COLUMN Je suis mantelzorger

'Jij bent ook mantelzorger, hoor!' Ik herinner me nog precies hoe een andere moeder van een gehandicapt kind dat tegen me zei, me nadrukkelijk aankijkend en met haar wijsvinger op me gericht. Het was aardig bedoeld. Onderschat je taak niet, wilde ze zeggen, zie de zwaarte ervan onder ogen. En toch voelde ik meteen de neiging te zeggen: 'Helemaal niet! Ik ben moeder.'

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Dat woord ‘mantelzorg’ heeft altijd weerstand bij me opgeroepen. Er schuilt iets afstandelijks in, iets tobberigs. Het woord zelf ademt al bijna overbelasting. En het heeft ook iets ‘opofferigs’ dat me niet bevalt. Bij het woord ‘mantelzorger’ denk ik, ik kan er niets aan doen, aan een zuchtende martelares.

Nederland telt volgens de laatste cijfers 4 miljoen mantelzorgers. In die cijfers zitten natuurlijk mantelzorgers van diverse pluimage: van mensen die wel eens dat pannetje soep maken voor de buurvrouw – intussen het symbool van de participatiesamenleving – tot mensen die fulltime voor hun demente partner zorgen. En ik ben dus

0
7

Wil je dit premium artikel verder lezen?

Sluit eenvoudig een gratis proefmaand af of neem een abonnement om dit artikel en alle andere premium berichten onbeperkt te lezen. Wil je dit?

Ben je al abonnee? Log dan in en lees verder

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.