‘Luister beter naar de professionals’

Hoe kunnen sociale wijkteams beter functioneren? Samen met collega-onderzoekers van NJi en Vilans zocht Hilde van Xanten, adviseur van Movisie, het antwoord in evaluatierapporten over wijkteams. Ze ontdekte een aantal ‘aandachtsgebieden’, maar heeft ook een boodschap voor gemeentelijke beleidsmakers. ‘Luister beter naar de professionals of ze ook echt kunnen realiseren wat er met het beleid wordt beoogd.’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
foto AdobeStock

Hoe gaat het nu met de sociale wijkteams en wat kan worden verbeterd? Met die vragen in het achterhoofd spitte een team van het samenwerkingsverband Integraal werken in de wijk, veertien evaluatierapporten door over wijkteams uit de jaren 2017, 2018 en 2019. Deze rapporten, gemaakt door of in opdracht van gemeenten, vonden ze op internet. Het aantal van veertien verbaasde Hilde van Xanten. Ze had er meer verwacht. En meer van zulke evaluaties zouden ook wenselijk zijn, denkt ze. ‘Zeker als je wilt dat beleid en praktijk beter op elkaar aansluiten.’

Breed takenpakket

Sinds de transitie in 2015, toen veel wijkteams werden opgetuigd, zijn ze steeds beter ontwikkeld, zegt Van Xanten. ‘De wijkteams verzetten ontzettend veel werk.’ Dat moet ook wel, want er liggen heel veel taken op het bordje van de wijkteams. Misschien te veel. Niet verbazend is dan ook het eerste aandachtspunt: aanscherping van de opdracht. ‘Die  opdracht staat lang niet altijd op papier’, zegt Van Xanten. ‘En staat-ie dat wel dan is-ie vaak heel breed geformuleerd. Of zitten verschillende taken elkaar in de weg.’

Preventief werken

In de praktijk zijn de meeste sociale teams vooral bezig met individuele hulpvragen. ‘Dat is ook erg belangrijk’, zegt Van Xanten. ‘Maar vanuit de gemeenten ligt er ook de wens dat de wijkteams meer collectief, preventief en wijkgericht gaan werken.’ Gemeenten en wijkteams moeten wat haar betreft in gesprek over wat dit preventief en wijkgericht werken precies inhoudt, en welke taken daarbij horen.
Dat dat nu nog onvoldoende van de grond komt, heeft volgens haar te maken met die onduidelijkheid, maar ook met de toch al flinke caseload van veel wijkteams. ‘Werkdruk is echt een groot issue.’ Daar zou het gesprek dus wat haar betreft ook over moeten gaan: hoe wordt dit preventief en wijkgericht werken gefaciliteerd? In mensen, deskundigheid(sbevordering), geld etc. Van Xanten: ‘Het is belangrijk dat professionals niet het gevoel krijgen dat er alleen maar weer iets bij komt, een extra opdracht, zonder dat er taken afgaan of extra middelen bij komen.’

Efficiënter werken

Overigens is met efficiënter werken volgens de evaluatierapporten ook nog wel winst te behalen. ‘Dit kan onder andere door het aantal overlegmomenten te beperken tot overleg met mensen die ook daadwerkelijk mandaat hebben om over de inzet van zorg te beslissen’, zegt Van Xanten. ‘Nu wordt er nog te vaak en te veel overlegd met mensen die geen beslissingsbevoegdheid hebben.’ Overigens zouden wat haar betreft ook best meer mensen zo’n mandaat mogen krijgen.

De samenstelling van het team is hierbij ook een aandachtspunt, concludeert Van Xanten. ‘Die sluit nu niet altijd aan bij de problemen die in een wijk spelen.’ Sowieso zouden de wijkteams deze problemen, ontwikkelingen en trends beter in kaart moeten brengen, meent Van Xanten om tot een beter – ook collectief – aanbod te komen, in samenwerking met de sociale basis die er al is in een wijk. ‘Ze hoeven niet alles zelf te doen.’

Samenwerking

Maar aan deze samenwerking schort het ook nog wel, blijkt uit de evaluaties. Van Xanten: ‘Wij zagen bijvoorbeeld dat lang niet altijd duidelijk is wat regievoeren in houdt of wie de regisseursrol heeft.’ Dat is volgens haar ook ‘hartstikke complex’, maar ook heel nodig om tot goede, wijkgerichte en integrale zorg te komen.

Hiervoor is het ook belangrijk dat de domeinen ‘werk en inkomen’ en ‘wonen’ meer in het vizier van het sociale wijkteam komen, meent Van Xanten. En vice versa. ‘Nu staan die vaak nog te ver af van een sociaal wijkteam, waardoor het vaak onnodig veel tijd en moeite kost om tot een gezamenlijke aanpak te komen. Terwijl: Iemand aan een andere woning helpen kan soms een beter een oplossing zijn dan er allerlei begeleiding opzetten.’

Luisteren

Voor al deze aandachtsgebieden geldt dat gemeenten het gesprek met hun wijkteams aan moeten gaan, meent Van Xanten. ‘En daarbij moeten ze vooral ook goed luisteren naar de professionals of die wel waar kunnen maken wat er in beleid bedacht wordt.’ En is het beleid wel helder? Soms botsen doelen, weet Van Xanten, of zijn ze veel te abstract geformuleerd. ‘Neem een term als ‘doen wat nodig is’. Dat geeft veel te weinig richting. Of ‘lichte ondersteuning bieden’. Wat is licht?’ In een vervolgonderzoek gaan Van Xanten en haar collega’s in elk geval met deze vraag aan de slag, door het oor te luister te leggen bij de wijkteams zelf.

De publicatie ‘Tien aandachtsgebieden voor functioneren sociale wijkteams’ is te vinden op www.integraalwerkenindewijk.nl

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.