conclusie luidt: ‘Binnen het veld van werk en inkomen is een brede beweging op gang gebracht met een streven naar meer gebruik van kennis op de werkvloer.
De activiteiten van het programma worden gezien als een belangrijk onderdeel en medestimulator van die beweging. Het is echt een programma “van iedereen” geworden.’
Bij de (111) gemeenten die betrokken waren bij de projecten van ‘Vakkundig aan het Werk’, hebben de projecten ook stimulerende invloed op de praktijk. De kennis wordt direct gebruikt, of op zijn minst is het de verwachting dat dat gaat gebeuren als een project is afgerond. Daarnaast wordt in elk project 10 procent van het budget gereserveerd voor communicatie en implementatie van de resultaten.
Onderdeel hiervan is ook het toepasbaar maken en overdragen van kennis naar andere gemeenten. Dit blijkt echter helaas (nog) beperkt plaats te vinden. Het organiseren van symposia, het ontwikkelen van concrete factsheets of tools, of op andere manieren kennisuitwisseling stimuleren, is hiervoor wel nuttig, maar niet genoeg. Ons is gebleken dat elke organisatie, maar eigenlijk ook elke professional, leidinggevende of beleidsmaker, zelf een leerproces moet doorlopen.
Kennisoverdracht en kennisuitwisseling zijn daarbij een belangrijk onderdeel, maar ook niet meer dan dat. Juist door ‘samen met elkaar’ in de uitvoering en met onderzoekers en vertegenwoordigers van kennisinstituten en bijvoorbeeld beroepsorganisaties nieuwe kennis te ontwikkelen of zelf te ervaren wat nieuwe tools kunnen toevoegen aan het bekende arsenaal, ontstaat een klimaat waarin gewenste verandering en groei een kans krijgen. Onze belangrijkste ervaring in de periode 2015-2020 is dus dat kennis in de praktijk ontwikkelen lastig is, maar kennis overdraagbaar en benutbaar krijgen is misschien nog wel lastiger.

Verlenging programma

ZonMw heeft medio 2020 de opdracht gekregen om het programma nog vijf jaar te verlengen. In dit tweede deel van het programma komt kennisoverdracht en kennistoepassing veel meer centraal te staan dan in het eerste deel.5 Wermers en collega’s concludeerden in juni 2020 ook: ‘De professional overbrugt (bij EBP) zelf de kloof tussen wetenschap en praktijk.
Dat klinkt natuurlijk heel mooi, maar wetenschappelijke kennis in de praktijk toepassen is niet altijd even gemakkelijk. Zeker niet voor uitvoerende professionals die geen wetenschappers zijn en dat ook niet zouden moeten zijn.’6 In het vervolgprogramma is daarom ruimte ingebouwd voor een aantal grootschalige trajecten waarin verschillende gemeenten met elkaar en met onderzoekers, kennisinstituten en beroepsorganisaties zelf kennis kunnen ontwikkelen en uittesten, en kunnen stimuleren dat er in de praktijk ook mee gewerkt gaat worden.
ZonMw gaat ook verder met de opbrengst van een succesvol project dat speciaal gericht was op kennisoverdracht: ‘Kopkrakers: kies voor maatwerk’. Een speciaal daartoe ontwikkelde app brengt voorbeeldcasuïstiek op toegankelijke en praktische wijze over.7 Het idee – heel kort samengevat – is dat we – onder andere via de app – toewerken naar een kennisplaats (een zogenaamde body of knowledge) in combinatie met deze casuïstiek en bijbehorende handelingsperspectieven, opgebouwd op basis van kennis uit onder andere de Vakkundig-projecten (wetenschap), ervaring van de professional en de situatie/wensen van de klant.
Op deze wijze kan de opbrengst van de eerste periode worden geoogst en vertaald worden naar de praktijk, waardoor de oogst ook uitwisselbaar wordt tussen gemeenten én in de tweede periode ook met professionals bij het UWV. ZonMw werkt hierbij nauw samen met de professionals in de praktijk en de organisaties waarbij zij werken. Zodat het programma en de inhoud niet alleen vóór maar ook dóór hen wordt ingevuld. ZonMw zal er bovendien ook voor waken dat het cliëntenperspectief voldoende wordt meegenomen bij deze invulling.
Leerproces vakmanschap
‘Vakkundig aan het Werk’ stimuleert de sector werk en inkomen een cultuur op te bouwen waarin evidence based kennis ontstaat binnen een ‘evidence based practice’. UWV en gemeenten zetten meer en meer in op vakmanschapsontwikkeling van de medewerkers die bij hen werkzaam zijn. De kwaliteit van de dienstverlening kan daardoor verbeteren en daarmee ook tot betere resultaten leiden voor de – vaak kwetsbare – burgers die van deze dienstverlening afhankelijk zijn.

