Kwartiermaken als antwoord op vermaatschappelijking in de ggz: Gedoseerd op de weg terug

Een voorwaarde voor de integratie van ex-psychiatrisch patiënten in de maatschappij is dat hen een veilige omgeving wordt geboden. ‘Kwartiermakers’ vinden dat deze kansen hen te weinig worden gegeven. Zij willen het sociaal isolement doorbreken. Betaald werk kan hierin een belangrijke rol spelen. Ook de week van de psychiatrie, eind maart, stond in het teken van ‘Weer werk en inkomen’. ‘Het is toch niet leuk om in de kroeg te moeten zeggen dat je niks doet,’ zegt Dennis.

Anke Brinkman studeerde HBO-jeugdwelzijnswerk en

werkte zes jaar in een gezinsvervangend tehuis tot het niet meer ging.

‘Misschien heb ik toen een burn-out gehad,’ overdenkt ze nu de situatie. Maar de

harde maatschappij en de uitkerende instanties trokken aan haar en dwongen haar

te blijven werken. ‘Ik kon niet voor mezelf zorgen en had verschillende banen.

Uiteindelijk kwam ik in de WW en daarna de WAO terecht. Ik wist niet wat ik

wilde en ging gewoon door met alles tot ik er bij neerviel. Ik heb zelfs nog

psychologie gestudeerd. Ik dacht, misschien helpt dat om meer grip op mezelf te

krijgen.’ Uiteindelijk meldde ze zich aan voor dagbehandeling bij de Riagg.

‘Daar heb ik geleerd te accepteren, wat wel en niet bij me past.’ Via de Riagg

kwam Anke terecht bij Rodas, de Regionale organisatie voor dagbesteding arbeid

en scholing. Rodas maakt deel uit van de instelling voor geestelijke

gezondheidszorg De Geestgronden. ‘Mijn trajectbegeleider heeft voor mij

kwartiergemaakt.’ Een kwartiermaker moet de weg vrij maken voor de (ex-)

psychiatrische patiënt zodat deze makkelijker aansluiting vindt bij de

maatschappij. Anke vond via Rodas een aantal dagdelen in de week werk bij het

Grafisch Buro Haarlem, ooit begonnen als dagbestedingsactiviteit van Rodas. ‘Ik

werd altijd door instanties gepusht om gewoon aan het werk te gaan. Dankzij de

behandeling en de hulp van Rodas heb ik kunnen ontdekken dat ik dat niet aankan.

Nu krijg ik de ruimte om het werk in mijn eigen tempo te doen. En dat is wat ik

nodig heb.’

Gastvrijheid

De filosofie van het kwartiermaken is van Doortje Kal. Twee jaar geleden

schreef ze het proefschrift ‘Kwartiermaken, werken aan ruimte voor mensen met

een psychiatrische achtergrond’. ‘Kwartiermaken kun je zien als het ontwikkelen

van gastvrijheid voor mensen die niet aan de standaard eisen van de maatschappij

voldoen,’ legt Kal uit. ‘De ‘gewone’ normale mens heeft een huis, een min of

meer regelmatig leven en werkt. Dat geldt meestal niet voor de psychiatrische

patiënt. Door de vermaatschappelijking worden we meer dan voorheen in de

samenleving geconfronteerd met mensen die anders zijn. De maatschappij sluit

mensen die afwijken van de norm vaak uit. Kwartiermaken probeert dat tegen te

gaan. Het is de bedoeling dat de mensen met behoud van eigenheid in de

samenleving kunnen integreren. De maatschappij zal daarvoor wat in moeten

schikken.’

‘Kwartiermaken’ betekent letterlijk het voorbereiden van een verblijfplaats

voor een groep nieuwelingen. De psychiatrisch gestoorde mens is die nieuweling.

De kwartiermakers zijn mensen van de professionele ggz, maar vooral ook van

projecten als Multiloog, vriendendiensten en andere maatjesprojecten.

De eerste projecten Kwartiermaken stammen al van 1992 in Amsterdam en 1997

in Zoetermeer. Ook in Utrecht zijn kwartiermakers aangesteld. Inmiddels wordt in

heel Nederland met deze methode gewerkt. Zo zijn er bijvoorbeeld zestig

zogeheten ‘vriendendiensten’ in het land. Daarnaast biedt het project Multiloog

een mogelijkheid voor psychiatrische patiënten, familie en hulpverleners om via

groepsgesprekken tot een betere verstandhouding te komen. Doortje Kal ziet het

project Multiloog als een centrale doelstelling van Kwartiermaken: ‘Het werken

aan betrokkenheid en solidariteit, wordt in Multiloog op bescheiden schaal

gerealiseerd’. Multiloog is bedoeld als een veilige plek waar mensen met een

psychiatrische achtergrond vrijelijk hun verhaal kunnen vertellen aan iedereen

die daar belang in stelt. Om elkaar te ontmoeten, met elkaar te praten en om al

luisterend naar elkaars verhaal nader tot elkaar te komen.

‘Ook op het werk moet een veilige omgeving en gastvrijheid zijn. Iemand met

psychische problemen zou in het bedrijfsleven een kans moeten kunnen krijgen,’

vindt Kal. ‘Maar van die situatie zijn we nog ver verwijderd. In een klimaat

waarin iedereen moet presteren, is er voor de minder presterende weinig ruimte.