Versnelde participatie en integratie van vluchtelingen: Amsterdam

Onderzoeksvragen
De gemeente Amsterdam heeft haar aanpak om vluchtelingen te begeleiden naar werk of opleiding grondig herzien. Doel van de nieuwe aanpak is dat statushouders sneller dan voorheen beginnen aan werk of opleiding en aan inburgering. Zij worden intensief begeleid door een team van gespecialiseerde klantmanagers. Ook zetten de klantmanagers diverse instrumenten in die speciaal ontwikkeld zijn voor de doelgroep vluchtelingen, waaronder een assessment en diverse cursussen gericht op kennismaking met de Nederlandse taal en maatschappij. Is deze Amsterdamse aanpak effectief? En wat zijn belangrijke werkzame bestanddelen van de aanpak?
Uitkomsten
Het onderzoek laat zien dat vluchtelingen binnen de Amsterdamse aanpak snel starten met de inburgering, deelnemen aan diverse trajecten en intensief worden begeleid richting werk. Vluchtelingen krijgen veel persoonlijke aandacht, en voelen zich gehoord en gesteund door hun klantmanager. Ook komen vluchtelingen in de gemeente Amsterdam vaker dan voorheen, en vaker dan op andere plekken in Nederland, aan het werk. Vluchtelingen werken meestal parttime, om het werk te kunnen combineren met de inburgering. Ook werken ze meestal in een contract voor bepaalde tijd, en relatief vaak in de horeca. Naast deze opbrengsten zijn er ook een aantal aandachtspunten voor de toekomst. Zo stopt de eerste baan van de meeste vluchtelingen binnen een jaar. Dit kan komen door uitval uit de baan, maar kan ook zijn vanwege een overstap naar een andere baan of het starten met een studie. Verder blijft de participatie onder enkele kwetsbare groepen achter, zoals onder vrouwen en Eritreeërs. Dit komt ook uit landelijke onderzoeken naar voren.
Implementatie
De gemeente Amsterdam heeft de resultaten op verschillende manieren benut. Zo is er nu meer aandacht voor vrouwen, bijvoorbeeld door hun een empowermentcursus aan te bieden. Daarnaast is de begeleidingsperiode verlengd voor diegenen die nog wel inburgeringsplichtig zijn, maar geen uitkering meer hebben. Doordat de statushouder nog steeds met vragen of problemen bij de klantmanager terecht kan, wordt de kans op een duurzaam resultaat vergroot.
Links

 