Dat is schokkend, als je bedenkt dat de meeste mensen met een psychiatrische

achtergrond wel graag willen werken.’ In het kader van kwartiermaken kan gedacht

worden aan het aanstellen van een functionaris op een werkplek of een maatje,

die de nieuwe werknemer helpt in zijn nieuwe baan.

Deadlines

Evenals Anke, kwam Dennis van Dijk bij het Grafisch Buro Haarlem op een

gastvrije werkplek terecht. Dennis laat met trots zijn producten zien: een

flyer, brochure en affiche voor een verwendag. ‘Ik werkte vroeger soms wel

vijftig uur in de week. En de combinatie van stress, niet goed voor me zelf

kunnen zorgen en geen grenzen kunnen stellen brak me op. Ik heb toen een jaar

thuis gezeten en dat deed me goed.’ Tijdens de dagbehandeling bij de Riagg belde

Rodas hem op: of hij belangstelling had voor een baantje. Sinds een jaar werkt

hij bij het Grafisch Buro. ‘In het begin heb ik het echt moeten leren en heb ik

het best zwaar gehad. Maar ik was altijd al creatief. Het bevalt me nu prima en

ik leer elke dag weer wat bij.’

Anke en Dennis hebben vandaag een redelijk rustige dag. Hun coördinator, Ed

Lapré, vraagt wat ze willen drinken. ‘Dat doen we altijd als we ’s ochtends

binnenkomen, en dat is belangrijk. Natuurlijk hebben we wel een deadline, maar

je moet mensen niet pushen. Het moet een leuke en gezellige werkplek zijn waar

ze zich thuis voelen. Ze moeten hier weer hun eigenwaarde opbouwen, op een plek

waar niets moet.’

Lapré, die ook bedrijfsleider van het Grafisch Buro is, komt zelf uit het

‘harde bedrijfsleven’. Hij was jarenlang manager van grote hotels totdat de

stress hem ook te veel werd. Hij wilde niet thuis blijven zitten en kwam bij

Rodas terecht. Elke medewerker die een cursus gaat doen of doorstroomt naar een

andere baan is een overwinning voor Lapré. ‘Dennis is heel trots dat het goed

met hem gaat en dat ben ik ook.’

De werkruimten zijn klein, maar professioneel ingericht. Lapré:

‘Opdrachtgevers weten dat dit een instelling is en dat de mensen beperkingen

hebben. Als ze binnenkomen, geef ik ook altijd aan dat we iets meer tijd nodig

hebben om het te maken.’ Anke en Dennis voelen zich hier op hun gemak. ‘Je kunt

hier zeggen wat je wilt. Iedereen mag hier zijn wie hij of zij is,’ aldus Anke.

Volgens Dennis is het prettig dat alle mensen wat van zijn achtergrond weten,

zodat er rekening mee gehouden wordt.

Utopie

Het welzijnswerk zou veel meer moeten inspringen op de

vermaatschappelijking, vindt Doortje Kal. Ook al omdat vrijwilligerswerk voor

(ex-) psychiatrische patiënten een stap naar betaald werk kan zijn. ‘Het

buurthuis lijkt het meest op de dagactiviteitencentra, de dac’s. Ze worden

massaal bezocht door mensen met een psychiatrische achtergrond, vanwege de

activiteiten, het vrijwilligerswerk dat er gedaan kan worden en vanwege de

ontmoetingsfunctie. Sommige psychiatrische patiënten willen ook buiten de dac’s

activiteiten ontplooien en mensen ontmoeten. Buurtcentra kunnen van enorme

betekenis zijn voor de vermaatschappelijking, als ze zich meer richten op

integratie van mensen die anders zijn. De psychiatrisch patiënt kan bijvoorbeeld

begeleid worden door een medebezoeker te vragen als maatje, om zo iemand zich

veilig te laten voelen in de vreemde omgeving.’

De ideeën van Doortje Kal dat (ex-) psychiatrische patiënten volledig

kunnen integreren, zijn volgens Dennis waarschijnlijk utopie. ‘Voor mijn

eigenwaarde is het goed dat ik bij het Grafisch Buro werk. Want als je in de

kroeg gevraagd wordt wat je doet en je moet zeggen ’niks’, dan is dat niet leuk.

Maar het idee dat ik eigenlijk veertig uur per week zou moeten werken, zit er

nog wel ingebakken bij mij.’ Anke twijfelt of het ooit mogelijk is dat een

werkgever zich aanpast aan haar. ‘De maatschappij vindt het prettig als je je

voegt in het geheel. Ik heb mijn beperkingen qua stress en dat maakt me minder

aantrekkelijk voor een werkgever. Maar het moet wel van twee kanten komen, niet

alleen de werkgever moet zich gaan aanpassen. Ik ben altijd heel eerlijk geweest

over wat er aan de hand was.’

Anke heeft nu in ieder geval heel wat toekomstplannen. Ze is bezig met een

grafische omscholing en graag wil ze een eigen bedrijf beginnen. Dennis wil

misschien nog een cursus op het gebied van grafisch ontwerpen gaan volgen en

vooral gelukkig blijven. ‘Ik blijf voor de mensen wel kijken naar de

mogelijkheden,’ zegt Ed Lapré. ‘Maar het belangrijkste is dat ze weer zin in het

leven hebben./Linda Blok

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.