Big data in de gemeentelijke praktijk: Rotterdam

Onderzoeksvragen
In dit project is onderzocht of betere, op maat gesneden re-integratietrajecten kunnen worden ontwikkeld met behulp van de ‘big data’ waarover gemeenten, het CBS en andere instellingen beschikken. Daarnaast werden de benodigde voorwaarden onderzocht: zijn er genoeg data van goede kwaliteit? Is het mogelijk om de data zuinig en efficiënt uit te wisselen? Is de privacy van de betrokkenen gewaarborgd? En hoe kunnen met behulp van big data kennisvragen van gemeenten over de effectiviteit van interventies onderzocht worden? Het onderzoek vond plaats in Rotterdam.
Uitkomsten
Het onderzoek heeft uitgewezen dat bij het doel iemand binnen een of twee jaar aan een baan te helpen, matching aan een baan effectiever dan is pre-matching (eerst vaardigheden versterken). Hierbij zijn de methodische, ethische en organisatorische voorwaarden beschreven voor het gebruik van big data voor dergelijk onderzoek en de gemeentelijke uitvoeringspraktijk. Als onderdeel van het onderzoek voerden de teamleden bijvoorbeeld ‘data-dialogen’ met bijstandsgerechtigden en leden van cliëntraden. Daaruit bleek dat cliënten vooral heel graag willen weten waar de data precies voor worden gebruikt en welk voordeel dat hun oplevert.
De onderzoekers beschreven de kansen, risico’s en (on)mogelijkheden bij het gebruik van big data om de effectiviteit en kwaliteit van gemeentelijke re-integratie te verbeteren. Hiervoor is een aantal concrete aanbevelingen geformuleerd en een werkwijzer voor gemeenten ontwikkeld die relevant is voor beleidsmakers, directie en werkconsulenten. In deze werkwijzer wordt uitgelegd hoe onderzoek met toepassing van big data zodanig kan worden ingericht dat men toe kan werken naar het beantwoorden van betekenisvolle onderzoeksvragen op een manier die aan de wettelijke en ethische overwegingen voldoet.
Implementatie
De onderzoekers geven een masterclass voor consulenten van de gemeente Rotterdam om de inzichten over te dragen. De gemeente Rotterdam bevordert voortaan actief dat onderzoek en praktijk standaard samenwerken, om zowel het onderzoek als de implementatie van uitkomsten daarvan te verbeteren. ZonMW bekijkt met de betrokken kennisinstellingen of er een soortgelijk onderzoek in een andere gemeente kan worden uitgevoerd.
Links

Naar een effectieve budgetcursus: Alblasserdam, Dordrecht, Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Houten, IJsselstein, Leerdam, Lingewaal, Lopik, Molenwaard, Nieuwegein, Papendrecht, Sliedrecht, Vianen, Zederik, Zwijndrecht, Zwolle

Onderzoeksvragen
Gemeenten hebben de opdracht om mensen met schulden te helpen. De budgetcursus wordt veelvuldig ingezet door gemeenten en maatschappelijke organisaties. De budgetcursus heeft als doel problematische schulden te verminderen dan wel te voorkomen door gedragsverandering te bewerkstelligen. Onbekend is echter of de budgetcursus gezond financieel gedrag bevordert en bijdraagt aan het voorkomen en/of verminderen van problematische schulden. Is een budgetcursus effectief? Zo ja, welke elementen zijn dan effectief? De onderzoekers onderzochten zowel een traditionele budgetcursus waarbij de nadruk meer ligt op de overdracht van kennis en vaardigheden, als een aangepaste cursus waarbij er meer aandacht is voor het handelen van de cursisten in het dagelijks leven.
Uitkomsten
De onderzoekers concluderen dat de aangepaste budgetcursus positieve effecten heeft op financiële kennis en vaardigheden en op financieel gedrag. Op basis van het huidige onderzoek kan echter niet worden vastgesteld dat de aangepaste cursus effectiever is dan de traditionele cursus. Zowel cursisten van de aangepaste als van de traditionele cursus ervaren meerwaarde van het volgen van de cursus. Over het algemeen zijn cursisten van mening dat zij (meer) financiële vaardigheden hebben na het volgen van de budgetcursus, dat zij beter met geld omgaan en zich er beter toe zetten om hun geldzaken bij te houden. Ook vinden ze dat ze veel tips hebben gekregen om beter met geldzaken om te gaan. Cursisten denken zelf dat ze het meest hebben geleerd van het delen van ervaringen en zelf aan de slag zijn met hun eigen financiën. De cursisten benoemen dat ze van elkaar leren doordat ze herkenning bij elkaar vinden. Een belangrijk minpunt was dat veel mensen niet gemotiveerd zijn om deel te nemen aan dergelijke cursussen. De deelname aan budgetcursussen moet dus vooral verbeterd worden om meer mensen met schulden te kunnen helpen.
Implementatie
De onderzoekers en betrokken gemeenten gaan verder met de uitkomsten en gaan met name aan de slag om de deelname aan dergelijke cursussen te vergroten en te zorgen dat men deze deelname ook volhoudt.
Links
Anneke van der Giezen is programmacoördinator bij het ministerie van SZW (avdgiezen@minszw.nl), Anne Ballering is programmamanager bij ZonMw. Marcel Senten is senior communicatie adviseur bij ZonMw.

Literatuur en verwijzingen

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.